ECLI:NL:CRVB:2024:2463

ECLI:NL:CRVB:2024:2463, Centrale Raad van Beroep, 25-07-2024, 23/1572 WAZO-PV

Instantie Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak 25-07-2024
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer 23/1572 WAZO-PV
Rechtsgebied Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Procedure Proces-verbaal
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 3 zaken
5 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001888 BWBR0004045 BWBR0005537 BWBR0006358 BWBR0013008

Samenvatting

Hoger Beroepen in drie zaken niet-ontvankelijk verklaart, wegens het niet betalen van het griffierecht. Het verzoek om proceskostenvergoeding wordt afgewezen, omdat de gemachtigde niet voldoet aan de eisen voor professionele rechtsbijstand. Het wrakingsverzoek van de gemachtigde wordt afgewezen, omdat het niet meer mogelijk is te wraken zodra de mondelinge uitspraak is gestart.

Uitspraak

23/1567 ZW, 23/1568 WAZO, 23/1569 ZW, 23/1570 ZW, 23/1571 WW, 23/1572 WAZO-PV

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak op de hoger beroepen tegen de uitspraken van de rechtbank Noord-Nederland van

Partijen:

[appellante] te [woonplaats] (appellante)

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)

Datum uitspraak: 25 juli 2024

Zitting heeft: mr. J.D. Streefkerk Griffier: N. ter Heerdt

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 25 juli 2024. Namens appellante is

[gemachtigde] verschenen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. S. Praagman.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep

Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar. Zij is gebaseerd op de volgende overwegingen.

Grfffierecht niet betaald

In artikel 8:41, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is bepaald dat van de indiener van het beroepschrift griffierecht wordt geheven. In artikel 8:41, derde lid, van de Awb is onder meer bepaald dat slechts eenmaal griffierecht is verschuldigd indien het gaat om een beroepschrift tegen twee of meer samenhangende besluiten. Ingevolge artikel 8:108, eerste lid, van de Awb, zijn deze bepalingen van overeenkomstige toepassing op het hoger beroep.

Appellante heeft in de zaken 23/1567 ZW, 23/1568 WAZO en 23/1571 WW het griffierecht niet betaald. Ter zitting heeft appellante aangevoerd dat ten onrechte in alle zaken griffierecht is geheven, omdat sprake is van samenhangende zaken.

De Raad volgt dit standpunt niet. Samenhangende zaken zijn zaken waarbij de afweging die de betreffende rechter moet maken, hetzelfde of grofweg hetzelfde is. Daarvoor moet met name worden gedacht aan de wetgeving die daaraan ten grondslag ligt. Deze zaken vinden hun achtergrond in drie verschillende wetten: de Ziektewet (ZW), Werkloosheidswet (WW) en de Wet arbeid en zorg (WAZO). Ook de bestreden besluiten en de aangevallen uitspraken hebben een van elkaar verschillende inhoud en achtergrond. Dat de gemachtigde namens appellante in elk van deze zaken het hoger beroep heeft ingediend en daarin steeds hetzelfde aan de orde stelt, betekent niet dat de zaken samenhangend zijn.

Nu appellante heeft verzuimd het griffierecht in de zaken 23/1567 ZW, 23/1568 WAZO en 23/1571 WW te betalen, acht de Raad deze hoger beroepen niet-ontvankelijk.

In de zaken 23/1569 ZW, 23/1570 ZW en 23/1572 WAZO is in totaal tweemaal griffierecht geheven en betaald. De Raad beschouwt de zaken 23/1569 ZW en 23/1570 ZW als

samenhangende zaken omdat deze zaken beide gaan over de vaststelling van de verzekeringsplicht van appellante.

De Raad zal de hoger beroepen in de zaken 23/1569 ZW, 23/1570 ZW en 23/1572 WAZO daarom inhoudelijk beoordelen.

(Proces)kosten

Appellante heeft in de zaken 23/1569 ZW, 23/1570 ZW en 23/1572 WAZO het volgende aangevoerd: "Ik bestrijd de proceskosten, zowel in bezwaar en beroep". Ter onderbouwing heeft appellante aangevoerd dat de rechtbank haar gemachtigde ten onrechte niet als professioneel rechtsbijstandverlener heeft aangemerkt.

Appellante heeft in de zaken 23/1569 ZW en 23/1570 ZW tegen de besluiten van 8 oktober 2022 bezwaar gemaakt. De bezwaren daartegen zijn in de beslissingen op bezwaar van

17 februari 2022 en 7 februari 2022 ongegrond verklaard. De rechtbank heeft de daartegen ingestelde beroepen in de aangevallen uitspraken 3 en 4 ongegrond verklaard. In deze twee zaken komt de vraag of de gemachtigde een professioneel rechtsbijstandverlener is daarom niet aan de orde en treft het hoger beroep geen doel. Dit betekent dat het oordeel van de rechtbank, dat appellante geen vergoeding van haar (proces)kosten krijgt, wordt onderschreven.

Het hoger beroep in de zaken 23/1569 ZW en 23/1570 ZW slaagt dus niet. De aangevallen uitspraken 3 en 4 worden bevestigd.

In zaak 23/1572 WAZO is aan appellante bij besluit van 31 januari 2018 een

WAZO-uitkering toegekend van 1 januari 2018 tot 23 april 2018. Op 28 juli 2021 heeft appellante verzocht om herziening van het dagloon. Bij besluit van 20 oktober 2021 is dat verzoek afgewezen. Bij beslissing op bezwaar van 12 april 2022 heeft het Uwv het bezwaar daartegen gegrond verklaard, het WAZO-dagloon herzien en het verzoek om vergoeding van de kosten in bezwaar afgewezen, omdat geen sprake is van door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand als bedoeld in artikel 1, onder a, van het Besluit proceskosten bestuursrecht. De rechtbank heeft het beroep tegen de weigering om de kosten in bezwaar te vergoeden ongegrond verklaard. Appellante is het daar niet mee eens en stelt in hoger beroep dat de gemachtigde professioneel rechtsbijstandsverlener is.

De beroepsgrond dat de gemachtigde beroepsmatig rechtsbijstand verleent, slaagt niet. Dat hij

- kennelijk - als zelfstandig ondernemer (onder meer) diensten verleent en daartoe een eenmanszaak heeft die staat ingeschreven bij de Kamer van Koophandel is niet in geschil. Echter is de Raad, ook in hoger beroep, niet gebleken dat de gemachtigde deze diensten op zodanige schaal verleent dat regelmatig als gemachtigde voor diverse partijen in juridische procedures wordt opgetreden. Niet gebleken is dat het verlenen van rechtsbijstand een vast onderdeel van een duurzame, op het vergaren van inkomen gericht taakuitoefening van [gemachtigde] is. Dat [gemachtigde] voor zichzelf en enkele mensen in zijn nabije omgeving procedeert. maakt nog niet dat hij als beroepsmatig rechtsbijstandsverlener kan worden beschouwd.

Het hoger beroep in de zaak 23/1572 WAZO slaagt dus niet. De aangevallen uitspraak 6 wordt bevestigd.

Tijdens het doen van deze mondelinge uitspraak heeft de gemachtigde de rechter onderbroken en een wrakingsverzoek ingediend. Nadat de rechter heeft medegedeeld dat hij dit wrakingsverzoek naast zich neerlegt, omdat niet (meer) kan worden gewraakt zodra het uitspreken van de (mondelinge) uitspraak een aanvang heeft genomen, heeft de gemachtigde gepersisteerd en daarvan aantekening in het proces-verbaal gevraagd.

Waarvan proces-verbaal.

De griffier Het lid van de enkelvoudige kamer

(getekend) N. ter Heerdt (getekend) J.D. Streefkerk

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?