ECLI:NL:CRVB:2026:101

ECLI:NL:CRVB:2026:101

Instantie Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak 15-01-2026
Datum publicatie 03-02-2026
Zaaknummer 25/311 WMO15
Rechtsgebied Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Procedure Hoger beroep

Samenvatting

Procesbelang appellant. De Raad acht voldoende onderbouwd dat appellant als gevolg van het besluit van 18 mei 2021 psychisch leed in de vorm van geestelijk letsel kan hebben geleden. De rechtbank heeft het bezwaar ten onrechte niet-ontvankelijk geacht wegens het ontbreken van procesbelang. Het college dient een nieuwe beslissing op bezwaar te nemen.

Uitspraak

SAMENVATTING

25/311 WMO15

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Overijssel van 14 januari 2025, 23/2559 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[Appellant] te [woonplaats] (appellant)

het college van burgemeester en wethouders van Zwolle (college)

Datum uitspraak: 15 januari 2026

In deze zaak heeft het college ten onrechte aangenomen dat appellant geen procesbelang meer had bij beoordeling van het bezwaar. Het is namelijk op voorhand niet onaannemelijk dat appellant schade heeft geleden door het besluit.

PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. E. Schriemer, advocaat, hoger beroep ingesteld. Het college heeft een verweerschrift ingediend.

De Raad heeft de zaak behandeld op een zitting van 20 november 2025. Appellant is verschenen, bijgestaan door mr. Schriemer. Beiden hebben via videobellen aan de zitting deelgenomen. Het college heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. L.J. Luigies.

OVERWEGINGEN

Inleiding

1. Bij de beoordeling van het hoger beroep zijn de volgende feiten en omstandigheden van belang.

Appellant is gediagnosticeerd met een depressie en angst- en paniekstoornissen en ondervindt beperkingen bij de zelfredzaamheid en participatie. In zijn vorige woonplaats ontving appellant in verband hiermee ondersteuning op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015). In 2019 is appellant verhuisd naar [woonplaats], waar hij vanaf december 2019 in aanmerking is gebracht voor ondersteuning op grond van de Wmo 2015. Met een besluit van 18 mei 2021 heeft het college een maatwerkvoorziening aan appellant verstrekt voor thuisondersteuning in natura, voor de periode van 14 april 2021 tot en met 13 april 2022. Ondersteuning wordt geboden op de resultaatgebieden huishouden, administratie en financiën, regelvermogen en dagstructuur, sociaal en persoonlijk functioneren, zelfzorg en gezondheid, en gezin. Appellant heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van 18 mei 2021.

Met een besluit van 6 december 2023 (bestreden besluit) heeft het college het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang.

Uitspraak van de rechtbank

2. De rechtbank heeft het beroep van appellant tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard en daarmee het bestreden besluit in stand gelaten. Volgens de rechtbank heeft het college het bezwaar van appellant terecht niet-ontvankelijk geacht wegens het ontbreken van procesbelang. De rechtbank heeft overwogen dat het besluit van 18 mei 2021 over een al afgesloten periode in het verleden gaat. Een inhoudelijk oordeel over het besluit van 18 mei 2021 kan niet meer van belang zijn voor een toekomstige periode. Het college heeft opvolgende besluiten genomen waarmee maatwerkvoorzieningen voor ondersteuning op alle resultaatgebieden aan appellant zijn verstrekt. Deze besluiten staan in rechte vast. De ondersteuning die appellant op grond van deze besluiten ontvangt loopt door tot en met 11 juli 2027. Niet kan worden ingezien dat een inhoudelijk oordeel over het besluit van 18 mei 2021 nog van belang kan zijn voor deze periode. Voor de periode na 11 juli 2027 zal het college op basis van de zich dan voordoende feiten en omstandigheden een besluit dienen te nemen, waartegen dan bezwaar en beroep openstaat. Voor die besluitvorming is een oordeel over het besluit van 18 mei 2021 ook niet van belang. De rechtbank acht het verder op voorhand onaannemelijk dat appellant materiële of immateriële schade heeft geleden of lijdt als gevolg van het besluit van 18 mei 2021.

Het standpunt van appellant

3. Appellant is het met de uitspraak van de rechtbank niet eens. Appellant heeft tegen die uitspraak aangevoerd dat hij wel procesbelang heeft bij de beoordeling van het bezwaar tegen het besluit van 18 mei 2021.

Het oordeel van de Raad

4. De Raad beoordeelt of de rechtbank terecht het bestreden besluit in stand heeft gelaten aan de hand van wat appellant in hoger beroep heeft aangevoerd, de beroepsgronden. De Raad komt tot het oordeel dat het hoger beroep slaagt.

Volgens vaste rechtspraak is pas sprake van procesbelang als het resultaat dat de indiener van een bezwaar- of beroepschrift met het maken van bezwaar of het instellen van (hoger) beroep nastreeft, daadwerkelijk kan worden bereikt en het realiseren van dat resultaat voor deze indiener feitelijk betekenis kan hebben. Het hebben van een louter formeel of principieel belang is onvoldoende voor het aannemen van (voldoende) procesbelang. Als sprake is van een periode die al verstreken is, blijft procesbelang aanwezig als een inhoudelijk oordeel over het bestreden besluit van belang kan zijn voor een toekomstige periode.

De grond van appellant dat hij procesbelang heeft behouden bij beoordeling van het bezwaar in verband met toekomstige aanvragen om ondersteuning, slaagt niet. De Raad onderschrijft de overwegingen van de rechtbank hierover en volstaat met een verwijzing daarnaar.

Appellant heeft verder aangevoerd dat hij schade heeft geleden als gevolg van het besluit van 18 mei 2021. Volgens appellant heeft het college geen passende ondersteuning geboden waardoor hij psychisch gedecompenseerd is geraakt en opgenomen is geweest in een instelling. Appellant heeft hierdoor immateriële schade geleden, bestaande uit geestelijk letsel in de vorm van psychisch leed. Ook stelt appellant materiële schade te hebben. Deze bestaat uit de reiskosten van en naar de instelling tijdens de weekenden waarin hij naar huis mocht en er is een achterstand in de administratie ontstaan die nog moet worden ingehaald. Appellant stelt hierom procesbelang te hebben bij de beoordeling van het bezwaar.

Volgens vaste rechtspraak van de Raad kan aan een verzoek om schadevergoeding slechts een procesbelang worden ontleend als de stelling dat schade is geleden als gevolg van de bestuurlijke besluitvorming niet op voorhand onaannemelijk is. Voor nadeel dat niet in vermogensschade bestaat, heeft een benadeelde overeenkomstig artikel 6:106, aanhef en onder b, van het Burgerlijk Wetboek (BW) recht op een naar billijkheid vast te stellen schadevergoeding indien de benadeelde in zijn eer of goede naam is geschaad of op andere wijze in zijn persoon is aangetast. Van aantasting in de persoon ‘op andere wijze’ als bedoeld in artikel 6:106, aanhef en onder b, van het BW is in ieder geval sprake indien de benadeelde partij geestelijk letsel heeft opgelopen. Degene die zich hierop beroept, zal voldoende concrete gegevens moeten aanvoeren waaruit kan volgen dat in verband met de omstandigheden van het geval psychische schade is ontstaan. Daartoe is nodig dat naar objectieve maatstaven het bestaan van geestelijk letsel kan worden vastgesteld.

In het besluit van 18 mei 2021 is over de situatie van appellant en zijn ondersteuningsbehoefte het volgende vermeld. Er zijn achterstanden met de post en administratie en het is niet gelukt om deze met een vrijwilliger op te lossen. Hiervoor is speciale kennis en kunde nodig in verband met de psychiatrische problematiek van appellant. Door afwezigheid van passende huishoudelijke ondersteuning is de woning van appellant vervuild geraakt. Hierdoor ondervindt appellant veel stress waardoor hij zich terugtrekt in de slaapkamer. Appellant heeft geen dag- en nachtstructuur. Appellant kan niet zelfstandig koken waardoor hij slecht eet. De persoonlijke verzorging is minimaal en het lukt appellant door de onrust niet om naar (dokters)afspraken te gaan.

Vaststaat dat in verband met de psychische problematiek van appellant extra kennis en kunde nodig is om appellant passende ondersteuning te bieden op alle resultaatgebieden waarop hij beperkingen ondervindt. Niet in geschil is dat het advies om in verband hiermee een ondersteuner in te zetten met minimaal een HBO-social work-diploma, met vijf jaar GGZ-ervaring en met kennis van en ervaring met de diagnose van appellant, niet is opgevolgd. Ook is onbestreden dat de zorgwekkende en schrijnende situatie van appellant niet is veranderd met de ingezette ondersteuning en dat ten tijde van de beslissing op bezwaar geen van de resultaten en doelen uit het besluit van 18 mei 2021 was behaald. Appellant heeft in hoger beroep een brief overgelegd van 13 juni 2022 van [naam psychiater], psychiater, en [naam verpleegkundige], verpleegkundige in opleiding tot specialist, beiden verbonden aan Behandelcentrum de [naam behandelcentrum] van ggz-instelling [naam instelling]. Uit deze brief blijkt dat appellant van 2 juni 2022 tot en met 16 juni 2022 – dus kort na afloop van de looptijd van het besluit van 18 mei 2021 – opgenomen is geweest in dit behandelcentrum. De aanleiding voor deze opname was een toename van depressieve klachten en suïcidaliteit bij appellant. Hierbij is vermeld dat appellant een toename van klachten heeft ondervonden doordat hij gevoelens van onrecht heeft ervaren als gevolg van het tekortschieten van zorg vanuit de gemeente.

Onder de omstandigheden zoals in 4.5 en 4.6 uiteengezet acht de Raad in dit geval het bestaan van psychisch leed in de vorm van geestelijk letsel als gevolg van het besluit van 18 mei 2021 in het kader van de beoordeling van het procesbelang voldoende onderbouwd. Dit betekent dat op voorhand niet onaannemelijk is dat appellant immateriële schade heeft geleden. Ook het bestaan van materiële schade bestaande uit reiskosten van en naar de instelling acht de Raad op voorhand niet onaannemelijk. Dit betekent dat aan deze nietonaannemelijk geachte schade procesbelang kan worden ontleend. De rechtbank heeft dan ook ten onrechte het college gevolgd in zijn standpunt dat het bezwaar niet-ontvankelijk is omdat appellant hierbij geen procesbelang meer heeft.

Conclusie en gevolgen

Uit wat in 4.7 is overwogen volgt dat het bestreden besluit niet in stand kan blijven en dat dit besluit moet worden vernietigd. Ook de aangevallen uitspraak zal worden vernietigd onder gegrondverklaring van het beroep.

De Raad ziet geen mogelijkheid om zelf in de zaak te voorzien. Het college dient een nieuwe beslissing op het bezwaar nemen, met inachtneming van wat in deze uitspraak is overwogen. Het college dient alsnog op het bezwaar van appellant tegen het besluit van 18 mei 2021 te beslissen. De Raad ziet met het oog op een voortvarende afwikkeling aanleiding om met toepassing van artikel 8:113, tweede lid, van de Awb te bepalen dat beroep tegen het nieuwe besluit uitsluitend bij de Raad kan worden ingesteld.

Aanleiding bestaat het college te veroordelen in de proceskosten van appellant. Deze kosten worden in hoger beroep begroot op € 1.868,- (1 punt voor het hoger beroepschrift en 1 punt voor de zitting, in totaal 2 punten, met een waarde van € 934,- per punt) en in beroep op eveneens € 1.868,- (1 punt voor het beroepschrift en 1 punt voor de zitting, in totaal 2 punten, met een waarde van € 934,- per punt), voor verleende rechtsbijstand. Het totale bedrag is € 3.736,-.

Verder dient het college het door appellant in hoger beroep en beroep betaalde griffierecht te vergoeden.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep

Deze uitspraak is gedaan door K.H. Sanders, in tegenwoordigheid van C.K. Teunissen als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 15 januari 2026.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?