ECLI:NL:CRVB:2022:2391

ECLI:NL:CRVB:2022:2391, Centrale Raad van Beroep, 03-11-2022, 22/1455 BBZ-W

Instantie Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak 03-11-2022
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer 22/1455 BBZ-W
Rechtsgebied Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Procedure Hoger beroep
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Verwijst naar 3 zaken
Aangehaald door 2 zaken
5 wettelijke verwijzingen

Verwijst naar

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0005291 BWBR0005537 BWBR0007335 BWBR0015703 BWBR0015711

Samenvatting

Verzoek om wraking niet-ontvankelijk. Door met het indienen van het wrakingsverzoek te wachten tot 17 augustus 2022 heeft verzoeker niet gehandeld overeenkomstig artikel 8:16, eerste lid, van de Awb.

Uitspraak

22. 1455 BBZ-W

Datum beslissing: 3 november 2022

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

Beslissing op het verzoek om wraking gedaan door:

[verzoeker] (verzoeker)

PROCESVERLOOP

Namens verzoeker heeft mr. K. Azzaimoun, gemachtigde, hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 11 maart 2022, 21/3755, in de gedingen tussen verzoeker en het dagelijks bestuur van de Regionale Dienst Werk en Inkomen Kromme Rijn Heuvelrug (dagelijks bestuur).

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 2 augustus 2022. O.L.H.W.I. Korte was daarbij de behandelend rechter. Verzoeker is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde mr. Azzaimoun. Het dagelijks bestuur heeft zich laten vertegenwoordigen door A.G. Hoekerd.

Verzoeker heeft op 17 augustus 2022 een verzoek om wraking van de behandelend rechter ingediend.

De behandelend rechter heeft een reactie gegeven op het wrakingsverzoek en daarbij te kennen gegeven niet te berusten in het verzoek.

Verzoeker en de behandelend rechter zijn in de gelegenheid gesteld te worden gehoord ter zitting van de Raad op 20 oktober 2022. Verzoeker is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde mr. Azzaimoun. De behandelend rechter is verschenen.

OVERWEGINGEN

Artikel 8:15 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bepaalt dat op verzoek van een partij elk van de rechters die een zaak behandelen, kan worden gewraakt op grond van feiten en omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.

Ingevolge artikel 8:16, eerste lid, van de Awb wordt het verzoek om wraking gedaan, zodra de feiten of omstandigheden aan de verzoeker bekend zijn geworden.

2. Verzoeker heeft aan zijn verzoek om wraking, kort samengevat, het volgende ten grondslag gelegd. De behandelend rechter kan niet objectief naar de zaak kijken, omdat hij eerder betrokken is geweest bij een hoger beroep van verzoeker waarin hij voor het grootste gedeelte in het ongelijk is gesteld. Verder is de rechter volgens verzoeker bij bespreking van de verschillende vorderingen buiten de omvang van het geding getreden. Dat de behandelend rechter vooringenomen is, blijkt volgens verzoeker ook uit de opmerking dat het feit dat verzoeker op advies van een rechter een verzoek om kwijtschelding heeft gedaan niets aan de uitspraak zal veranderen. De behandelend rechter heeft dus al een beslissing genomen.

Door met het indienen van het wrakingsverzoek te wachten tot 17 augustus 2022 heeft verzoeker niet gehandeld overeenkomstig artikel 8:16, eerste lid, van de Awb. De aanleiding voor verzoeker om de behandelend rechter te wraken is gelegen in het feit dat de behandelend rechter al eerder betrokken was bij een hoger beroep van verzoeker, in combinatie met het optreden ter zitting op 2 augustus 2022. De omstandigheden waarin verzoeker aanleiding heeft gezien een wrakingsverzoek in te dienen waren hem dus uiterlijk ter zitting bekend. Niettemin heeft verzoeker tot meer dan twee weken na de zitting gewacht met de indiening van zijn wrakingsverzoek. Dat verzoeker uit respect voor de behandelend rechter en de Raad niet, gelet op de aanwezigheid van publiek, ter zitting heeft willen verzoeken om wraking van de behandelend rechter, rechtvaardigt niet dat verzoeker tot ongeveer twee weken na die zitting heeft gewacht met het indienen van het wrakingsverzoek.

Dit betekent dat het verzoek om wraking niet-ontvankelijk moet worden verklaard.

4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep verklaart het verzoek om wraking van de behandelend rechter niet-ontvankelijk.

Deze beslissing is gedaan door T. Dompeling als voorzitter en B.J. van de Griend en S.B. Smit-Colenbrander als leden, in tegenwoordigheid van S.C. Scholten als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 3 november 2022.

(getekend) T. Dompeling

(getekend) S.C. Scholten

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?