ECLI:NL:CRVB:2022:862

ECLI:NL:CRVB:2022:862, Centrale Raad van Beroep, 14-04-2022, 21/4233 WW

Instantie Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak 14-04-2022
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer 21/4233 WW
Rechtsgebied Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Procedure Hoger beroep
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:RBZWB:2021:5188
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Verwijst naar 1 zaken
Aangehaald door 1 zaken
5 wettelijke verwijzingen

Verwijst naar

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0002221 BWBR0004045 BWBR0005537 BWBR0017745 BWBR0029368

Samenvatting

Hoger beroep niet-ontvankelijk. Beroepschrift niet tijdig ingediend.

Uitspraak

Datum uitspraak: 14 april 2022

21/4233 WW

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:54 en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 14 oktober 2021 , 20/8090 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[appellant] te [woonplaats] (appellant)

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)

PROCESVERLOOP

Appellant heeft hoger beroep ingesteld.

OVERWEGINGEN

Ingevolge artikel 6:24 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in samenhang met de artikelen 6:7, 6:8, 6:9 en 6:11 van die wet geldt het volgende.

De termijn voor het indienen van een beroepschrift bedraagt zes weken. Deze termijn gaat in met ingang van de dag na die waarop de aangevallen uitspraak door middel van de toezending van een afschrift aan partijen is bekendgemaakt.

Een beroepschrift is tijdig ingediend indien het voor het einde van de termijn is ontvangen. Bij verzending per post is een beroepschrift tijdig ingediend indien het voor het einde van de termijn ter post is bezorgd, mits het niet later dan een week na afloop van de termijn is ontvangen.

De uitspraak waartegen hoger beroep is ingesteld is op 14 oktober 2021 in afschrift aan partijen toegezonden.

Het beroepschrift is op 2 december 2021 ontvangen. Het is, gezien de poststempel op de enveloppe, op 30 november 2021 ter post bezorgd.

Op grond hiervan moet worden geoordeeld dat het beroepschrift niet tijdig is ingediend.

Ten aanzien van een na afloop van de beroepstermijn ingediend beroepschrift blijft niet-ontvankelijkverklaring op grond daarvan achterwege indien redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener in verzuim is geweest.

Bij brief van 27 december 2021 is aan appellant gevraagd naar de reden van de termijnoverschrijding.

Appellant heeft daarop bij brief van 2 januari 2022 geantwoord dat hij zijn beroepschrift op dinsdag 23 november 2021 heeft verzonden. Het lag in appellant zijn bedoeling om de brief aangetekend te versturen omdat deze volgens appellant op 24 november 2021 binnen moest zijn om binnen de termijn te blijven. Dit is ook de reden dat de brief van 23 november 2021 gericht is aan het bezoekadres en niet de postbus. Bij het aanbieden van de brief bij het agentschap van Postnl gaf de medewerker aan dat de brief de volgende werkdag pas zou worden aangeboden bij Postnl. De tijdigheid zou hiermee in het gedrang komen. De medewerker adviseerde om de brief per gewone post te versturen. De kans was dan groot dat het poststuk de volgende werkdag zou zijn bezorgd. Bij het deponeren van de brief in de brievenbus heeft appellant de lichting gecontroleerd en deze bleek voor die dag nog niet gelicht te zijn.

Appellant is zich ervan bewust dat hij tegen de tijdsgrens van zes weken aan heeft gewerkt. De uitspraak van de rechtbank was nog aan zijn oude adres gericht. Appellant is in de laatste week van oktober verhuisd en heeft de uitspraak in deze hectische periode ontvangen. Hierdoor kan appellant onvoldoende snel schakelen om het beroepschrift ruim op tijd op te stellen.

Appellant geeft aan dat het al met al een onhandige samenloop van omstandigheden is waarbij hij een verklaring kan geven waarom het beroepschrift pas “vijf voor twaalf” is verzonden, maar appellant heeft geen verklaring waarom het zo laat bij de Raad is ontvangen. Als appellant dit vooraf had geweten dan had hij het beroepschrift persoonlijk op 24 november 2021 bij de rechtbank (lees: de Raad) afgegeven.

Wat appellant heeft aangevoerd, bevat geen grond waarop redelijkerwijs kan worden geoordeeld dat appellant niet in verzuim is geweest.

Volgens vaste rechtspraak van de Raad wordt bij de vaststelling van de dag waarop een brief ter post is bezorgd, uitgegaan van het op de enveloppe geplaatste poststempel, tenzij de verzender aannemelijk maakt dat de brief op een eerdere datum ter post is bezorgd. De enkele stelling van appellant dat hij het hoger beroepschrift op tijd heeft gepost, is daarvoor niet toereikend.

Het hoger beroep is kennelijk niet-ontvankelijk, zodat zonder verder onderzoek kan worden beslist.

Voor een proceskostenveroordeling is geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door S.B. Smit-Colenbrander, in tegenwoordigheid van J.M. Labage als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 14 april 2022.

(getekend) S.B. Smit-Colenbrander

(getekend) J.M. Labage

Tegen deze uitspraak kunnen een belanghebbende en het bestuursorgaan binnen zes weken na de verzending van het afschrift van deze uitspraak schriftelijk verzet doen bij de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA UTRECHT. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld te worden gehoord.

IvR

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?