OVERWEGINGEN
Artikel 8:75a, eerste lid, eerste volzin, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bepaalt dat in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:75 van de Awb in de kosten kan worden veroordeeld. Ingevolge artikel 8:108, eerste lid, van de Awb is deze bepaling van overeenkomstige toepassing op het hoger beroep.
Appellant heeft het hoger beroep ingetrokken omdat het Uwv met de gewijzigde beslissing op bezwaar van 1 april 2025 volledig aan de bezwaren van appellant is tegemoetgekomen.
Omdat het Uwv bij het besluit van 1 april 2025 al heeft besloten tot vergoeding van de gemaakte kosten in de bezwaarfase en de rechtbank het Uwv in beroep al heeft veroordeeld in de proceskosten, moet de Raad alleen nog oordelen over de in hoger beroep gemaakte proceskosten. De kosten van rechtsbijstand worden, ingevolge het Besluit proceskosten bestuursrecht, begroot op € 907,- in hoger beroep (1 punt voor het indienen van het hogerberoepschrift met een waarde per punt van € 907,-).
Daarnaast komen de kosten voor inschakeling van een deskundige voor vergoeding in aanmerking. Dit zijn de kosten voor het rapport van arbeidsdeskundige J.F. Stoffijn van 25 januari 2025. Voor deze kosten heeft appellant een vergoeding verzocht van € 1.533,68 inclusief btw. Het Uwv heeft te kennen gegeven zich te kunnen vinden in dit bedrag.
Het totaalbedrag van de te vergoeden proceskosten bedraagt € 2.440,68.
Ook dient het Uwv het door appellant in hoger beroep betaalde griffierecht te vergoeden.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep
Deze uitspraak is gedaan door S.B. Smit-Colenbrander in tegenwoordigheid van J.A. Achterberg als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 18 december 2025.
(getekend) S.B. Smit-Colenbrander
(getekend) J.A. Achterberg