23/1906 WUV
Datum uitspraak: 22 mei 2024
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak in het geding tussen
Partijen:
[appellant] te [woonplaats] (appellant)
de Pensioen- en Uitkeringsraad (verweerder)
SAMENVATTING
Verweerder heeft afwijzend beslist op de aanvraag van appellant om in aanmerking te komen voor toekenningen op grond van de Wuv. De Raad onderschrijft het standpunt van verweerder dat appellant niet onder de werking van de Wuv kan worden gebracht, omdat deze wet gesloten is voor de zogenoemde na-oorlogse generatie.
PROCESVERLOOP
Appellant heeft beroep ingesteld tegen een besluit van verweerder van 13 juni 2023, kenmerk BZ011558428 (bestreden besluit).
Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
De Raad heeft de zaak behandeld op een zitting van 10 april 2024. Appellant is verschenen, bijgestaan door [X]. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door A.L van de Wiel.
OVERWEGINGEN
Inleiding
1. Bij de beoordeling van het beroep zijn de volgende feiten en omstandigheden van belang.
Appellant is geboren in 1966 en grootgebracht door zijn grootouders. Zijn grootvader ondervindt medische klachten die in verband worden gebracht met zijn verblijf in concentratiekampen tijdens de Tweede Wereldoorlog. De eerste vrouw van de grootvader is in Auschwitz omgekomen. Deze gebeurtenissen hebben naar eigen zeggen een psychische uitwerking op appellant.
In oktober 2022 heeft appellant bij verweerder een aanvraag ingediend om toekenning van een uitkering op grond van de Wuv.
Met een besluit van 27 januari 2023 heeft verweerder de aanvraag afgewezen op de grond dat de mogelijkheid om personen die ná 5 mei 1945 zijn geboren met de vervolgde gelijk te stellen, met de wetswijziging per 15 juli 1994, is komen te vervallen. Appellant heeft daartegen bezwaar gemaakt maar verweerder is met het bestreden besluit bij de afwijzing van de aanvraag gebleven en heeft het bezwaar ongegrond verklaard.
Het oordeel van de Raad
De Raad beoordeelt of verweerder terecht de aanvraag om toekenningen op grond van de Wuv heeft afgewezen. Hij doet dit aan de hand van de argumenten die appellant heeft aangevoerd, de beroepsgronden. De Raad komt tot het oordeel dat het beroep niet slaagt. Hierna legt de Raad uit hoe hij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Met ingang van 15 juli 1994 is de Wuv gewijzigd en sindsdien gesloten voor de naoorlogse generatie. Sinds die wetswijziging kunnen – kort gezegd – alleen de personen die tijdens de Tweede Wereldoorlog in omstandigheden verkeerden die overeenkomst vertonen met vervolging nog in aanmerking komen voor gelijkstelling met de vervolgde op grond van artikel 3, tweede lid, van de Wuv.
Appellant is ver ná de Tweede Wereldoorlog geboren. De wetswijzing van 15 juli 1994 staat eraan in de weg om aanvragen van personen van die generatie te kunnen honoreren als de aanvraag ná de genoemde wetswijziging oftewel de sluiting van de Wuv zijn ingediend. Dat appellant een uitkering heeft ontvangen in het kader van de “Tegemoetkoming Slachtoffers WOII Transporten NS” kan de wettelijke sluiting van de Wuv niet ongedaan maken. Die regeling was immers uitsluitend bedoeld voor overlevenden en directe nabestaanden van diegenen die door de NS zijn vervoerd om naar concentratie- en vernietigingskampen te worden getransporteerd. Het ontvangen van een tegemoetkoming op grond van die regeling kan op zichzelf niet leiden tot toekenning van aanspraken op grond van de Wuv.
Conclusie en gevolgen
3. Het beroep slaagt dus niet. Dit betekent dat het bestreden besluit in stand blijft en appellante geen recht heeft op toekenningen op grond van de Wuv.
4. Appellant krijgt daarom het griffierecht niet terug. Hij krijgt ook geen vergoeding van zijn proceskosten.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door H. Lagas, in tegenwoordigheid van C.K. Teunissen als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 22 mei 2024.
(getekend) H. Lagas
(getekend) C.K. Teunissen