24/2564 ANW
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 4 oktober 2024, 24/1088 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellante] te [woonplaats] , Marokko (appellante)
de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (Svb)
Datum uitspraak: 13 november 2025
SAMENVATTING
In deze uitspraak volgt de Raad het oordeel van de rechtbank dat aan appellante terecht een uitkering op grond van de ANW is geweigerd. De overleden echtgenoot van appellante was op de datum van overlijden niet verplicht of vrijwillig verzekerd voor de ANW. Hij was ook niet verzekerd op grond van Marokkaanse wetgeving.
PROCESVERLOOP
Appellante heeft hoger beroep ingesteld. De Svb heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 2 oktober 2025. Appellante is niet verschenen. De Svb heeft zich met bericht vooraf niet laten vertegenwoordigen.
OVERWEGINGEN
Inleiding
1. Bij de beoordeling van het hoger beroep zijn de volgende feiten en omstandigheden van belang.
Appellante, geboren in 1966, is getrouwd geweest. Haar echtgenoot, geboren in 1939, woonde in Marokko, ontving een AOW-pensioen en is daar op 15 september 2023 overleden. Na zijn overlijden heeft appellante een uitkering op grond van de ANW aangevraagd.
Met een besluit van 22 november 2023 heeft de Svb de aanvraag afgewezen. Appellante heeft hiertegen bezwaar gemaakt. Met een besluit van 10 januari 2024 (bestreden besluit) is het bezwaar van appellante ongegrond verklaard. De Svb heeft hierbij overwogen dat de echtgenoot van appellante op de dag van zijn overlijden niet verzekerd was voor de ANW en ook niet verzekerd was voor de Marokkaanse wetgeving.
Uitspraak van de rechtbank
2. De rechtbank heeft het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard en daarmee het bestreden besluit in stand gelaten.
Het standpunt van appellante
3. Appellante heeft aangevoerd dat haar man in Nederland heeft gewerkt en toen premies en belasting heeft betaald. Appellante is ziek en kan niet werken. Zij heeft geen inkomsten en wil daarom een nabestaandenuitkering ontvangen.
Het oordeel van de Raad
De Raad beoordeelt of de rechtbank terecht het bestreden besluit in stand heeft gelaten aan de hand van wat appellante in hoger beroep heeft aangevoerd, de beroepsgronden. De Raad komt tot het oordeel dat het hoger beroep niet slaagt.
De wettelijke regels die voor de beoordeling van het hoger beroep belangrijk zijn, zijn te vinden in de bijlage bij deze uitspraak.
Voor het recht op een ANW-uitkering is vereist dat de echtgenoot van appellante op de datum van zijn overlijden verzekerd was voor de ANW.
Het betoog van appellante dat haar echtgenoot in het verleden in Nederland heeft gewerkt, maakt niet dat recht bestaat op een ANW-uitkering. Op de datum van overlijden was haar echtgenoot geen ingezetene van Nederland of in Nederland werkzaam. De echtgenoot was dus op de datum van overlijden niet verplicht verzekerd voor de ANW. Verder is niet in geschil dat hij ook niet vrijwillig verzekerd was voor de ANW.
Appellante kan ook geen recht op een nabestaandenuitkering ontlenen aan het sociale zekerheidsverdrag tussen Nederland en Marokko. Op grond van dat verdrag kan een nabestaande aanspraak maken op een ANW-uitkering in Nederland als de echtgenoot bij overlijden voor datzelfde risico was verzekerd in Marokko. De echtgenoot van appellante was echter niet verzekerd op grond van de Marokkaanse wettelijke regelingen.
Op de dag van zijn overlijden was de echtgenoot van appellante dus niet verzekerd voor de ANW. Het beroep van appellante op haar moeilijke financiële situatie slaagt niet. De financiële situatie van appellante kan op zichzelf niet leiden tot het toekennen van een ANWuitkering. De aanvraag is terecht afgewezen.
Conclusie en gevolgen
Het hoger beroep slaagt dus niet. De aangevallen uitspraak wordt bevestigd. Dit betekent dat de weigering van de Svb om appellante in aanmerking te brengen voor een ANWuitkering in stand blijft.
5. Omdat het hoger beroep niet slaagt krijgt appellante geen vergoeding van haar proceskosten en het betaalde griffierecht.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door E.E.V. Lenos, in tegenwoordigheid van L.C. van Bentum als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 13 november 2025.
(getekend) E.E.V. Lenos
(getekend) L.C. van Bentum
Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de datum van verzending beroep in cassatie instellen bij de Hoge Raad der Nederlanden (Postbus 20303, 2500 EH Den Haag) ter zake van schending of verkeerde toepassing van bepalingen over het begrip verzekerde.
Bijlage: voor deze uitspraak belangrijke wettelijke regels
Algemene nabestaandenwet
Artikel 1
In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
(…)
nabestaande: de echtgenoot van degene, die op de dag van overlijden verzekerd is op grond van deze wet;
(…)
Artikel 13
1. Verzekerd overeenkomstig de bepalingen van deze wet is degene, die ingezetene is; geen ingezetene is, doch ter zake van in Nederland of op het continentaal plat in dienstbetrekking verrichte arbeid aan de loonbelasting is onderworpen.
(…)
Artikel 14
1. Recht op nabestaandenuitkering heeft de nabestaande die:
een ongehuwd kind heeft, dat jonger is dan 18 jaar en niet tot het huishouden van een ander behoort; of
arbeidsongeschikt is (…)
(…)
Algemeen Verdrag inzake sociale zekerheid tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk Marokko
Artikel 22
1. Wanneer een werknemer op wie dit Verdrag van toepassing is, op het tijdstip van zijn overlijden verzekerd is krachtens de Marokkaanse wettelijke regelingen, en tijdvakken van verzekering volgens de Nederlandse wettelijke regelingen inzake uitkeringen aan nagelaten betrekkingen heeft vervuld, kan zijn weduwe op een pensioen krachtens laatstgenoemde wettelijke regelingen aanspraak maken.
(…)