OVERWEGINGEN
De Raad wijzigt de rechtsoverweging 5.2 en de beslissing in de uitspraak van de Raad van 25 juni 2025 WAJONG als volgt:
“5.2. In de toepassing van artikel 6:22 van de Awb wordt aanleiding gezien het Uwv te veroordelen in de proceskosten van appellante. Deze kosten worden begroot op € 1.814,- in beroep (1 punt voor het beroepschrift en 1 punt voor het bijwonen van de zitting, met een waarde per punt van € 907,-) en € 1.814,- in hoger beroep (1 punt voor het hoger beroepschrift en 1 punt voor het bijwonen van de zitting, met een waarde per punt van € 907,-), in totaal € 3.628,-. Ook komen de reiskosten die appellante heeft moeten maken voor het bijwonen van de zitting bij de rechtbank en bij de Raad voor vergoeding in aanmerking tot een bedrag van € 72,92 op basis van openbaar vervoer tweede klas.”
“BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep
- bevestigt de aangevallen uitspraak, voor zover aangevochten;
- wijst het verzoek om veroordeling tot vergoeding van schade af;
- veroordeelt het Uwv in de proceskosten van appellante tot een bedrag van € 3.700,92;
- bepaalt dat het Uwv aan appellante het in beroep en hoger beroep betaalde griffierecht van € 187,- vergoedt.”
Aan deze uitspraak tot rectificatie is een gerectificeerd exemplaar van de oorspronkelijke uitspraak gehecht. De gerectificeerde uitspraak zal worden gepubliceerd op rechtspraak.nl.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep rectificeert zijn uitspraak van 25 juni 2025 als in de overwegingen is weergegeven.
Deze uitspraak is gedaan door E.J.J.M. Weyers, in tegenwoordigheid van J.A. Achterberg als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 19 november 2025.
(getekend) E.J.J.M. Weyers
(getekend) J.A. Achterberg