ECLI:NL:CRVB:2022:1282

ECLI:NL:CRVB:2022:1282, Centrale Raad van Beroep, 02-06-2022, 21/3795 NOW

Instantie Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak 02-06-2022
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer 21/3795 NOW
Rechtsgebied Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Procedure Hoger beroep
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Verwijst naar 15 zaken
Aangehaald door 25 zaken
15 wettelijke verwijzingen

Verwijst naar

Wettelijke verwijzingen

BWBR0002471 BWBR0002747 BWBR0003026 BWBR0003045 BWBR0005290 BWBR0005537 BWBR0006358 BWBR0011353 BWBR0013060 BWBR0015703 BWBR0032573 BWBR0033471 BWBR0043340 BWBR0043709 BWBR0044201

Samenvatting

Subsidievaststelling NOW. Exceptieve toetsing. Evenredigheid. De minister heeft in overeenstemming met de toepasselijke bepalingen uit de NOW-1 bij de vaststelling van de tegemoetkoming op grond de NOW-1 geen rekening gehouden met de gecorrigeerde loonopgave van appellant. Er is geen aanleiding om artikel 7, negende lid, in samenhang met artikel 14, vijfde lid, van de NOW-1 in strijd te achten met het evenredigheidsbeginsel of enig ander algemeen beginsel van behoorlijk bestuur of algemeen rechtsbeginsel en om deze bepaling om die reden buiten toepassing te laten. De vaststelling van de tegemoetkoming in de loonkosten op een lager bedrag dan bij de subsidieverlening, berust op een discretionaire bevoegdheid. De minister moet een afweging maken tussen het belang van een juiste vaststelling van de tegemoetkoming in de loonkosten enerzijds en de gevolgen van een latere vaststelling voor appellant anderzijds. Op grond van het in artikel 3:4, tweede lid, van de Awb neergelegde evenredigheidsbeginsel mogen de voor appellant nadelige gevolgen van de lagere vaststelling en de terugvordering van de als gevolg daarvan ten onrechte ontvangen bedragen niet onevenredig zijn in verhouding tot de daarmee te dienen doelen. Er is echter geen aanleiding om in dit geval dit financiële nadeel als onevenredig te beoordelen. Hierbij wordt in aanmerking genomen dat appellant zelf verantwoordelijk is voor een juiste loonopgave en dat de gecorrigeerde loonopgave verband hield met een voortschrijdend inzicht bij appellant dat [X] als levenspartner van appellant toch als werknemer kon worden aangemerkt.

Uitspraak

Toepasselijke bepalingen uit de NOW-1

Artikel 7: Hoogte van de subsidie

1. De hoogte van de subsidie is de uitkomst van:

A x B x 3 x 1,3 x 0,9

Hierbij staat:

A voor het percentage van de omzetdaling

B voor de constante B*, zoals berekend op grond van artikel 10,

[….]

7. Indien de loonsom bedoeld onder de constante E, hoger is dan driemaal de loonsom

als bedoeld onder de variabele B in het eerste lid, wordt de subsidie verhoogd met:

A x (E-B x 3) x 1,3 x 0,9

Hierbij staat:

A en B voor de variabelen A en B bedoeld in het eerste lid;

E voor de loonsom van 1 maart 2020 tot en met 31 mei 2020, [….]

9. In afwijking van het achtste lid worden de in aanmerking te nemen gegevens uit de

loonaangifte van de werkgever ten behoeve van de bepaling van de maximale hoogte

van de constante E, met betrekking tot het derde aangiftetijdvak van het jaar 2020

beoordeeld op grond van de loonaangifte zoals die uiterlijk op 15 mei 2020 is

ingediend en met betrekking tot het vierde en vijfde aangiftetijdvak van het jaar 2020

beoordeeld op grond van de loonaangifte zoals die uiterlijk op 19 juli 2020 is

ingediend, alsmede de aanvullingen daarop die uiterlijk op 15 mei 2020 respectievelijk

19 juli 2020 hebben plaatsgevonden.

Artikel 10: Berekening van de hoogte van het bedrag van de subsidieverlening

1. De hoogte van het bedrag van de subsidieverlening is de uitkomst van:

A* x B* x 3 x 1,3 x 0,9

Hierbij staat:

A* voor het percentage van de door de werkgever verwachte omzetdaling;

B* voor de loonsom waarbij wordt uitgegaan van de totale loonsom van werknemers waarvoor de werkgever het loon heeft uitbetaald in het tijdvak, bedoeld in het tweede, derde of vierde lid, met dien verstande dat het in aanmerking te nemen loon per werknemer niet meer bedraagt dan € 9.538.

2. Voor de loonsom, bedoeld in de omschrijving van de constante B*, bedoeld in het eerste lid, wordt uitgegaan van het loon over het eerste aangiftetijdvak van het jaar 2020 [….]

Artikel 14: Subsidievaststelling

1. De werkgever vraagt de vaststelling van de subsidie na 6 oktober 2020 en uiterlijk op 31 oktober 2021 aan, door middel van een door de Minister vast te stellen formulier. [….]

5. De subsidie wordt vastgesteld aan de hand van de berekeningswijze, bedoeld in

artikel 7, met dien verstande dat de subsidie in ieder geval op nihil wordt vastgesteld,

indien: [….]

6. De Minister stelt de subsidie vast binnen 52 weken na de ontvangst van de aanvraag,

bedoeld in het eerste lid.

Artikel 15: Terugvordering

Onverminderd artikel 4:95, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht kan het

verstrekte voorschot geheel of gedeeltelijk worden teruggevorderd van de

subsidieontvanger, indien dit ten onrechte of voor een te hoog bedrag is verstrekt of

indien niet aan de verplichtingen, bedoeld in artikel 13, is voldaan.

Toepasselijke bepalingen uit de Awb

Artikel 3:4

1. Het bestuursorgaan weegt de rechtstreeks bij het besluit betrokken belangen af, voor

zover niet uit een wettelijk voorschrift of uit de aard van de uit te oefenen

bevoegdheid een beperking voortvloeit.

2. De voor een of meer belanghebbenden nadelige gevolgen van een besluit mogen niet

onevenredig zijn in verhouding tot de met het besluit te dienen doelen.

Artikel 4:46

a. de activiteiten waarvoor subsidie is verleend niet of niet geheel hebben plaatsgevonden;

b. de subsidie-ontvanger niet heeft voldaan aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen;

c. de subsidie-ontvanger onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een andere beschikking op de aanvraag tot subsidieverlening zou hebben geleid, of

d. de subsidieverlening anderszins onjuist was en de subsidie-ontvanger dit wist of behoorde te weten.

Artikel 4:95

1. Het bestuursorgaan kan vooruitlopend op de vaststelling van een verplichting tot betaling van een geldsom een voorschot verlenen indien redelijkerwijs kan worden aangenomen dat een verplichting tot betaling zal worden vastgesteld, tenzij bij wettelijk voorschrift anders is bepaald. [….]

4. Betaalde voorschotten worden verrekend met de te betalen geldsom. Onverschuldigd

betaalde voorschotten kunnen worden teruggevorderd.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl ABkort 2022/278 NJB 2022/1534 USZ 2022/205 JB 2022/143 RSV 2022/112 AB 2023/66 met annotatie van J.R. van Angeren, S. Putting Viditax (FutD) 2022062003 FutD 2022-1826
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?