Datum uitspraak: 28 mei 2025
24/53 AWBZ-V
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak in verband met het verzoek om herziening tegen de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 15 februari 2017, 15/6515 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[verzoekster] te [woonplaats] (verzoekster)
het CIZ
PROCESVERLOOP
Bij uitspraak van 23 mei 2024 heeft de Raad het door verzoekster ingestelde verzoek om herziening tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard.
Verzoekster heeft verzet gedaan.
Het verzet is ter behandeling aan de orde gesteld ter zitting van 17 april 2025. Beide partijen zijn niet verschenen.
OVERWEGINGEN
In de uitspraak van de Raad van 23 mei 2024 is het verzoek om herziening niet ontvankelijk verklaard omdat het griffierecht niet is betaald en dat redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat verzoekster niet in verzuim is geweest.
In het verzetschrift heeft verzoekster geen verklaring gegeven voor het feit dat het griffierecht niet is betaald.
De Raad is van oordeel dat verzoekster in verzet geen feiten of omstandigheden heeft aangevoerd op grond waarvan zou moeten worden geoordeeld dat zij niet in verzuim is geweest. Het griffierecht is niet bij de Raad ontvangen. Dit betekent dat het verzet ongegrond wordt verklaard.
Voor een proceskostenveroordeling van het verzet is geen aanleiding.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep verklaart het verzet ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door J.C. Boeree, in tegenwoordigheid van S. Pouw als griffier.
De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 28 mei 2025.
(getekend) J.C. Boeree
(getekend) S. Pouw