OVERWEGINGEN
Artikel 8:75a, eerste lid, eerste volzin, van de Awb bepaalt dat in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:75 van de Awb in de kosten kan worden veroordeeld. Ingevolge artikel 8:108, eerste lid, van de Awb is deze bepaling van overeenkomstige toepassing op het hoger beroep.
Op grond van artikel 8:88, aanhef en onder a, van de Awb is de bestuursrechter bevoegd op verzoek van een belanghebbende een bestuursorgaan te veroordelen tot vergoeding van de schade die de belanghebbende lijdt of zal lijden als gevolg van een onrechtmatig besluit.
Appellante heeft het hoger beroep ingetrokken omdat het Uwv met de gewijzigde beslissing op bezwaar van 1 juli 2025 volledig aan de bezwaren van appellante is tegemoetgekomen.
Bij de gewijzigde beslissing op bezwaar van 21 september 2023 heeft het Uwv de kosten van bezwaar vergoed. Dit betekent dat de Raad alleen hoeft te oordelen over de kosten die appellante in verband met haar beroep en hoger beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. Deze proceskosten worden op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht begroot op € 1.814,- in beroep (1 punt voor het indienen van het beroepschrift en 1 punt voor het verschijnen ter zitting, met een waarde per punt van € 907,-) en € 2.721,- in hoger beroep (1 punt voor het hoger beroepschrift, 0,5 punt voor zienwijze op de gewijzigde beslissing op bezwaar van 21 september 2023, 0,5 punt voor een nadere reactie en 1 punt voor verschijnen ter zitting, met een waarde per punt van € 907,-). Totaal € 4.535,-.
Daarnaast komen de kosten die appellante gemaakt heeft voor het laten opmaken van het rapport van Gerritze Medisch Advies tot een bedrag van in totaal € 1.666,78 (inclusief btw) voor vergoeding in aanmerking.
Het verzoek het Uwv te veroordelen tot vergoeding van de wettelijke rente over de na te betalen uitkering wordt toegewezen. Voor de wijze waarop het Uwv de rente dient te berekenen word verwezen naar de uitspraak van de Raad van 25 januari 2012.
Ook dient het Uwv het door appellante in beroep en hoger beroep betaalde griffierecht te vergoeden.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep
- veroordeelt het Uwv tot vergoeding van de wettelijke rente als hiervoor is weergegeven;
- veroordeelt het Uwv in de kosten van appellante tot een bedrag van € 6.201,78;
- bepaalt dat het Uwv het door appellante in beroep en hoger beroep betaalde griffierecht van in totaal € 186,- vergoedt.
Deze uitspraak is gedaan door S.B. Smit-Colenbrander, in tegenwoordigheid van D.M.A. van de Geijn als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 18 december 2025.
(getekend) S.B. Smit-Colenbrander
(getekend) D.M.A. van de Geijn