ECLI:NL:CRVB:2022:140

ECLI:NL:CRVB:2022:140, Centrale Raad van Beroep, 12-01-2022, 20/1895 WMO15-PV

Instantie Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak 12-01-2022
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer 20/1895 WMO15-PV
Rechtsgebied Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Procedure Hoger beroep
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Verwijst naar 2 zaken
Aangehaald door 2 zaken
4 wettelijke verwijzingen

Verwijst naar

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0005289 BWBR0005537 BWBR0006358 BWBR0047436

Samenvatting

Appellant heeft betoogd dat de rechtbank ten onrechte niet is uitgegaan van het moment waarop het besluit van 3 januari 2020 op de voorgeschreven wijze is bekendgemaakt, namelijk het moment waarop de gemachtigde van appellant bekend is geworden met dit besluit. Uit wat door de Raad eerder is overwogen in 10 december 2019, ECLI:NL:CRVB:2019:4002, kan hieruit weliswaar worden afgeleid dat als gevolg van de niet juiste bekendmaking de bezwaar- of beroepstermijn in dergelijke gevallen niet is gaan lopen, maar daaruit volgt niet dat indien een bestuursorgaan een besluit heeft gegeven zonder dit tevens aan de gemachtigde te verzenden, moet worden gezegd dat het college niet tijdig op de aanvraag heeft beslist. De rechtspraak over de bekendmaking van besluiten en de desbetreffende wetsartikelen zien op de procedurele belangen van een belanghebbende. De Raad ziet in dit geval geen aanleiding om af te wijken van deze uitspraak. Dit betekent dat het betoog niet slaagt.

Uitspraak

20. 1895 WMO15-PV

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Noord-Holland van 5 april 2020, 20/45 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[appellant] te [woonplaats] (appellant)

het college van burgemeester en wethouders van Haarlem (college)

Datum uitspraak: 12 januari 2022

Zitting heeft: H.J. de Mooij

Griffier: B.H.B. Verheul

Ter zitting zijn verschenen: appellant, vergezeld van [naam] en bijgestaan door mr. J. Sprakel, advocaat. Het college heeft zich laten vertegenwoordigen door Y.J.M. Pijnaker en L. Donker Kaat.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar. Zij is gebaseerd op de volgende overwegingen.

1. Appellant heeft betoogd dat de rechtbank ten onrechte niet is uitgegaan van het moment waarop het besluit van 3 januari 2020 op de voorgeschreven wijze is bekendgemaakt, namelijk het moment waarop de gemachtigde van appellant bekend is geworden met dit besluit.

2. Zoals eerder overwogen in de uitspraak van 10 december 2019, ECLI:NL:CRVB:2019:4002, is in de rechtspraak van de Raad over de artikelen 2:1, eerste lid en 3:41, eerste lid, in samenhang met artikel 6:8 van de Algemene wet bestuursrecht uiteengezet dat indien het bestuursorgaan weet heeft van het optreden voor de belanghebbende van een gemachtigde in een bepaalde zaak, de toezending van een besluit in die zaak uitsluitend aan de belanghebbende, normaliter tot gevolg zal hebben dat dat besluit niet op de voorgeschreven wijze is bekendgemaakt. Uit deze rechtspraak kan weliswaar worden afgeleid dat als gevolg van de niet juiste bekendmaking de bezwaar- of beroepstermijn in dergelijke gevallen niet is gaan lopen, maar daaruit volgt niet dat indien een bestuursorgaan een besluit heeft gegeven zonder dit tevens aan de gemachtigde te verzenden, moet worden gezegd dat het college niet tijdig op de aanvraag heeft beslist. De rechtspraak over de bekendmaking van besluiten en de desbetreffende wetsartikelen zien op de procedurele belangen van een belanghebbende. De bepalingen over de termijnen waarbinnen het bestuursorgaan een besluit dient te nemen, strekken er echter toe te waarborgen dat de belanghebbenden binnen de in het desbetreffende geval geldende termijn worden geïnformeerd over de besluitvorming.

3. De Raad ziet in dit geval geen aanleiding om af te wijken van deze uitspraak. Dit betekent dat het betoog niet slaagt.

4. Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.

Waarvan proces-verbaal.

De griffier Het lid van de enkelvoudige kamer

(getekend) B.H.B. Verheul (getekend) H.J. de Mooij

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl ABkort 2022/66 JWWB 2022/32 USZ 2022/62 JB 2022/64 met annotatie van Schlössels, R.J.N. JOM 2022/176 met annotatie van Schlössels, R.J.N. JIN 2022/156 met annotatie van Schlössels, R.J.N.
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?