OVERWEGINGEN
De Raad stelt vast dat er sprake is geweest van schending van fundamentele procedurevoorschriften. Dit is gelegen in de omstandigheid dat niet is vast te stellen of appellant er voldoende van op de hoogte was dat de zitting van 27 augustus 2020 doorgang zou vinden. Gezien het grote belang van hoor en wederhoor komt de uitspraak van16 september 2020 te vervallen.
Na de vervallenverklaring van de uitspraak van 16 september 2020 zal de zaak door een andere kamer van de Raad opnieuw worden behandeld.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep verklaart zijn uitspraak van 16 september 2020, 18/6330 AOW, vervallen.
Deze uitspraak is gedaan door A. van Gijzen, in tegenwoordigheid van E.M. Welling als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 10 maart 2021.
(getekend) A. van Gijzen
(getekend) E.M. Welling