ECLI:NL:CRVB:2022:2638

ECLI:NL:CRVB:2022:2638, Centrale Raad van Beroep, 07-12-2022, 21/2919 ZVW

Instantie Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak 07-12-2022
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer 21/2919 ZVW
Rechtsgebied Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Procedure Hoger beroep
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Verwijst naar 2 zaken
Aangehaald door 2 zaken
6 wettelijke verwijzingen

Verwijst naar

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001854 BWBR0005537 BWBR0011708 BWBR0018450 BWBR0018451 BWBR0035917

Samenvatting

Boete terecht opgelegd. Niet voldaan aan de verplichting om binnen drie maanden een zorgverzekering in de zin van de Zvw af te sluiten. Het CAK heeft in de aanmaning verwezen naar een overzicht van zorgverzekeraars die voldoen aan de vereisten van de Zvw. AON, waar appellant een verzekering heeft afgesloten, is niet in dit overzicht weergegeven. Geen bijzondere omstandigheden in de zin van verminderde verwijtbaarheid om af te zien van het opleggen van de boete.

Uitspraak

21. 2919 ZVW

Datum uitspraak: 7 december 2022

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van

5 juli 2021, 20/2855 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[Appellant] te [woonplaats] (appellant)

het Centraal Administratie Kantoor (CAK)

PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. drs. ir. G.A.S. Maduro, advocaat, hoger beroep ingesteld.

Het CAK heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 26 oktober 2022. Appellant is verschenen, bijgestaan door mr. drs. M.J.G. Schroeder, vervanger van mr. drs. ir. Maduro. Het CAK heeft zich laten vertegenwoordigen door M. Knoester.

OVERWEGINGEN

1. De Raad gaat uit van de volgende feiten en omstandigheden.

Appellant heeft de Surinaamse nationaliteit en studeert aan de [universiteit]

. Naast zijn studie werkt hij (uitsluitend) in Nederland. Met ingang van 1 augustus 2018 heeft hij een internationale zorgverzekering voor studenten bij AON Verzekeringen (AON) afgesloten.

Het CAK heeft appellant op 15 november 2019 schriftelijk aangemaand om een

zorgverzekering op grond van de Zorgverzekeringswet (Zvw) af te sluiten. Daarbij heeft het CAK appellant er op gewezen dat hem een boete zal worden opgelegd als hij zich niet binnen een termijn van drie maanden heeft verzekerd.

Bij besluit van 24 februari 2020, gehandhaafd bij beslissing op bezwaar van 7 april 2020

(bestreden besluit), heeft het CAK aan appellant een boete van € 410,49 opgelegd, omdat hij heeft verzuimd binnen drie maanden na de aanmaning een zorgverzekering in de zin van de Zvw af te sluiten.

2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard.

3. Appellant heeft in hoger beroep aangevoerd dat de overtreding hem niet kan worden verweten, omdat hij niet wist dat hij geen juiste zorgverzekering had. Hij heeft de aanmaning van het CAK van 15 november 2019 niet ontvangen. Niet is gebleken dat de aanmaning aangetekend is verzonden of appellant op andere wijze heeft bereikt. De boete is te hoog, gelet op de beperkte financiële draagkracht van appellant.

4. De Raad komt tot de volgende beoordeling.

De stelling dat appellant de aanmaning van 15 november 2019 niet heeft ontvangen is ongeloofwaardig. De aanmaning is naar het juiste adres gestuurd. Uit het bezwaarschrift van 28 februari 2020 volgt dat appellant de beschikking had over de aanmaning. Hij heeft daarnaar verwezen en de aanmaning als bijlage bij het bezwaarschrift ingediend. Appellant heeft geen steekhoudende verklaring kunnen geven voor de discrepantie tussen zijn stelling en de feiten, zoals die uit het dossier naar voren komen. Het betoog dat appellant niet kon weten dat hij een andere zorgverzekering moest afsluiten slaagt niet.

Niet in geschil is dat appellant niet heeft voldaan aan de verplichting zoals neergelegd in de aanmaning van 15 november 2019 om binnen drie maanden een zorgverzekering in de zin van de Zvw af te sluiten. Dit betekent dat het CAK op grond van artikel 9b, eerste lid, van de Zvw gehouden was een boete op te leggen. Het – subsidiaire – betoog dat appellant in de veronderstelling was dat hij aan de verplichting voldeed, omdat hij een zorgverzekering bij AON had afgesloten, maakt niet dat hem van deze overtreding geen of een verminderd verwijt kan worden gemaakt. Het CAK heeft in de aanmaning verwezen naar een overzicht van zorgverzekeraars die voldoen aan de vereisten van de Zvw. AON is niet in dit overzicht weergegeven. Verder staat in de aanmaning vermeld dat appellant de Sociale Verzekeringsbank een onderzoek moet laten verrichten naar de juistheid van zijn zorgverzekering indien hij een internationale (studenten)verzekering voor ziektekosten heeft afgesloten of in Nederland een (particuliere) verzekering tegen ziektekosten heeft. Appellant heeft hieraan geen gehoor gegeven. Als hierover bij appellant onduidelijkheid bestond, had hij hulp kunnen inschakelen of contact kunnen opnemen met het CAK. Voor het afzien van de boete wegens het ontbreken van verwijtbaarheid of het verlagen van de boete wegens bijzondere omstandigheden in de zin van verminderde verwijtbaarheid bestond daarom voor het CAK geen aanleiding.

Het betoog van appellant dat de hoogte van de boete dient te worden verlaagd, gelet op zijn beperkte financiële draagkracht, slaagt evenmin. Anders dan in de door appellant ter zitting genoemde uitspraak van de Raad van 25 september 2015, ECLI:NL:CRVB:2015:3134, is in wat appellant naar voren heeft gebracht geen grond te vinden voor het oordeel dat sprake is van een situatie waarin de draagkracht vrijwel geheel ontbreekt. Er zijn ook overigens geen specifieke feiten en omstandigheden die grond bieden voor het oordeel dat het CAK op grond van artikel 5:46, derde lid, van de Awb een lagere boete had moeten opleggen. Appellant heeft de boete voldaan. Gesteld noch gebleken is dat appellant door die betaling in financiële problemen is gekomen.

Uit 4.1 tot en met 4.3 volgt dat het hoger beroep niet slaagt. De aangevallen uitspraak zal worden bevestigd.

5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door D. Hardonk-Prins, in tegenwoordigheid van R. van Doorn als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 7 december 2022.

(getekend) D. Hardonk-Prins

(getekend) R. van Doorn

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?