ECLI:NL:CRVB:2025:1672

ECLI:NL:CRVB:2025:1672, Centrale Raad van Beroep, 11-11-2025, 23/2686 PW

Instantie Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak 11-11-2025
Datum publicatie 04-12-2025
Zaaknummer 23/2686 PW
Rechtsgebied Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Procedure Hoger beroep
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 1 zaken
1 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001827

Samenvatting

Afwijzing aanvraag om algemene en bijzondere bijstand. Bijstandbehoevende omstandigheden niet aannemelijk gemaakt. Terugvordering voorschot. Niet in geschil is dat appellant verschillende ondernemingen op zijn naam heeft ingeschreven bij KvK. Appellant heeft niet onderbouwd in hoeverre de ondernemingen nog actief waren en in hoeverre hij hieruit inkomsten heeft genoten. Het college heeft appellant gevraagd om informatie te verstrekken over de ondernemingen, maar appellant heeft die informatie niet volledig aangeleverd. De inkomenssituatie van appellant is daarom onvoldoende duidelijk geworden. Daarnaast heeft appellant onvoldoende duidelijkheid gegeven over hoe hij in zijn levensonderhoud heeft voorzien.

Uitspraak

SAMENVATTING

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 9 augustus 2023, 22/5912 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[appellant] te [woonplaats] (appellant)

het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam (college)

Datum uitspraak: 11 november 2025

Het college heeft de aanvraag om bijstand van appellant afgewezen omdat hij niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij in bijstandbehoevende omstandigheden verkeert. Daarnaast heeft het college het aan appellant verstrekte voorschot teruggevorderd. Ook heeft het college de aanvraag om bijzondere bijstand afgewezen. Appellant is het met die besluiten niet eens. Net als bij de rechtbank krijgt appellant in hoger beroep geen gelijk.

PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. G.A.S. Maduro, advocaat, hoger beroep ingesteld. Het college heeft een verweerschrift ingediend.

De Raad heeft de zaak behandeld op een zitting van 30 september 2025. Appellant is verschenen, bijgestaan door mr. Maduro. Het college heeft zich niet laten vertegenwoordigen.

OVERWEGINGEN

Inleiding

1. Bij de beoordeling van het hoger beroep zijn de volgende feiten en omstandigheden van belang.

Appellant heeft van 2 oktober 2016 tot en met 28 februari 2021 bijstand ontvangen op grond van de Participatiewet (PW).

Appellant heeft op 31 maart 2022 een aanvraag om algemene bijstand ingediend.

Het college heeft naar aanleiding van deze aanvraag onderzoek verricht. Dit onderzoek heeft onder meer opgeleverd dat appellant al sinds 1 maart 2021 geen zichtbare inkomsten meer heeft en dat er zeven ondernemingen (de ondernemingen) op zijn naam staan in het handelsregister van de Kamer van Koophandel. Het college heeft bij brief van 21 april 2022 informatie opgevraagd bij appellant, onder meer over de ondernemingen. Appellant heeft de gevraagde informatie niet overgelegd.

Met een besluit van 22 april 2022 heeft het college een voorschot van € 608,24 aan appellant toegekend, omdat het college nog geen besluit op de aanvraag had genomen.

Met een besluit van 17 mei 2022 (besluit 1) heeft het college de aanvraag van appellant om bijstand afgewezen.

Met een afzonderlijk besluit van 17 mei 2022 (besluit 2) heeft het college het voorschot van € 608,24 van appellant teruggevorderd.

Appellant heeft een aanvraag om bijzondere bijstand voor een overbrugging naar een uitkering of loonbetaling ingediend.

Het college heeft deze aanvraag met een besluit van 21 juni 2022 (besluit 3) afgewezen.

Met een besluit van 9 november 2022 (bestreden besluit) heeft het college de bezwaren van appellant gericht tegen besluit 1, besluit 2 en besluit 3 ongegrond verklaard. Wat betreft de afwijzing van de aanvraag om algemene bijstand heeft het college zich op het standpunt gesteld dat appellant niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij in bijstandbehoevende omstandigheden verkeert. Appellant heeft – ook in bezwaar – onvoldoende inlichtingen gegeven over de ondernemingen en het is daarom niet duidelijk of appellant inkomsten uit de ondernemingen heeft (gehad). Daarnaast heeft appellant niet duidelijk gemaakt hoe hij in de periode van 1 maart 2021 tot 1 maart 2022 in zijn levensonderhoud heeft voorzien. Het college kan daarom niet vaststellen of appellant in bijstandbehoevende omstandigheden verkeert. Wat betreft de terugvordering van het voorschot heeft het college zich op het standpunt gesteld dat er geen redenen zijn om van die terugvordering af te zien. Wat betreft de afwijzing van de aanvraag om bijzondere bijstand heeft het college, voor zover hier van belang, verwezen naar de afwijzing van de aanvraag om algemene bijstand.

Uitspraak van de rechtbank

2. De rechtbank heeft het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard en daarmee het bestreden besluit in stand gelaten.

Het standpunt van appellant

3. Appellant is het met de uitspraak van de rechtbank niet eens. Wat hij daartegen heeft aangevoerd wordt hierna besproken.

Het oordeel van de Raad

4. De Raad beoordeelt of de rechtbank terecht het bestreden besluit over de weigering om appellant algemene en bijzondere bijstand toe te kennen en de terugvordering van ten onrechte verstrekte bijstand in stand heeft gelaten aan de hand van wat appellant in hoger beroep heeft aangevoerd, de beroepsgronden. De Raad komt tot het oordeel dat het hoger beroep niet slaagt.

Afwijzing van de aanvraag om algemene bijstand

Appellant voert aan dat hij alle stukken heeft overgelegd die hij redelijkerwijs kon verkrijgen. Vanwege een ontruiming van zijn woning is veel administratie verloren gegaan. Appellant stelt dat hij met de overgelegde stukken heeft onderbouwd dat hij in bijstandbehoevende omstandigheden verkeerde en hoe hij in zijn levensonderhoud heeft voorzien voorafgaand aan de aanvraag.

Deze grond slaagt niet. Iemand die bijstand aanvraagt moet aannemelijk maken dat hij recht heeft op bijstand. De bewijslast van de bijstandbehoevendheid rust dus in beginsel op de aanvrager. Een aanvrager moet daarom feiten en omstandigheden aannemelijk maken die duidelijkheid geven over zijn woon- en leefsituatie en over zijn financiële situatie. De bijstandverlenende instantie heeft een onderzoeksplicht. Dat brengt mee dat deze de inlichtingen van de aanvrager op juistheid en volledigheid moet controleren. Als de aanvrager niet aannemelijk maakt dat hij in bijstandbehoevende omstandigheden verkeert, is dit een grond voor afwijzing van de aanvraag.

Appellant heeft niet aannemelijk gemaakt dat hij in bijstandbehoevende omstandigheden verkeert. Hierbij is het volgende van belang. Niet in geschil is dat appellant verschillende ondernemingen op zijn naam heeft ingeschreven bij de Kamer van Koophandel. Ten tijde van de aanvraag om bijstand stond een aantal van de ondernemingen nog in het handelsregister geregistreerd. Appellant heeft niet onderbouwd in hoeverre de ondernemingen nog actief waren en in hoeverre hij hieruit inkomsten heeft genoten. Het college heeft appellant gevraagd om informatie te verstrekken over de ondernemingen, maar appellant heeft die informatie niet, althans niet volledig aangeleverd. De inkomenssituatie van appellant is daarom onvoldoende duidelijk geworden.

Het betoog van appellant dat hij alle stukken heeft overgelegd die hij kon overleggen, begrijpt de Raad zo dat hij zich op bewijsnood beroept. Appellant heeft echter niet aannemelijk gemaakt dat hij niet meer informatie kon indienen over de ondernemingen en de inkomsten daaruit. Weliswaar heeft appellant met stukken onderbouwd dat zijn woning op enig moment is ontruimd, maar hij heeft niet aannemelijk gemaakt dat daardoor de administratie van de ondernemingen voor hem verloren is gegaan. Evenmin heeft hij aannemelijk gemaakt dat het voor hem niet mogelijk was om nog op andere manieren meer gegevens over de ondernemingen te verkrijgen, bijvoorbeeld via de Belastingdienst of de bank.

Daarnaast heeft appellant onvoldoende duidelijkheid gegeven over hoe hij in zijn levensonderhoud heeft voorzien in de periode voorafgaand aan de aanvraag om bijstand. Appellant heeft vanaf 1 maart 2021 geen geregistreerde inkomsten meer, zodat de vraag rijst waarvan hij vanaf dat moment heeft geleefd. Uit de bankafschriften van appellant blijkt dat hij in de periode van 3 december 2021 tot en met 28 maart 2022 in het geheel geen pinbetalingen heeft verricht of contant geld heeft opgenomen. De verklaring van appellant dat hij via vrienden en familie in zijn levensonderhoud heeft voorzien geeft onvoldoende duidelijkheid en heeft hij niet onderbouwd.

Terugvordering voorschot

Appellant voert aan dat het college van de terugvordering van het voorschot moet afzien, omdat hij over onvoldoende middelen beschikt om dat bedrag terug te betalen.

Deze grond slaagt niet. Uit 5.2 tot en met 5.5 volgt dat het college bevoegd was om met toepassing van artikel 58, tweede lid, aanhef en onder d, van de PW het voorschot van appellant terug te vorderen. Dit is een discretionaire bevoegdheid. Daarom moet beoordeeld worden of het college redelijkerwijs gebruik kon maken van zijn bevoegdheid tot terugvordering.

Het college heeft toegelicht dat de belangenafweging niet in het voordeel van appellant uitvalt. Hierbij heeft het college onder meer van belang geacht dat appellant niet tot een kwetsbare doelgroep behoort en dat hij geen persoonlijke omstandigheden naar voren heeft gebracht die maken dat het college van terugvordering moet afzien.

Terugvordering van ten onrechte verleende bijstand is een noodzakelijk en geschikt middel om het gerechtvaardigde doel – goede besteding van gemeenschapsgeld, bijstand moet (kunnen) toekomen aan de personen die het nodig hebben en er recht op hebben – te bereiken. De Raad heeft dit eerder in andere uitspraken tot uitdrukking gebracht. Het in 6.3 weergegeven standpunt van het college geeft geen blijk van een onevenwichtige belangenafweging. De enkele stelling van appellant dat hij over onvoldoende middelen beschikt om het teruggevorderde bedrag terug te betalen aan het college, maakt niet dat de belangenafweging in zijn voordeel uitvalt. Hierbij is ook van belang dat appellant bij de invordering de bescherming geniet van de regels over de beslagvrije voet, die zijn neergelegd in de artikelen 475b tot en met 475e van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.

Voor zover de beroepsgrond van appellant ook moet worden gezien als een beroep op de mogelijkheid om met toepassing van artikel 58, achtste lid, van de PW op grond van dringende redenen geheel of gedeeltelijk van terugvordering af te zien, slaagt dit beroep om dezelfde redenen ook niet.

Afwijzing van de aanvraag om bijzondere bijstand

Ook bij het aanvragen van bijzondere bijstand geldt dat een aanvrager in het algemeen de feiten en omstandigheden aannemelijk moet maken die nopen tot inwilliging van die aanvraag en dient de aanvrager de nodige duidelijkheid te verschaffen en volledige openheid van zaken te geven. Nu appellant, zoals volgt uit 5.3 tot en met 5.5, geen duidelijkheid heeft verschaft over zijn financiële situatie, kan om die reden het recht op bijzondere bijstand niet worden vastgesteld. De rechtbank heeft dan ook de afwijzing van de aanvraag om bijzondere bijstand terecht in stand gelaten.

Conclusie en gevolgen

Het hoger beroep slaagt dus niet. De aangevallen uitspraak wordt bevestigd. Dit betekent dat het bestreden besluit in stand blijft.

Omdat het hoger beroep niet slaagt krijgt appellant geen vergoeding voor zijn proceskosten en het betaalde griffierecht.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door J.J. Janssen in tegenwoordigheid van N. El Khabazi als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 11 november 2025.

(getekend) J.J. Janssen

(getekend) N. El Khabazi

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?