ECLI:NL:CRVB:2024:744

ECLI:NL:CRVB:2024:744, Centrale Raad van Beroep, 09-04-2024, 22/3054 PW-PV

Instantie Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak 09-04-2024
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer 22/3054 PW-PV
Rechtsgebied Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Procedure Hoger beroep
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:RBZWB:2022:4635
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Verwijst naar 2 zaken
Aangehaald door 1 zaken
1 wettelijke verwijzingen

Verwijst naar

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0005537

Samenvatting

Buitenbehandelingstelling aanvraag. Niet gebleken is dat appellanten stukken hebben overgelegd; deze zitten niet in het dossier en de gemachtigde van appellanten heeft ter zitting verklaard niet over de stukken te beschikken. Appellanten hebben niet aannemelijk gemaakt dat zij diverse stukken persoonlijk hebben afgeleverd dan wel dat zij deze per post hebben opgestuurd.

Uitspraak

22. 3054 PW-PV

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 9 augustus 2022, 21/567 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[appellant] (appellant) en [appellante] (appellante), beiden te [woonplaats]

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Tilburg (college)

Datum uitspraak: 9 april 2024

Zitting heeft: K.M.P. Jacobs

Griffier: N.B. Yalçinkaya

De Raad heeft de zaak behandeld op een zitting van 9 april 2024. Namens appellanten is verschenen mr. I.A.C. Cools, advocaat. Het college heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. L.M.W. Reijrink.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar. Zij is gebaseerd op de volgende overwegingen.

Het gaat in deze zaak om de buitenbehandelingstelling van een aanvraag om bijstand van 3 augustus 2020.

Het college heeft met een besluit van 8 september 2020, na bezwaar gehandhaafd met een besluit van 17 december 2020 (bestreden besluit), de aanvraag van appellanten met toepassing van artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht niet in behandeling genomen op de grond dat zij geen stukken hebben ingeleverd.

Met de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. Daartoe heeft de rechtbank het volgende overwogen. Met de brieven van 6 en 20 augustus 2020 heeft het college nader gespecificeerd welke informatie nodig is om de aanvraag van appellanten te kunnen beoordelen. Appellanten hebben tweemaal een termijn gekregen om hun aanvraag aan te vullen met de verzochte informatie. Op verzoek van appellanten is de termijn hierna nogmaals verlengd. Niet gebleken is dat appellanten stukken hebben overgelegd; deze zitten niet in het dossier en de gemachtigde van appellanten heeft ter zitting verklaard niet over de stukken te beschikken. Appellanten hebben niet aannemelijk gemaakt dat zij diverse stukken persoonlijk hebben afgeleverd dan wel dat zij deze per post hebben opgestuurd. Tot slot ontbreken stukken waaruit blijkt dat appellanten zich al vóór 3 augustus 2020 bij het college gemeld hebben voor een bijstandsaanvraag.

In hoger beroep hebben appellanten aangevoerd dat zij zich al in mei 2020 hebben gemeld voor een bijstandsuitkering. Appellanten stellen verder dat zij stukken persoonlijk in de brievenbus bij de gemeente hebben gedaan. Appellant had van de gemeente een verbod gekregen om fysiek binnen het gemeentehuis aanwezig te zijn. Het was voor hem dan ook niet mogelijk om de informatie aan de balie af te geven, zodat hij een ontvangstbevestiging zou krijgen. Appellanten hebben ook nog stukken per post toegezonden naar de gemeente. Daarnaast hebben zij kenbaar gemaakt dat zij een aantal van de verzochte stukken niet kunnen aanleveren en ook dat die stukken oude informatie bevat die niet van belang is voor de vaststelling van hun recht ten tijde van de aanvraag.

Wat appellanten aanvoeren, is een herhaling van wat zij in beroep hebben aangevoerd. De rechtbank heeft in de aangevallen uitspraak uitgelegd waarom dat niet leidt tot vernietiging van het bestreden besluit. Appellanten hebben in hoger beroep geen reden gegeven waarom die uitleg volgens hen onjuist of onvolledig is. De Raad is het eens met het oordeel van de rechtbank en met de overwegingen waarop dat oordeel is gebaseerd en neemt deze overwegingen over.

De conclusie is dat het hoger beroep niet slaagt. Dit betekent ook dat appellanten geen vergoeding voor hun proceskosten en het griffierecht krijgen.

Waarvan proces-verbaal.

De griffier Het lid van de enkelvoudige kamer

(getekend) N.B. Yalçınkaya (getekend) K.M.P. Jacobs

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?