ECLI:NL:CRVB:2023:2166

ECLI:NL:CRVB:2023:2166, Centrale Raad van Beroep, 31-10-2023, 23/1287 WAO-W2

Instantie Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak 31-10-2023
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer 23/1287 WAO-W2
Rechtsgebied Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Procedure Hoger beroep
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 3 zaken
1 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0005537

Samenvatting

Afwijzing verzoek om wraking.

Uitspraak

OVERWEGINGEN

1. Artikel 8:15 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bepaalt dat op verzoek van een partij elk van de rechters die een zaak behandelen, kan worden gewraakt op grond van feiten en omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Ook leden van de wrakingskamer kunnen worden gewraakt.

Verzoeker heeft aan zijn verzoek het volgende ten grondslag gelegd. De voorzitter van de wrakingskamer, B.J. van de Griend, is als lid van een meervoudige kamer betrokken geweest bij een eerdere zaak van verzoeker. De Raad heeft in die zaak op 30 april 2015 uitspraak gedaan en de aangevallen uitspraak bevestigd. Verzoeker is het niet eens met deze uitspraak en is van mening dat Van de Griend in die zaak belangrijk bewijs heeft genegeerd en daarmee niet aan haar onderzoeksverplichting heeft voldaan. Volgens verzoeker brengt de betrokkenheid van Van de Griend bij die eerdere zaak daarom mee dat zij geen deel mag uitmaken van de wrakingskamer. Ter onderbouwing van dit standpunt wijst verzoeker ook op een conclusie van advocaat-generaal Niessen.

Uit wat verzoeker heeft aangevoerd en wat ter zitting is besproken, volgt dat de gronden van het wrakingsverzoek uitsluitend betrekking hebben op Van de Griend, als voorzitter van de wrakingskamer, en niet op de andere leden van deze kamer.

De Raad komt tot het oordeel dat wat verzoeker heeft aangevoerd met betrekking tot de betrokkenheid van Van de Griend bij de zaak uit 2015, niet tot het oordeel kan leiden dat sprake is van feiten en omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Hierna legt de Raad uit hoe hij tot dit oordeel komt.

Een wrakingsgrond moet zijn gelegen in feiten of omstandigheden die betrekking hebben op (de persoon van) de rechter die de zaak behandelt. Bij een beoordeling van een beroep op het ontbreken van de onpartijdigheid van de rechter dient voorts het uitgangspunt te zijn dat een rechter uit hoofde van zijn aanstelling moet worden vermoed onpartijdig te zijn, tenzij zich een uitzonderlijke omstandigheid voordoet die een zwaarwegende aanwijzing vormt voor het oordeel dat een rechter jegens een rechtzoekende een vooringenomenheid koestert, althans dat bij een rechtzoekende dienaangaande bestaande vrees objectief gerechtvaardigd is.

Het is vaste rechtspraak van de Raad dat de enkele omstandigheid dat een rechter eerder heeft geoordeeld in een zaak van eenzelfde partij geen grond vormt voor twijfel aan zijn onpartijdigheid. Dat is ook het geval indien daarbij door die rechter een voor die partij onwelgevallige procedurele of inhoudelijke beslissing is genomen.

De bezwaren van verzoeker komen er kort gezegd op neer dat hij geen vertrouwen in Van de Griend heeft, omdat zij volgens hem in het verleden onjuiste beslissingen heeft genomen. Dat levert gelet op wat in 3.3 is overwogen geen zwaarwegende aanwijzing op voor vooringenomenheid jegens verzoeker. Verzoeker heeft evenmin concrete feiten en omstandigheden naar voren gebracht waaruit (de schijn van) vooringenomenheid van Van de Griend kan worden afgeleid. Ook de conclusie van Niessen leidt niet tot een ander oordeel. Deze conclusie ziet op een andere situatie – namelijk of het lid van de enkelvoudige kamer dat in eerste instantie over de zaak heeft beslist ook het verzoek om herziening van die uitspraak mag behandelen – en is bovendien niet gevolgd door de Hoge Raad.

4. Uit 3.1 tot en met 3.4 volgt dat het verzoek om wraking moet worden afgewezen. Dat brengt mee dat het verzoek om wraking van Van Olden-Smit kan worden behandeld door de wrakingskamer zoals die oorspronkelijk is samengesteld.

5. Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep wijst het verzoek om wraking af.

Deze beslissing is gegeven door T. Dompeling als voorzitter en E.C.E. Marechal en J.J. Janssen als leden, in tegenwoordigheid van S.S. Blok als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 31 oktober 2023.

(getekend) T. Dompeling

(getekend) S.S. Blok

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?