ECLI:NL:CRVB:2022:2264

ECLI:NL:CRVB:2022:2264, Centrale Raad van Beroep, 19-10-2022, 20 / 3368 WMO15

Instantie Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak 19-10-2022
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer 20 / 3368 WMO15
Rechtsgebied Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Procedure Hoger beroep
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:RBZWB:2020:4043
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Verwijst naar 4 zaken
Aangehaald door 1 zaken
3 wettelijke verwijzingen

Verwijst naar

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0005537 BWBR0032904 BWBR0035362

Samenvatting

Verzocht om alle betaalde bijdragen van de voorgaande jaren te restitueren terecht afgewezen. Geen onrechtmatig besluit. Geen aanleiding het college te veroordelen tot vergoeding van schade. De gemachtigde van appellante heeft tijdens de zitting bij de Raad bevestigd dat appellante niet heeft verzocht het besluit van 6 november 2017 te herzien. Daarmee kan het verzoek van appellante aan de bestuursrechter niet anders worden gekwalificeerd dan als een verzoek om schadevergoeding. Er bestaat daarom geen aanleiding te oordelen dat de rechtbank buiten de omvang van het geschil is getreden.

Uitspraak

20 3368 WMO15

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 21 augustus 2020, 19/5887 WMO15 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[Appellante] te [woonplaats] (appellante)

het college van burgemeester en wethouders van Tilburg (college)

Datum uitspraak: 19 oktober 2022

PROCESVERLOOP

Namens appellante heeft mr. A van ’t Laar hoger beroep ingesteld.

Het college heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 7 september 2022. Namens appellante is mr. Van ’t Laar verschenen. Het college heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. N.C.J.P. Melsen en S. Mattijssen.

OVERWEGINGEN

1. De Raad gaat uit van de volgende feiten en omstandigheden.

Het college heeft bij besluit van 6 november 2017 bepaald dat appellante in aanmerking komt voor hulp aan huis met een bijdrage van € 13,50.

Appellante heeft bij brief van 13 mei 2019 het college verzocht de aan [X] te betalen periodieke bijdrage voor het gebruik van Hulp aan Huis voor het jaar 2019 op nihil te stellen en de door haar in 2019 betaalde bijdragen te restitueren.

Het college heeft dit verzoek bij brief van 12 juni 2019 afgewezen.

Appellante heeft bij brief van 15 juli 2019 het verzoek gehandhaafd en verzocht alle betaalde bijdragen van de voorgaande jaren te restitueren. Het college heeft bij brief van 22 oktober 2019 ook dit verzoek afgewezen.

2. De rechtbank heeft bij de aangevallen uitspraak het verzoek om schadevergoeding afgewezen. De rechtbank heeft, voor zover van belang, overwogen dat er geen onrechtmatig besluit is. Daarom bestaat geen aanleiding het college te veroordelen tot vergoeding van schade.

3. Appellante heeft in hoger beroep aangevoerd dat met het onder 1.2 vermelde verzoek niet is beoogd terug te komen van het onder 1.1 vermelde besluit, maar is beoogd de betaalde eigen bijdrage te restitueren. Door het verzoek te kwalificeren als een verzoek om schadevergoeding en te overwegen dat er geen onrechtmatig besluit is, is de rechtbank buiten de omvang van het geschil getreden.

4. De Raad komt tot de volgende beoordeling.

De gemachtigde van appellante heeft tijdens de zitting bij de Raad bevestigd dat appellante niet heeft verzocht het besluit van 6 november 2017 te herzien. Daarmee kan het verzoek van appellante aan de bestuursrechter niet anders worden gekwalificeerd dan als een verzoek om schadevergoeding. Er bestaat daarom geen aanleiding te oordelen dat de rechtbank buiten de omvang van het geschil is getreden.

De rechtbank is terecht tot het oordeel gekomen dat er geen onrechtmatig besluit is, zodat het verzoek om schadevergoeding moest worden afgewezen.

Uit 4.1 en 4.2 volgt dat het hoger beroep niet slaagt en dat de aangevallen uitspraak voor bevestiging in aanmerking komt.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door D. Hardonk-Prins als voorzitter en B.J. van de Griend en A.E. Dutrieux als leden, in tegenwoordigheid van E.J. van der Veldt als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 19 oktober 2022.

(getekend) D. Hardonk-Prins

(getekend) E.J. van der Veldt

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?