Artikel 4:6
Eerste lid: Indien na een geheel of gedeeltelijk afwijzende beschikking een nieuwe aanvraag wordt gedaan, is de aanvrager gehouden nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden te vermelden.Tweede lid: Wanneer geen nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden worden vermeld, kan het bestuursorgaan zonder toepassing te geven aan artikel 4:5 de aanvraag afwijzen onder verwijzing naar zijn eerdere afwijzende beschikking.
Uitkeringsregeling Backpay
Artikel 1
In deze regeling wordt verstaan onder:
a. a) Minister: de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport;
b) Uitvoeringsorganisatie: de door de minister aan te wijzen organisatie die onderhavige regeling uitvoert;
c) Backpay: eenmalige uitkering van netto 25.000 euro – op morele gronden – als finale financiële tegemoetkoming voor niet uitbetaalde salarissen aan belanghebbende;
d)Belanghebbende: de persoon die als ambtenaar of militair ten tijde van de Japanse bezetting in dienst was van het Nederlands-Indisch Gouvernement en aan wie gedurende de Japanse bezetting in de periode van 8 maart 1942 tot 15 augustus 1945 geen dan wel niet volledig salaris is uitbetaald;
e) Aanvrager: diegene die overeenkomstig artikel 5 via de bevestigingsbrief verklaart dat hij belanghebbende is; of die overeenkomstig artikel 6 via het aanvraagformulier een aanvraag indient.
Artikel 2
De minister kan aan een belanghebbende Backpay toekennen.
Artikel 3
Eerste lid: Recht op Backpay heeft de belanghebbende die: a. op 15 augustus 2015 in leven was; b. niet door de rechter is veroordeeld wegens collaboratie met de Japanners; c. gedurende (een deel van) de Japanse bezetting niet de Japanse nationaliteit heeft bezeten.Tweede lid: Indien de belanghebbende op of na 15 augustus 2015 is overleden hebben diens erfgenamen recht op Backpay.
Artikel 7
De minister kan in bijzondere gevallen tegemoetkomen aan onbillijkheden van overwegende aard, die zich naar het oordeel van de minister bij de toepassing van deze regeling mochten voordoen.
Beleidsregels Sociale Verzekeringsbank Uitkeringsregeling Backpay
A. Beleidsregels die zijn gebaseerd op artikel 1, sub d van de Uitkeringsregeling Backpay:
In artikel 1 sub d van de uitkeringsregeling Backpay wordt verstaan onder belanghebbende: de persoon die als ambtenaar of militair ten tijde van de Japanse bezetting in dienst was van het Nederlands-Indisch Gouvernement en aan wie gedurende de Japanse bezetting in de periode van 8 maart 1942 tot 15 augustus 1945 geen dan wel niet volledig salaris is uitbetaald.
Ten aanzien van dit artikel hanteert de SVB het volgende beleid:
(…)
7. Luchtbeschermingsdienst.
De SVB maakt binnen de luchtbeschermingsdienst (LBD) onderscheid tussen personen die duidelijk onderdeel zijn geweest van de kaderbezetting en de overige personen die werkzaamheden hebben verricht binnen de LBD, bijvoorbeeld naast hun reguliere werkzaamheden of opleiding. Het kernpersoneel genoot krachtens een met hen gesloten arbeidsovereenkomst met de Nederlands-Indische overheid een maandbezoldiging en kan, als dit dienstverband vast staat, daardoor in aanmerking komen voor de Backpay-uitkering.
(…)
E. Beleidsregels die zijn gebaseerd op artikel 7 van de Uitkeringsregeling Backpay
(…)
Ten aanzien van artikel 7 hanteert de SVB het volgende beleid:
(…)
5. Aan de mogelijkheid om in bijzondere gevallen af te wijken van de voorwaarden in de Uitkeringsregeling Backpay geeft de SVB de volgende invulling. Zij acht de Uitkeringsregeling Backpay ook van toepassing op de volgende categorieën personen
a. Personen met een Wiv-erkenning.
Het plegen van verzet tijdens de Japanse bezetting en het zich 'formeel' in dienst stellen van de overheid in Nederlands-Indië vertoont dusdanig veel overeenkomsten met de groep van personen waarvoor deze regeling is bedoeld, dat een strikte toepassing van de bepalingen van de Uitkeringsregeling Backpay, met name het vereiste van een dienstverband bij het Nederlands-Indische Gouvernement, in deze situatie onbillijk zou zijn.
b. Personeel gesubsidieerd lager onderwijs.
Dit betreft leerkrachten die op 8 maart 1942 werkzaam waren in het particulier onderwijs dat gesubsidieerd werd door de overheid in Nederlands-Indië. Deze subsidiëring werd als dekking gebruikt voor de gehele begroting van deze scholen, inclusief de salarissen van de leerkrachten. Nu de financiële afhankelijkheid van het Nederlands-Indische Gouvernement voor deze groep van personen zoveel overeenkomsten vertoont met de groep van personen waarvoor deze regeling is bedoeld, acht de SVB een strikte toepassing van de bepalingen van de Uitkeringsregeling Backpay, met name het vereiste van een dienstverband bij het Nederlands-Indische Gouvernement, in deze situatie onbillijk.
c. Verpleegkundig personeel gesubsidieerde particuliere ziekenhuizen.
Het gaat om verpleegkundig personeel werkzaam in een particulier ziekenhuis dat structureel gesubsidieerd werd door de Nederlands-Indische overheid. Personeel in die ziekenhuizen verkeerde in een soortgelijke positie als verplegend personeel in overheidsziekenhuizen. Nu de financiële afhankelijkheid van het Nederlands-Indische Gouvernement voor deze groep van personen zoveel overeenkomsten vertoont met de groep van personen waarvoor deze regeling is bedoeld, acht de SVB een strikte toepassing van de bepalingen van de Uitkeringsregeling Backpay, met name het vereiste van een dienstverband bij het Nederlands-Indische Gouvernement, in deze situatie onbillijk.