20 4476 AOW-PV
BESLISSING
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Overijssel van 13 november 2020, 20/354 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellante] te [woonplaats] (appellante)
de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank
Datum uitspraak: 24 november 2023
Zitting heeft: J.C. Boeree, als lid van de enkelvoudige kamer
Griffier: L.C. van Bentum
Ter zitting is niemand verschenen.
De Centrale Raad van Beroep verklaart het verzet ongegrond.
GRONDEN VAN DE BESLISSING
In de uitspraak van 15 september 2023 heeft de Raad zich onbevoegd verklaard om van het hoger beroep kennis te nemen. De reden hiervoor was dat appellante hoger beroep had ingesteld tegen een uitspaak op verzet en dat is op grond van de Algemene wet bestuursrecht niet mogelijk. Dit staat in artikel 8:104, tweede lid, aanhef en onder c, van de Awb.
Appellante heeft verzet gedaan.
Zoals de Raad in de uitspraak van 15 maart 2023 heeft overwogen is het niet mogelijk hoger beroep in te stellen tegen een verzetsuitspraak. Dit lijdt slechts uitzondering indien zich een zodanig ernstige schending van de eisen van een goede procesorde dan wel van fundamentele rechtsbeginselen heeft voorgedaan, dat van een eerlijke en onafhankelijke behandeling niet meer kan worden gesproken (zie de uitspraak van de Raad van 19 maart 2015, ECLI:NL:CRVB:2015:946). Wat appellante heeft aangevoerd, biedt geen grond voor het oordeel dat zich in dit geval een zodanig ernstige schending heeft voorgedaan.
Dit betekent dat het verzet ongegrond wordt verklaard.
Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.
Waarvan proces-verbaal.
De griffier Het lid van de enkelvoudige kamer
(getekend) L.C. van Bentum (getekend) J. C. Boeree