ECLI:NL:CRVB:2023:1051

ECLI:NL:CRVB:2023:1051, Centrale Raad van Beroep, 01-06-2023, 22/1361 AW

Instantie Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak 01-06-2023
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer 22/1361 AW
Rechtsgebied Bestuursrecht
Procedure Hoger beroep
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Verwijst naar 24 zaken
Aangehaald door 2 zaken
13 wettelijke verwijzingen

Verwijst naar

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001947 BWBR0001950 BWBR0004045 BWBR0005291 BWBR0005537 BWBR0006358 BWBR0007791 BWBR0008114 BWBR0017745 BWBR0020495 BWBR0039393 CELEX:32016R0679 EU:32016R0679

Samenvatting

Het bezwaar tegen de inhouding van de pensioenpremie had (...) niet-ontvankelijk moeten worden verklaard, met de vermelding dat appellant zich tot de civiele rechter moet wenden. De Raad voorziet zelf.

Uitspraak

OVERWEGINGEN

Samenvatting

Deze zaak gaat over de vraag of de minister het recht heeft om een deel van de pensioenpremie op de ontslaguitkering van appellant in te houden.

Inleiding

1. Bij de beoordeling van het hoger beroep zijn de volgende feiten en omstandigheden van belang.

Appellant was sinds januari 1992 werkzaam bij de Belastingdienst, laatstelijk in de functie van [naam functie].

Op 11 november 2019 hebben partijen een vaststellingsovereenkomst gesloten. In de vaststellingsovereenkomst is opgenomen dat de aanstelling van appellant met ingang van 1 december 2019 wordt beëindigd op grond van artikel 99, eerste lid, van het Algemeen Rijksambtenarenreglement (ARAR) vanwege een ernstig en duurzaam verstoorde arbeidsrelatie. In de overeenkomst is door partijen vastgelegd dat ondertekening van de overeenkomst wordt gezien als het nemen van een besluit. Verder is opgenomen dat appellant recht heeft op een financiële regeling in de vorm van een ontslaguitkering. Deze ontslaguitkering is gelijk aan de werkloosheidsuitkering vermeerderd met de bovenwettelijke werkloosheidsuitkering als bedoeld in artikel 99, tweede lid, van het ARAR.

Op 29 november 2019 heeft de minister namens appellant bij pensioenuitvoerder Algemene Pensioen Groep (APG) een aanvraag voor de ontslaguitkering ingediend.

Bij brief van 14 januari 2020 heeft de APG namens de minister appellant met ingang van 1 december 2019 een ontslaguitkering toegekend. In deze brief is ook meegedeeld dat appellant tijdens de duur van de uitkering voor 50% pensioen opbouwt, waarvoor een deel van de premie wordt ingehouden op de uitkering. Appellant heeft tegen deze inhouding bezwaar gemaakt.

Bij besluit van 1 oktober 2020 (bestreden besluit) heeft de minister het bezwaar van appellant ongegrond verklaard. De inhouding van de pensioenpremie betreft een uitvoering van de op basis van artikel 4 van de Wet privatisering ABP gesloten Pensioenovereenkomst, waaraan partijen zijn gebonden. In artikel 4 van de Pensioenovereenkomst is in het eerste lid vastgelegd dat de overheidswerkgever een deel van de aan het pensioenfonds verschuldigde premies op de overheidswerknemer verhaalt door middel van een inhouding op het salaris. In het vijfde lid van ditzelfde artikel is bepaald dat het eerste lid van overeenkomstige toepassing is op de gewezen overheidswerknemer die een ontslaguitkering ontvangt.

Uitspraak van de rechtbank

2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank zich onbevoegd verklaard met de volgende motivering. Op 1 januari 2020 is artikel I van de Wet normalisering rechtspositie ambtenaren in werking getreden. Het overgangsrecht dat is neergelegd in artikel 16, tweede lid, van de Ambtenarenwet 2017 (AW 2017) houdt in dat als ten aanzien van een (gewezen) ambtenaar vóór 1 januari 2020 een besluit wordt genomen, de bestuursrechtelijke procedure uit de Algemene wet bestuursrecht (Awb) geldt. Voor besluiten die ná 1 januari 2020 zijn genomen geldt dat de burgerlijke rechter bevoegd is. In dit geval is de brief van 14 januari 2020 aan te merken als primair besluit. Omdat dit besluit is genomen ná 1 januari 2020 is de bestuursrechter niet bevoegd. Het betoog van appellant dat de bevoegdheid van de bestuursrechter volgt uit artikel 17 van de AW 2017 heeft de rechtbank verworpen. Uit artikel 17, tweede lid, van de AW 2017 volgt weliswaar dat algemeen verbindende voorschriften ten aanzien van te verstrekken uitkeringen aan ambtenaren wier dienstverband op 1 januari 2020 reeds is beëindigd van kracht blijven, maar dat de uitkeringsregelingen van toepassing blijven, maakt de bevoegdheid om van geschillen over de toekenning van uitkeringen op grond van die uitkeringsregelingen kennis te nemen niet anders. Die bevoegdheid is volgens de rechtbank immers bepaald in artikel 16, tweede lid, van de AW 2017.

Het standpunt van appellant

3. Appellant is het met die uitspraak van de rechtbank niet eens. Hij vindt dat de rechtbank wel bevoegd is.

Het oordeel van de Raad

Bevoegdheid bestuursrechter

4. De Raad beoordeelt of de rechtbank zich terecht onbevoegd heeft verklaard om van het geschil kennis te nemen. De Raad doet dat niet alleen aan de hand van de argumenten die appellant in hoger beroep heeft aangevoerd, de beroepsgronden, maar moet dit ook ambtshalve beoordelen. De Raad komt tot het oordeel dat de rechtbank wel bevoegd is, maar dat appellant niet in zijn bezwaar ontvangen had kunnen worden, maar zich tot de civiele rechter had moeten wenden. Hierna legt de Raad uit hoe hij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Appellant is bij de rechtbank in beroep gekomen van de beslissing op bezwaar van 1 oktober 2020. Niet in geschil is dat die beslissing een besluit is in de zin van artikel 1:3 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Ingevolge artikel 8:1 van de Awb staat tegen dit besluit beroep open bij de bestuursrechter. De rechtbank is bevoegd om als bestuursrechter in eerste aanleg over dat besluit een oordeel te geven.

Inhouding pensioenpremie

Appellant is het niet eens met de inhouding van de pensioenpremie die is vermeld in de brief van 14 januari 2020. Volgens vaste rechtspraak betreft de inhouding van pensioenpremie de uitvoering van de op basis van artikel 4 van de Wet privatisering ABP gesloten Pensioenovereenkomst. Daarmee is de inhouding van pensioenpremie civielrechtelijk van aard, waardoor geen sprake is van een besluit als bedoeld in artikel 1:3, eerste lid, van de Awb. Het bezwaar tegen de inhouding van pensioenpremie had dan ook niet-ontvankelijk moeten worden verklaard, met de vermelding dat appellant zich tot de civiele rechter moet wenden.

Conclusie en gevolgen

Uit het voorgaande volgt dat het hoger beroep slaagt. De aangevallen uitspraak moet worden vernietigd, het beroep van appellant moet gegrond worden verklaard en het bestreden besluit moet worden vernietigd. De Raad zal zelf in de zaak voorzien door het bezwaar van appellant niet-ontvankelijk te verklaren. Appellant zal zich moet wenden tot de civiele rechter om een rechterlijk oordeel over de inhouding van de pensioenpremie te krijgen.

5. Hoewel het hoger beroep van appellant slaagt krijgt hij geen vergoeding voor proceskosten omdat hij niet is bijgestaan door een professionele rechtsbijstandverlener en niet heeft verzocht om een reiskostenvergoeding. Appellant krijgt wel het in beroep en in hoger beroep betaalde griffierecht van in totaal € 452,- terug.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep

Deze uitspraak is gedaan door J.J.T van den Corput als voorzitter en L.M. Tobé en H. Lagas als leden, in tegenwoordigheid van D. Al-Zubaidi als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 1 juni 2023.

(getekend) J.J.T van den Corput

(getekend) D. Al-Zubaidi

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl ABkort 2023/177 PR-Updates.nl PR-2023-0139 PJ 2023/86
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?