ECLI:NL:CRVB:2024:2353

ECLI:NL:CRVB:2024:2353, Centrale Raad van Beroep, 27-11-2024, 23/418 AW-PV

Instantie Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak 27-11-2024
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer 23/418 AW-PV
Rechtsgebied Bestuursrecht; Ambtenarenrecht
Procedure Hoger beroep
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 4 zaken
1 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001947

Samenvatting

De bestuursrechter is onbevoegd om kennis te nemen van het verzoek om schadevergoeding van de geleden en nog te lijden schade ten gevolge van het ongeval. De rechtbank heeft dat niet onderkend. Daarom moet de aangevallen uitspraak worden vernietigd en wordt de rechtbank alsnog onbevoegd verklaard. Deze onbevoegdheid treft de bestuursrechter en neemt niet weg dat appellante zich met een verzoek om schadevergoeding tot de burgerlijke rechter kan wenden. proceskostenveroordeling.

Uitspraak

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep

Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar. Zij is gebaseerd op de volgende overwegingen.

OVERWEGINGEN

Inleiding

Op 15 januari 2018 is appellante tijdens de uitoefening van haar werkzaamheden een ongeval overkomen.

Bij brief van 11 maart 2019 heeft appellante de stichting verzocht om vergoeding van de geleden en nog te lijden schade ten gevolge van het ongeval. Op 1 juli 2019 heeft de stichting aan appellante laten weten dat de zij niet aansprakelijk is, omdat de stichting de op haar rustende zorgplicht niet heeft geschonden.

Appellante heeft op 20 oktober 2020 een verzoek om schadevergoeding bij de rechtbank ingediend.

Uitspraak van de rechtbank

2. De rechtbank heeft het verzoek om schadevergoeding afgewezen.

Het standpunt van appellant

3. Appellant is het niet eens met de uitspraak van de rechtbank.

Het oordeel van de Raad

4. De Raad overweegt ambtshalve als volgt.

De arbeidsverhouding van appellante is op grond van artikel 14, eerste lid, van de Ambtenarenwet 2017 per 1 januari 2020 van rechtswege omgezet in een arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht. Uit de uitspraak van de Raad van 27 oktober 2022, rechtsoverweging 4.3.6, volgt dat ambtenaren met een arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht zich vanaf 1 januari 2020 voor een eventuele schadeclaim dienen te wenden tot de burgerlijke rechter, ook als het, zoals hier, een schadeoorzaak van vóór die datum zou betreffen. Appellante heeft op 20 oktober 2020 een verzoekschrift als bedoeld in artikel 8:90, eerste lid van de Awb ingediend bij de rechtbank, dat wil zeggen na 1 januari 2020. Dat niet dit moment bepalend moet zijn, maar het vóór 1 januari 2020 ingediende verzoek om schadevergoeding aan de stichting, omdat daarmee de bestuursrechtelijke procedure reeds in gang is gezet, volgt de Raad niet. Dit strookt niet met de genoemde uitspraak van 27 oktober 2022 en evenmin met de geschiedenis van de totstandkoming van titel 8.4 van de Awb, zoals die ter zitting is voorgehouden. Daaruit blijkt – kort samengevat – dat het verzoekschrift bij de rechtbank de ingang van de procedure is en het object van het geding bepaalt, te weten de aanspraak op schadevergoeding, en dat de wetgever het (ook niet steeds verplichte) verzoek om schadevergoeding aan het bestuursorgaan met name ziet als een kennisgeving aan het bestuursorgaan van het voornemen om zich met een schadeverzoek tot de rechter te wenden met als doel partijen de gelegenheid te geven samen tot een oplossing te komen.

De conclusie is dus dat de bestuursrechter onbevoegd is om kennis te nemen van het verzoek. De rechtbank heeft dat niet onderkend. Daarom moet de aangevallen uitspraak worden vernietigd en wordt de rechtbank alsnog onbevoegd verklaard. Deze onbevoegdheid treft de bestuursrechter en neemt niet weg dat appellante zich met een verzoek om schadevergoeding tot de burgerlijke rechter kan wenden. Er bestaat aanleiding de stichting te veroordelen in de proceskosten van appellante in hoger beroep. Deze kosten worden, conform het Besluit proceskosten bestuursrecht, bepaald op € 2.187,50 voor rechtsbijstand en € 25,20 aan reiskosten, totaal derhalve € 2.212,70. De griffier zal het betaalde griffierecht in beroep en hoger beroep terugbetalen.

Waarvan proces-verbaal.

De griffier De voorzitter van de meervoudige kamer

(getekend) E.P.J.M. Claerhoudt (getekend) L.M. Tobé

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl ABkort 2025/12 NJB 2025/91 TAR 2025/1 O&A 2025/8 AB 2025/192 met annotatie van A.M.L. Jansen
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?