ECLI:NL:CRVB:2025:1010

ECLI:NL:CRVB:2025:1010, Centrale Raad van Beroep, 08-07-2025, 24/1343 BBZ

Instantie Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak 08-07-2025
Datum publicatie 09-07-2025
Zaaknummer 24/1343 BBZ
Rechtsgebied Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Procedure Hoger beroep
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 1 zaken
1 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0005537

Samenvatting

Hoger beroep niet-ontvankelijk. Het griffierecht is niet binnen de termijn betaald.

Uitspraak

Datum uitspraak: 8 juli 2025

24/1343 BBZ

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak als bedoeld in artikel 8:54, in verbinding met de artikelen 8:108 en 8:119 van de Algemene wet bestuursrecht op het verzoek om herziening van de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 7 juni 2022, 19/3627

Partijen:

[verzoekster] te [woonplaats] (verzoekster)

het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam (college)

PROCESVERLOOP

Verzoekster heeft verzocht om herziening van de door de Raad op 7 juni 2022 tussen partijen gewezen uitspraak (ECLI:NL:CRVB:2022:1253), waarbij de Raad de uitspraak van de voorzieningenrechter van de rechtbank Amsterdam van 14 augustus 2019, 19/3779, heeft bevestigd.

OVERWEGINGEN

In artikel 8:41, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is bepaald dat van de indiener van het beroepschrift een griffierecht wordt geheven. Ingevolge artikel 8:108, eerste lid, van de Awb is deze bepaling van overeenkomstige toepassing op het hoger beroep.

In artikel 8:119, tweede lid, van de Awb is bepaald dat het bovenstaande van overeenkomstige toepassing is op het verzoek om herziening.

Bij brief van 3 december 2024 is verzoekster erop gewezen dat een griffierecht van € 138,- is verschuldigd, en is haar medegedeeld dat dit bedrag uiterlijk 28 dagen na de dag van verzending van die brief op de in die brief genoemde bankrekening moet zijn bijgeschreven.

Verzoekster heeft met een e-mailbericht van 5 december 2024 te kennen gegeven dat voor de behandeling van het hoger beroep destijds geen griffierecht was verschuldigd. Daarom kan volgens verzoekster voor de behandeling van het verzoek om herziening ook geen griffierecht verschuldigd zijn.

De Raad heeft daarop met een e-mailbericht van 19 december 2024 geantwoord dat indien verzoekster ook in deze herzieningsprocedure vrijstelling van het griffierecht wil, zij daarvoor een nieuw verzoek moet indienen.

In reactie daarop heeft verzoekster met een e-mailbericht van 19 december 2024, samengevat, het standpunt ingenomen dat een wettelijke grondslag voor een beroep op betalingsonmacht ontbreekt. Daarbij heeft zij de Raad ook gevraagd welke waarborgen er zijn als zij een nieuw verzoek indient.

Met een brief van 13 januari 2025 heeft de Raad aan verzoekster medegedeeld dat de Raad verzoekster geen waarborgen kan bieden. Daarbij heeft de Raad aan verzoekster het advies gegeven om de procedure vrijstelling van het griffierecht op te starten.

De Raad heeft geen verzoek om vrijstelling van het griffierecht ontvangen van verzoekster.

Vervolgens heeft de Raad verzoekster met een aangetekende brief van 18 februari 2025 nogmaals gewezen op de verschuldigdheid van het griffierecht en haar meegedeeld dat het verschuldigde bedrag binnen vier weken na de datum van die brief op de in die brief genoemde bankrekening dient te zijn bijgeschreven dan wel contant moet zijn betaald. Daarbij is erop gewezen dat als het griffierecht niet tijdig wordt betaald, verzoekster er rekening mee moet houden dat het verzoek om herziening niet inhoudelijk behandeld zal worden.

De termijn is verstreken en het griffierecht is niet betaald.

Op grond van de beschikbare gegevens kan redelijkerwijs niet worden geoordeeld dat verzoekster niet in verzuim is geweest. Het verzoek om herziening is kennelijk niet-ontvankelijk, zodat zonder verder onderzoek kan worden beslist.

Voor een proceskostenveroordeling is geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep verklaart het verzoek om herziening niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door M.F. Wagner, in tegenwoordigheid van A. Giesen als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 8 juli 2025.

(getekend) M.F. Wagner

(getekend) A. Giesen

Tegen deze uitspraak kunnen een belanghebbende en het bestuursorgaan binnen zes weken na de verzending van het afschrift van deze uitspraak schriftelijk verzet doen bij de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA UTRECHT. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld te worden gehoord.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand