ECLI:NL:CRVB:2022:438

ECLI:NL:CRVB:2022:438, Centrale Raad van Beroep, 04-03-2022, 21/2244 AOW

Instantie Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak 04-03-2022
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer 21/2244 AOW
Rechtsgebied Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Procedure Hoger beroep
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:HR:2022:1808
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 2 zaken
2 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001830 BWBR0002221

Samenvatting

De Svb heeft terecht geweigerd aan appellante een ouderdomspensioen toe te kennen, omdat zij geen verzekerde tijdvakken in Nederland heeft opgebouwd. Besluit niet in strijd met Algemeen verdrag inzake sociale zekerheid tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk Marokko.

Uitspraak

21. 2244 AOW

Datum uitspraak: 25 februari 2022

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 15 april 2021, 20/4071 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[appellante] te [woonplaats] , Marokko (appellante)

de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (Svb)

PROCESVERLOOP

Appellante heeft hoger beroep ingesteld.

De Svb heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 14 januari 2022. Appellante is niet verschenen. De Svb heeft zich ter zitting via videobellen laten vertegenwoordigen door mr. L.M.J.A. Erkens-Hanssen.

OVERWEGINGEN

Appellante, geboren in 1953, was in polygamie de tweede echtgenote van [naam echtgenoot] sinds [trouwdatum 2] 1971. De eerste echtgenote, [naam echtgenote] , was vanaf [trouwdatum 1] 1954 getrouwd met [naam echtgenoot] , geboren in 1931, tot aan diens overlijden op [datum van overlijden] 1998. Aan appellante is in verband met zijn overlijden een nabestaandenuitkering op grond van de Algemene nabestaandenwet (ANW) toegekend. De Svb heeft appellante laten weten dat haar nabestaandenuitkering eindigt met ingang van 1 november 2019, omdat zij dan de pensioengerechtigde leeftijd bereikt. Daarop heeft appellante een ouderdomspensioen op grond van de Algemene Ouderdomswet (AOW) aangevraagd.

Met een besluit van 26 november 2019 heeft de Svb geweigerd aan appellante een ouderdomspensioen toe te kennen, omdat zij geen verzekerde tijdvakken heeft opgebouwd. Het bezwaar hiertegen is, in een beslissing van 13 mei 2020 (bestreden besluit), ongegrond verklaard.

2. Bij de aangevallen uitspraak is het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. Omdat niet in geschil is dat appellante niet in Nederland heeft gewoond of gewerkt en zij evenmin recht heeft op huwelijkse tijdvakken, bestaat er naar het oordeel van de rechtbank geen recht op een ouderdomspensioen.

3. In hoger beroep heeft appellante zich op het standpunt gesteld dat zij recht heeft op een ouderdomspensioen. Zij heeft een nabestaandenpensioen ontvangen tot aan de pensioengerechtigde leeftijd. Zij is ziek en kan niet werken. Zij beschikt niet over een andere bron van inkomsten.

4. De Raad komt de volgende beoordeling.

Met de rechtbank is de Raad van oordeel dat niet blijkt dat appellante verzekerde tijdvakken in Nederland heeft opgebouwd voor de AOW. Appellante bestrijdt niet dat zij niet in Nederland heeft gewoond of gewerkt. Op grond van de AOW heeft zij dus geen verzekerde tijdvakken opgebouwd.

Met betrekking tot het Algemeen verdrag inzake sociale zekerheid tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk Marokko (NMV) wordt als volgt overwogen. Niet in geschil is dat appellante in polygamie de tweede echtgenote is van [naam echtgenoot] . Gedurende de tijdvakken dat [naam echtgenoot] verzekerd was voor de volksverzekeringen, voor zijn overlijden in 1998, is appellante niet de eerste echtgenote geweest. Zowel op grond van het bepaalde in het NMV vóór als vanaf 1 november 2004 heeft zij als tweede echtgenote geen zelfstandige aanspraak op een Nederlands ouderdomspensioen.

Sinds 1 november 2004 voorziet het NMV alleen in toekenning van een zelfstandig ouderdomspensioen, gebaseerd op huwelijkse tijdvakken vervuld voor het bereiken van de leeftijd van 65 jaar, onder de aanvullende voorwaarde dat de echtgenote zich vanaf 1 november 2004 vrijwillig heeft verzekerd. In artikel 3 van het Slotprotocol is bepaald dat de bevoegdheid om zich vrijwillig te verzekeren is voorbehouden aan de eerste echtgenote van de verzekerde. Appellante was op 1 november 2004 niet de eerste echtgenote van [naam echtgenoot] . Zij heeft zich niet vrijwillig verzekerd en behoorde ook niet tot de kring van personen die zich vrijwillig had kunnen verzekeren.

Evenmin is de weigering van een ouderdomspensioen aan appellante in strijd met artikel 39 van het NMV. Er is geen sprake van een aanspraak van appellante op een zelfstandig ouderdomspensioen op grond van tijdvakken, vervuld vóór 1 november 2004, die door de wijziging van het NMV per 1 november 2004 teniet is gedaan. Vóór 1 november 2004 was in het NMV niet voorzien in een zelfstandige aanspraak op ouderdomspensioen voor gehuwde vrouwen of weduwen. Op grond van artikel 21 van het NMV (oud) werden uitsluitend in het ouderdomspensioen van de gehuwde man huwelijkse tijdvakken in aanmerking genomen die waren vervuld door zijn eerste echtgenote met wie hij gehuwd was op het tijdstip waarop hij de 65-jarige leeftijd bereikte. Het NMV (oud) bevatte geen bepaling op grond waarvan die huwelijkse tijdvakken ook na het overlijden van de man nog konden worden gehonoreerd. Onder de werking van artikel 21 van het NMV (oud) zou het nooit tot toekenning van een zelfstandig ouderdomspensioen aan appellante zijn gekomen.

Voor een verdere uiteenzetting van deze materie verwijst de Raad naar zijn uitspraken van 8 januari 2014, ECLI:NL:CRVB:2014:7 en 29 juli 2020, ECLI:NL:CRVB:2020:1654.

Nu appellante noch op grond van nationale bepalingen, noch op grond van het NMV recht heeft op een ouderdomspensioen, moet de conclusie zijn dat de rechtbank het beroep terecht ongegrond heeft verklaard. De aangevallen uitspraak zal dan ook bevestigd worden.

5. Voor een veroordeling tot vergoeding van proceskosten bestaat geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door E.E.V. Lenos, in tegenwoordigheid van B.H.B. Verheul als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 25 februari 2022.

(getekend) E.E.V. Lenos

(getekend) B.H.B. Verheul

Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de datum van verzending beroep in cassatie instellen bij de Hoge Raad der Nederlanden (Postbus 20303, 2500 EH Den Haag) ter zake van schending of verkeerde toepassing van bepalingen over het begrip verzekerde.

DÉCISION

La Centrale Raad van Beroep (Cour d'Appel Centrale) statue confirme la décision attaquée.

Par conséquent, décidée par M. le maître E.E.V. Lenos en présence de B.H.B Verheul en qualité de greffier, ainsi que prononcée en public, le 25-02-2022.

Les parties disposent d’un délai de six semaines à compter de la date d’envoi pour introduire un pourvoi en cassation contre cette décision devant la Cour de Cassation des Pays-Bas: Hoge Raad der Nederlanden (Postbus 20303, NL 2500 EH ’s-Gravenhage) au titre de la violation ou de la mauvaise application des dispositions concernant la notion de groupe d’assurés.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?