Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:55, zevende lid, en 8:108, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 25 juli 2024, AMS 21/2786 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellant] te [woonplaats] (appellant)
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)
Datum uitspraak: 24 november 2025
PROCESVERLOOP
Bij uitspraak 8:54 en 8:108, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht van 7 mei 2025 heeft de Raad het door appellant ingestelde hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard.
Appellant heeft verzet gedaan.
Het verzet is ter behandeling aan de orde gesteld op de zitting van 13 oktober 2025. Partijen zijn niet verschenen.
OVERWEGINGEN
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen de aangevallen uitspaak waarin zijn beroep ongegrond is verklaard. De Raad heeft het hoger beroep van appellant in de uitspraak van 7 mei 2025 niet-ontvankelijk verklaard omdat het hoger beroep niet tijdig is ingediend en er geen bijzondere persoonlijke omstandigheden zijn aangevoerd op grond waarvan de termijnoverschrijding verschoonbaar moet worden gedacht.
De rechtbank heeft uitspraak gedaan op 25 juli 2024. Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op 31 juli 2024. De laatste dag waarop tijdig een hoger-beroepschrift kon worden ingediend was 11 september 2024. Het hoger-beroepschrift is op
12 november 2024 ontvangen. De termijn voor het indienen van het hoger beroep is dus overschreden. Er is door de Raad gevraagd naar reden van de termijnoverschrijding. Appellant heeft hierop niet gereageerd.
In het verzetschrift van 17 juni 2025 geeft appellant aan dat hij het niet eens is met de uitspraak omdat de zaak niet inhoudelijk is beoordeeld door de Raad. Appellant geeft aan dat zijn beroep binnen de termijn voor het indienen van hoger beroep is verzonden en dat hij griffierecht heeft betaald.
Het hoger-beroepschrift is gedateerd op 3 oktober 2024, maar het is blijkens de poststempel op 23 oktober 2024 ter post bezorgd. Appellant heeft geen feiten of omstandigheden aangevoerd op grond waarvan zou moeten worden geoordeeld dat hij niet in verzuim is geweest of dat het verzuim verschoonbaar is.
Dit betekent dat het verzet ongegrond wordt verklaard.
Voor een proceskostenveroordeling van het verzet is geen aanleiding.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep verklaart het verzet ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door H.G. Rottier in tegenwoordigheid van J. Bonnema als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 24 november 2025.
(getekend) H.G. Rottier
(getekend) J. Bonnema
DÉCISION
La Centrale Raad van Beroep (Cour d'Appel Centrale),
statue:
Déclare le recours non fondé
Par conséquent, décidée par H.G. Rottier en présence de J.Bonnema en qualité de greffier, ainsi que prononcée en public, le 24 novembre 2025.
(signé) H.G. Rottier
(signé) J. Bonnema