OVERWEGINGEN
1. De Raad wijzigt de uitspraak van 2 november 2022 als volgt.
2. Toegevoegd worden overwegingen 6.2 tot en met 6.4:
“6.2. Het verzoek om vergoeding van de kosten van de door appellante ingeschakelde deskundige, bestaande uit diens aanwezigheid ter zitting, komt deels voor toewijzing in aanmerking. De vergoeding voor de kosten van een deskundige die aan een partij verslag heeft uitgebracht, wordt berekend conform het Besluit tarieven in strafzaken 2003 (Bts). Gelet op artikel 2, eerste lid, onder b van het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpr) en artikel 8 van het Besluit tarieven in strafzaken 2003 (Bts), moet worden uitgegaan van een uurtarief van € 129,63 exclusief btw geldig vanaf 1 juli 2020. Uit de door appellant overgelegde nota van €1.450,- blijkt dat de werkzaamheden van Mutsaers 8 uur in beslag hebben genomen, waarbij een uurtarief in rekening is gebracht van € 181,25. Gelet op de voornoemde artikelen in het Bpr en het Bts dient het Uwv € 1.037,04 te vergoeden (8 uur maal €129,63).
De reiskosten van appellant in beroep en hoger beroep worden begroot op in totaal € 68,37 (op basis van de kosten van openbaar vervoer, tweede klasse voor het beroep € 22,10 en hoger beroep €46,27).
Uit het voorgaande volgt dat het Uwv zal worden veroordeeld in de proceskosten, bestaande uit kosten voor beroepsmatig verleende rechtsbijstand, deskundigenkosten en reiskosten van in totaal € 4.520,91 (€ 3.415,50 + € 1.037,04 + € 68,37)”.
3. De voorlaatste volzin onder Beslissing luidt dan: - veroordeelt het Uwv in de proceskosten van appellant tot een bedrag van € 4.520,91;
4. Aan deze uitspraak tot rectificatie is een gerectificeerd exemplaar van de oorspronkelijke uitspraak gehecht. De gerectificeerde uitspraak zal worden gepubliceerd op rechtspraak.nl
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep rectificeert de uitspraak 21/2115 ZW van 2 november 2018 als in de overwegingen is weergegeven.
Deze uitspraak is gedaan door E.W. Akkerman als voorzitter en W.J.A.M. van Brussel en M.L. Noort als leden, in tegenwoordigheid van R. Rijnen als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op
(getekend) E.W. Akkerman
(getekend) R.L. Rijnen