ECLI:NL:CRVB:2024:1225

ECLI:NL:CRVB:2024:1225, Centrale Raad van Beroep, 11-06-2024, 22/2737 PW

Instantie Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak 11-06-2024
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer 22/2737 PW
Rechtsgebied Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Procedure Hoger beroep
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Verwijst naar 2 zaken
Aangehaald door 2 zaken
4 wettelijke verwijzingen

Verwijst naar

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0002656 BWBR0004045 BWBR0015703 BWBR0035917

Samenvatting

Afwijzing aanvraag om bijzondere bijstand. Gemist inkomen tijdens verblijf in buitenland. Geen zeer dringende redenen. Appellant heeft niet aannemelijk gemaakt dat hij verkeerde in een acute noodsituatie. Dat appellant Kenia niet kon verlaten op de geplande uitreisdatum door de coronapandemie en de daarmee samenhangende reisbeperkingen, is daarvoor niet toereikend. Weliswaar vormden die als overmacht te kwalificeren omstandigheden de redenen waarom appellant niet eerder kon terugkeren naar Nederland, maar die omstandigheden hebben voor hem persoonlijk niet een acute noodsituatie opgeleverd.

Uitspraak

SAMENVATTING

22/2737 PW

Datum uitspraak: 11 juni 2024

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Noord-Holland van 22 juli 2022, 21/1979 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[appellant] te [woonplaats] (appellant)

het college van burgemeester en wethouders van Haarlem (college)

In deze zaak gaat het om de afwijzing van een aanvraag om bijzondere bijstand op grond van de Participatiewet (PW) voor gemist inkomen over de periode dat appellant in het buitenland verbleef. Appellant beroept zich op zeer dringende redenen als bedoeld in artikel 16, eerste lid, van de PW. De Raad oordeelt dat het college de aanvraag terecht heeft afgewezen.

PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. L.A. Fischer, advocaat, hoger beroep ingesteld. Het college heeft een verweerschrift ingediend.

De Raad heeft de zaak behandeld op een zitting van 30 april 2024. Voor appellant is mr. Fischer verschenen. Het college heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. S. Liefting.

OVERWEGINGEN

Inleiding

1. Bij de beoordeling van het hoger beroep zijn de volgende feiten en omstandigheden van belang.

Appellant is op 18 maart 2020 vertrokken naar Kenia. Op 8 augustus 2020 is appellant teruggekeerd in Nederland. Voor vertrek was appellant werkzaam als uitzendkracht. Na terugkeer in Nederland heeft appellant zijn werkzaamheden weer voortgezet.

Na afwijzing van een aanvraag om een uitkering op grond van de Werkloosheidswet heeft appellant op 21 september 2020 een aanvraag ingediend om bijzondere bijstand op grond van de PW. Op het daartoe strekkende aanvraagformulier heeft appellant vermeld dat hij bijzondere bijstand aanvraagt ter overbrugging van gemist inkomen als gevolg van de lockdown in Kenia. Verder heeft appellant op het formulier vermeld dat hij als gevolg van de uitbraak van corona niet meer uit Kenia kon terugkeren. Appellant verzoekt om bijzondere bijstand ter hoogte van vier maanden algemene bijstand naar de norm voor een alleenstaande.

Met een besluit van 27 januari 2021, na bezwaar gehandhaafd met een besluit van 23 maart 2021 (bestreden besluit), heeft het college de aanvraag afgewezen. Aan het bestreden besluit heeft het college ten grondslag gelegd dat appellant vanwege verblijf in het buitenland geen recht heeft op bijzondere bijstand en dat het enkele feit dat appellant buiten zijn macht buiten Nederland verblijf heeft moeten houden niet maakt dat sprake is van zeer dringende redenen die op grond van artikel 16, eerste lid, van de PW noodzaken tot verlening van de gevraagde bijstand.

Uitspraak van de rechtbank

2. De rechtbank heeft het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard en daarmee het bestreden besluit in stand gelaten.

Het standpunt van appellant

3. Appellant is het met de uitspraak van de rechtbank niet eens. Hij stelt zich, kort samengevat, op het standpunt dat hij op grond van zeer dringende redenen als bedoeld in artikel 16, eerste lid, van de PW recht op bijstand heeft. Hij kon door de coronamatregelen niet eerder vanuit Kenia naar Nederland terugkeren en heeft daardoor inkomen gemist.

Het oordeel van de Raad

4. De Raad beoordeelt of de rechtbank terecht het bestreden besluit in stand heeft gelaten aan de hand van wat appellant in hoger beroep heeft aangevoerd, de beroepsgronden. De Raad komt tot het oordeel dat het hoger beroep niet slaagt.

Artikel 16, eerste lid, van de PW

Niet in geschil is dat appellant over de periode dat hij in het buitenland verbleef geen recht heeft op bijstand. In geschil is uitsluitend of het college op grond van artikel 16, eerste lid, van de PW toch de gevraagde bijzondere bijstand had moeten verlenen.

Het college kan op grond van artikel 16, eerste lid, van de PW aan een persoon die geen recht op bijstand heeft, toch bijstand verlenen als zeer dringende redenen daartoe noodzaken. Zeer dringende redenen als bedoeld in dit artikellid doen zich voor als er een acute noodsituatie is en de behoeftige omstandigheden waarin de betrokkene verkeert op geen enkele andere wijze zijn te verhelpen, zodat het verlenen van bijstand onvermijdelijk is. Dit is vaste rechtspraak. Een acute noodsituatie kan zich bijvoorbeeld voordoen als een situatie levensbedreigend is of als blijvend ernstig geestelijk of lichamelijk letsel of invaliditeit daarvan het gevolg kan zijn. Een acute noodsituatie doet zich voor als het niet-verlenen van bijstand voor de betrokkene tot ernstige gevolgen leidt, met name voor diens gezondheid. De wetgever heeft bij het begrip ‘zeer dringende redenen’ gedacht aan een extreme situatie en heeft nadrukkelijk niet beoogd een algemene ontsnappingsclausule te bieden. Daarom moet het gaan om een schrijnende situatie waarvan het evident is dat weigering van bijstand zonder meer onaanvaardbaar is. Dit volgt uit eerdere rechtspraak.

Artikel 16, eerste lid, van de PW gaat over een uitzondering op de hoofdregel. Daarom moet de betrokkene aannemelijk maken dat aan de onder 4.2 genoemde voorwaarden is voldaan. Appellant is hierin niet geslaagd.

Appellant heeft niet aannemelijk gemaakt dat hij tijdens zijn verblijf in Kenia in behoeftige omstandigheden verkeerde die alleen met bijstandverlening waren te verhelpen. Niet in geschil is dat appellant tijdens dat verblijf hulp van zijn familieleden heeft gehad. Verder staat vast dat appellant in de periode dat hij in Kenia verbleef nog meer dan € 3.800,- aan inkomsten heeft ontvangen. De enkele stelling ter zitting dat zijn middelen bij terugkeer in Nederland niet meer toereikend waren om bijvoorbeeld de borgsom te betalen voor een nieuw te huren kamer, kan appellant dan ook niet baten. Voor zover appellant schulden heeft gesteld, is verder van belang dat hij reeds voor vertrek schulden had en niet aannemelijk heeft gemaakt dat die schulden zijn toegenomen tijdens zijn verblijf in Kenia.

Appellant heeft evenmin aannemelijk gemaakt dat hij verkeerde in een acute noodsituatie als omschreven in 4.2. Dat appellant Kenia niet kon verlaten op de geplande uitreisdatum 20 april 2020 door de coronapandemie en de daarmee samenhangende reisbeperkingen, is daarvoor niet toereikend. Weliswaar vormden die als overmacht te kwalificeren omstandigheden de redenen waarom appellant niet eerder kon terugkeren naar Nederland, maar die omstandigheden hebben voor hem persoonlijk niet een acute noodsituatie opgeleverd.

Conclusie en gevolgen

Het hoger beroep slaagt dus niet. De aangevallen uitspraak wordt bevestigd. Dit betekent dat het bestreden besluit in stand blijft. Het college heeft appellant terecht de gevraagde bijzondere bijstand geweigerd.

5. Omdat het hoger beroep niet slaagt krijgt appellant geen vergoeding voor zijn proceskosten en krijgt hij ook het betaalde griffierecht niet terug.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door E.J.M. Heijs, in tegenwoordigheid van N. van der Horn als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 11 juni 2024.

(getekend) E.J.M. Heijs

De griffier is verhinderd te ondertekenen

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl USZ 2024/217 JWWB 2024/139
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?