ECLI:NL:CRVB:2026:103

ECLI:NL:CRVB:2026:103

Instantie Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak 20-01-2026
Datum publicatie 03-02-2026
Zaaknummer 24/961 PW-PV
Rechtsgebied Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Procedure Hoger beroep

Samenvatting

Afwijzing aanvraag. Eenmalige energietoeslag 2022. Inkomensvaststelling. Beleid. Geen strijd met gelijkheidsbeginsel. Geen toepassing hardheidsclausule. Geen bijzondere omstandigheden a.b.i. art. 4:84 Awb. Geen schending hoorplicht. Geen strijd met evenredigheidsbeginsel. De gronden die appellant in hoger beroep heeft aangevoerd zijn in essentie een herhaling van wat hij in beroep heeft aangevoerd. De Raad onderschrijft het oordeel van de rechtbank. Hieraan voegt de Raad toe dat uit de toelichting bij de hardheidsclausule in het toepasselijke beleid blijkt dat het college er rekening mee heeft gehouden dat het hanteren van een inkomensgrens voor het recht op energietoeslag betekent dat huishoudens met een inkomen net boven die inkomensgrens niet in aanmerking komen voor energietoeslag. Het college kan daarbij geen uitzonderingen maken.

Uitspraak

24. 961 PW-PV

Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Limburg van 13 maart 2024, 23/1390 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[Appellant] te [woonplaats] (appellant)

het College van burgemeester en wethouders van Kerkrade (college)

Datum uitspraak: 20 januari 2026

Zitting heeft: A.M. Overbeeke

Griffier: L. van Beelen

Namens appellant is mr. B.J.J. Schins, advocaat, verschenen. Het college heeft zich laten vertegenwoordigen door C.B.A.D. Graper-Hanneman.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar. Zij is gebaseerd op de volgende overwegingen.

1. Appellant ontvangt een uitkering op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen. Op 14 december 2022 heeft appellant bijzondere bijstand op grond van de Participatiewet (PW) in de vorm van een eenmalige energietoeslag aangevraagd. Met een besluit van 3 januari 2023, na bezwaar gehandhaafd met een besluit van 31 mei 2023 (bestreden besluit) heeft het college deze aanvraag afgewezen op de grond dat het inkomen van appellant meer bedraagt dan 120% van de toepasselijke norm.

De rechtbank heeft het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. De rechtbank heeft daarbij – samengevat – het volgende overwogen. De rechtbank stelt vast dat de Beleidsregels Eenmalige energietoeslag 2022 gemeente Kerkrade (de Beleidsregels) zijn gebaseerd op artikel 35 van de PW, wat betekent dat voor betreft het begrip ‘inkomen’ uitgegaan moet worden van datgene wat daaronder ingevolge de artikelen 31 en 32 van de PW wordt begrepen. De rechtbank oordeelt dat het college het inkomen van appellant heeft vastgesteld op de manier zoals dat in de PW is voorgeschreven. Er is geen wettelijke verplichting of een beleidsregel waaruit volgt dat een alimentatieverplichting of de kosten van bewindvoering meegenomen moeten worden in de berekening van het inkomen. Het college heeft de berekening van het inkomen in het bestreden besluit wel onderbouwd. Dat blijkt uit het advies van de commissie dat onderdeel uitmaakt van het bestreden besluit.

Ook de beroepsgrond dat sprake is van strijd met het gelijkheidsbeginsel omdat andere

gemeenten een andere, hogere norm hanteren dan het college, slaagt niet. De rechtbank heeft onder verwijzing naar de Memorie van Toelichting geoordeeld dat gemeenten beleidsvrijheid hebben bij het vormgeven van de energietoeslag. Colleges mogen onder andere zelf de doelgroep, de inkomensgrens en de hoogte van de toeslag bepalen.

Op grond van artikel 5 van de Beleidsregels kan het college als de aanvrager niet

in aanmerking komt voor een eenmalige energietoeslag 2022, gelet op alle omstandigheden,

in het individuele geval besluiten dat de aanvrager in afwijking van de beleidsregel toch in

aanmerking komt voor de eenmalige energietoeslag indien dringende redenen hiertoe

noodzaken. De rechtbank is van oordeel dat het college geen toepassing heeft hoeven geven

aan de hardheidsclausule, omdat de rechtbank niet is gebleken van dringende redenen om af te wijken van de Beleidsregels. De maandelijkse alimentatieverplichting van appellant en de

maandelijkse kosten voor zijn bewindvoering kunnen op zichzelf en tezamen niet als

zodanig worden aangemerkt. Ook is de rechtbank niet gebleken van omstandigheden, die

het college aanleiding hadden moeten geven op grond van artikel 4:84 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) af te wijken van de Beleidsregels. Appellant heeft niet met concrete feiten en omstandigheden onderbouwd dat er wel (dringende) redenen zijn om van het beleid af te wijken.

Over het niet horen in bezwaar oordeelt de rechtbank als volgt. Uitgangspunt is dat

er een hoorplicht bestaat, tenzij een van de uitzonderingen van artikel 7:3 van de Awb zich

voordoet. Er is sprake van een kennelijk ongegrond bezwaar wanneer uit het bezwaarschrift

direct al blijkt dat de bezwaren ongegrond zijn en daarover geen redelijke twijfel is. De

inhoud van het bezwaarschrift moet wel worden beoordeeld in samenhang met wat er in

eerste instantie is aangevoerd en met de motivering van het primaire besluit. De rechtbank is

van oordeel dat het college zich op grond van wat appellant in het bezwaarschrift naar voren heeft gebracht op het standpunt heeft kunnen stellen dat sprake is van een kennelijk ongegrond bezwaar en dat appellant daarom niet hoefde te worden gehoord.

3. De gronden die appellant in hoger beroep heeft aangevoerd zijn in essentie een herhaling van wat hij in beroep heeft aangevoerd. De rechtbank is in de aangevallen uitspraak gemotiveerd op die gronden ingegaan. De Raad onderschrijft het oordeel van de rechtbank.

De Raad voegt hier nog het volgende aan toe.

Uit de toelichting bij de hardheidsclausule zoals opgenomen in artikel 5 van de Beleidsregels, blijkt dat het college er rekening mee heeft gehouden dat het hanteren van een inkomensgrens voor het recht op energietoeslag betekent dat huishoudens met een inkomen net boven die inkomensgrens niet in aanmerking komen voor energietoeslag. Het college kan daarbij geen uitzonderingen maken. Zo wordt de regeling helder en goed uitvoerbaar gehouden. Voor de groep niet rechthebbenden kan op individuele basis maatwerk worden geleverd met individuele bijzondere bijstand.

Anders dan appellant heeft gesteld blijkt uit het advies van de commissie dat is overgenomen bij de beslissing op bezwaar dat de commissie heeft geadviseerd om de bezwaren kennelijk ongegrond te verklaren.

De beroepsgrond dat het bestreden besluit is genomen in strijd met het evenredigheidsbeginsel slaagt niet. Appellant heeft deze beroepsgrond niet onderbouwd. Ook voorzien de Beleidsregels niet in een toekenning van een bedrag naar evenredigheid.

4. Omdat het hoger beroep niet slaagt krijgt appellant geen vergoeding voor zijn proceskosten en het betaalde griffierecht. Daarom bestaat ook voor vergoeding van schade in de vorm van wettelijke rente geen aanleiding.

Waarvan proces-verbaal.

De griffier Het lid van de enkelvoudige kamer

(getekend) L. van Beelen (getekend) A.M. Overbeeke

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?