Datum uitspraak: 3 juli 2023
23/577 PW
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:54 en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van
12 december 2022, 22/3753 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellante] te [woonplaats] (appellante)
het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam
PROCESVERLOOP
Namens appellante heeft mr. S. Karkache, advocaat, hoger beroep ingesteld.
OVERWEGINGEN
Ingevolge artikel 6:24 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in samenhang met de artikelen 6:7, 6:8, 6:9 en 6:11 van die wet geldt het volgende.
De termijn voor het indienen van een beroepschrift bedraagt zes weken. Deze termijn gaat in met ingang van de dag na die waarop de aangevallen uitspraak door middel van de toezending van een afschrift aan partijen is bekendgemaakt.
Een beroepschrift is tijdig ingediend indien het voor het einde van de termijn is ontvangen. Bij verzending per post is een beroepschrift tijdig ingediend indien het voor het einde van de termijn ter post is bezorgd, mits het niet later dan een week na afloop van de termijn is ontvangen.
De uitspraak waartegen hoger beroep is ingesteld is op 20 december 2022 in afschrift aan partijen toegezonden per aangetekende post.
Het hogerberoepschrift is op 14 februari 2023 ontvangen.
Op grond hiervan moet worden geoordeeld dat het beroepschrift niet tijdig is ingediend.
Ten aanzien van een na afloop van de beroepstermijn ingediend beroepschrift blijft nietontvankelijkverklaring op grond daarvan achterwege indien redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener in verzuim is geweest.
In het hogerberoepschrift is aangevoerd dat appellante de aangevallen uitspraak pas op 25 januari 2023 heeft ontvangen, dat het advocatenkantoor al maanden problemen ondervindt met een postbezorger en dat daarover klachten zijn ingediend bij Post.nl.
Wat appellante heeft aangevoerd bevat geen grond waarop redelijkerwijs kan worden geoordeeld dat appellante niet in verzuim is geweest of de termijnoverschrijding verschoonbaar is.
De rechtbank heeft de aangevallen uitspraak op 20 december 2022 per aangetekende post aan appellante toegezonden. Indien een aangetekend stuk niet wordt afgehaald geldt in beginsel het uitgangspunt dat een termijnoverschrijding voor rekening en risico komt van de desbetreffende partij die hoger beroep instelt. Voor zover appellante heeft beoogd te betogen dat zij geen afhaalbericht heeft ontvangen, ligt het op haar weg feiten aannemelijk te maken op grond waarvan redelijkerwijs kan worden betwijfeld dat een afhaalbericht is achtergelaten. Zulke feiten heeft appellante niet aannemelijk gemaakt en op basis van de informatie van Post.nl ligt dit ook niet in de rede.
Het hoger beroep is kennelijk niet-ontvankelijk, zodat zonder verder onderzoek kan worden beslist.
Voor een proceskostenveroordeling is geen aanleiding.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door J.J. Janssen, in tegenwoordigheid van E. Blijleven als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 3 juli 2023.
(getekend) J.J. Janssen
(getekend) E. Blijleven
Tegen deze uitspraak kunnen een belanghebbende en het bestuursorgaan binnen zes weken na de verzending van het afschrift van deze uitspraak schriftelijk verzet doen bij de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA UTRECHT. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld te worden gehoord.