ECLI:NL:CRVB:2026:1050

ECLI:NL:CRVB:2026:1050

Instantie Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak 05-08-2026
Datum publicatie 17-08-2026
Zaaknummer 26/227 WIA
Rechtsgebied Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Procedure Hoger beroep

Samenvatting

Weigering WIA-uitkering toe te kennen omdat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt is. Aanpassing FML. Voldoende zorgvuldig medisch onderzoek en voldoende arbeidskundige onderbouwing. De geselecteerde functies zijn in medisch opzicht passend voor appellant.

Uitspraak

SAMENVATTING

26/227 WIA

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 22 december 2025, 24/7712 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[appellant] te [woonplaats] (appellant)

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)

Datum uitspraak: 5 augustus 2026

Het gaat in deze zaak over de vraag of het Uwv terecht appellant per 24 oktober 2022 geen WIA-uitkering heeft toegekend, omdat hij minder dan 35% arbeidsongeschikt is. Volgens appellant had er een verdergaande urenbeperking moeten worden aangenomen. De Raad volgt dit standpunt niet en komt tot het oordeel dat het Uwv terecht geen WIA-uitkering heeft toegekend.

PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. A.L.M. Vreeswijk, advocaat, hoger beroep ingesteld. Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

De meervoudige kamer heeft de zaak verwezen naar een enkelvoudige kamer.

De Raad heeft partijen laten weten dat hij een zitting niet nodig vindt en gevraagd of zij het daarmee eens zijn. Partijen hebben daarna niet om een zitting gevraagd. Daarom heeft de Raad de zaak niet op een zitting behandeld en het onderzoek gesloten.

OVERWEGINGEN

Inleiding

1. Bij de beoordeling van het hoger beroep zijn de volgende feiten en omstandigheden van belang.

Appellant heeft voor het laatst gewerkt als groenwerker/uitzendkracht voor 37,84 uur per week. Op 26 oktober 2020 heeft hij zich ziekgemeld met klachten van de rug, voeten en maag en psychische klachten. Nadat appellant een aanvraag om een uitkering op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA) had ingediend, heeft onderzoek plaatsgevonden door een arts en een arbeidsdeskundige van het Uwv. De arts heeft vastgesteld dat appellant bij het verrichten van werkzaamheden beperkingen heeft en die beperkingen neergelegd in een Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) van 8 augustus 2023. Een arbeidsdeskundige heeft vastgesteld dat appellant niet meer geschikt is voor zijn laatste werk en voor appellant functies geselecteerd. Het Uwv heeft bij besluit van 16 november 2023 geweigerd appellant met ingang van 24 oktober 2022 een WIA-uitkering toe te kennen, omdat hij minder dan 35% arbeidsongeschikt is.

Bij besluit van 4 november 2024 (bestreden besluit) heeft het Uwv het hiertegen door appellant gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Hieraan liggen een rapport van een verzekeringsarts bezwaar en beroep van 27 augustus 2024, een gewijzigde FML van dezelfde datum en een rapport van een arbeidsdeskundige bezwaar en beroep ten grondslag.

Uitspraak van de rechtbank

2. De rechtbank heeft het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard en daarmee het bestreden besluit in stand gelaten. Appellant heeft op de zitting van de rechtbank zijn beroep beperkt tot uitsluitend de vraag of een verdergaande urenbeperking had moeten worden aangenomen. Zijn overige beroepsgronden heeft hij laten vallen. Appellant heeft in beroep aangevoerd dat hij al vele jaren kampt met een slaap- en waakstoornis. Hij heeft aangegeven dat hij structureel ernstige slaapproblemen en vermoeidheidsklachten ervaart, die volgens hem niet worden veroorzaakt door een slechte slaaphygiëne. Appellant heeft toegelicht dat hij ’s nachts stemmen en geluiden hoort, waardoor hij slechts enkele uren kan slapen en zijn slaap vervolgens overdag moet inhalen. Volgens appellant biedt de door hem gebruikte medicatie slechts een beperkte werking gedurende enkele uren in de nacht. De rechtbank heeft geoordeeld dat de verzekeringsarts in bezwaar en beroep voldoende heeft toegelicht waarom, ondanks de psychische klachten van appellant, geen aanleiding bestaat om een verdergaande beperking van het aantal werkuren toe te kennen. Uit de brief van de behandelend psychiater van 2 augustus 2024 blijkt dat de waarneming van stemmen en geluiden toe te schrijven is aan stemmingsklachten, stress en een onderliggende kwetsbaarheid. Volgens de psychiater is er geen sprake van een psychotische stoornis. De primaire arts heeft het plausibel geacht dat de psychische draagkracht van appellant hierdoor beperkt is en daarvoor verschillende beperkingen aangenomen. De arts zag echter geen aanleiding voor een verdergaande urenbeperking. Hoewel uit het dagverhaal blijkt dat appellant overdag slaapt, betreft dit volgens de arts niet een aantoonbaar verhoogde recuperatiebehoefte. Appellant heeft aangegeven dat hij overdag slaapt omdat hij ’s nachts onvoldoende rust krijgt. Volgens de primaire arts hangt dat mogelijk samen met een veranderd slaapritme. De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft bevestigd dat appellant een omgedraaid dag- en nachtritme heeft: hij slaapt overdag en is ‘s nachts wakker. Dit hoeft echter niet te leiden tot een beperking van de duurbelastbaarheid, omdat appellant tussen 17.00 uur en 9.00 uur in staat lijkt te zijn om te functioneren. Gelet op de passende taken, waarbij rekening wordt gehouden met beperkingen in persoonlijk en sociaal functioneren en fysieke beperkingen, is er op energetische gronden geen indicatie voor een verdere beperking van de werkuren. De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft opgemerkt dat de dagelijkse inname van slaaptabletten, indien op het juiste tijdstip gebruikt, ertoe zou moeten leiden dat appellant ’s nachts slaapt in plaats van overdag. Een zinvolle dagbesteding in passende taken kan hieraan bijdragen, omdat dit overdag slaapdruk opbouwt en het nachtritme ondersteunt. De rechtbank heeft deze motivering van de verzekeringsartsen zorgvuldig en voldoende onderbouwd geacht. De rechtbank heeft geen aanleiding gezien om een onafhankelijke deskundige te benoemen. De rechtbank is uitgegaan van de juistheid van de FML van 27 augustus 2024. De beroepsgronden die appellant had aangevoerd tegen de geduide functies, heeft hij op de zitting ingetrokken. Naar het oordeel van de rechtbank mochten de geduide functies worden gebruikt voor de berekening van de mate van arbeidsongeschiktheid.

Het standpunt van appellant

3. Appellant is het met de uitspraak van de rechtbank niet eens. Appellant heeft tegen die uitspraak aangevoerd dat de rechtbank niet is ingegaan op wat gemotiveerd is aangevoerd in beroep en ter zitting ten aanzien van zijn slaap-/waakstoornis. De rechtbank heeft ten onrechte niet getwijfeld aan de conclusies van de verzekeringsarts bezwaar en beroep over de in verband met de slaapproblemen aan te nemen beperkingen. Appellant heeft herhaald dat een (verdergaande) urenbeperking had moeten worden aangenomen, waarbij hij erop heeft gewezen dat hij ondanks de medicatie niet goed slaapt en dat de medicatie vaker niet helpt dan wel en niet lang helpt. De verzekeringsarts heeft niet aan hem gevraagd hoe lang hij slaapt, of de medicatie altijd werkt en hoe goed de medicatie werkt. De overige problematiek in de nacht, waarmee appellant kampt, is ook niet bij de beoordeling betrokken. Appellant heeft aangevoerd dat uit openbare algemene bronnen blijkt dat slaapmedicatie helemaal niet structureel werkt, maar alleen goed werkt op korte termijn. Daarna treedt gewenning op en bij dagelijks gebruik verdwijnt het slaapondersteunende effect meestal vrij snel. Uit de informatie van zijn behandelend psychiater blijkt dat hij uitgeput is ondanks die slaapmedicatie.

Het standpunt van het Uwv

4. Het Uwv heeft verzocht om de aangevallen uitspraak te bevestigen.

Het oordeel van de Raad

5. De Raad beoordeelt aan de hand van wat appellant in hoger beroep heeft aangevoerd, de beroepsgronden, of de rechtbank het bestreden besluit over de weigering van WIA-uitkering per 24 oktober 2022 terecht in stand heeft gelaten. De Raad komt tot het oordeel dat het hoger beroep niet slaagt. Hierna legt de Raad uit hoe hij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Op grond van artikel 5 van de Wet WIA bestaat recht op een WIA-uitkering als een betrokkene ten minste 35% arbeidsongeschikt is. De mate van arbeidsongeschiktheid wordt berekend door het loon dat een betrokkene in zijn laatste werk nog had kunnen verdienen, te vergelijken met het loon dat hij kan verdienen in passende functies. Deze beoordeling is gebaseerd op een verzekeringsgeneeskundig en een arbeidskundig onderzoek. Beide aspecten worden hieronder besproken.

Medische beoordeling

Wat appellant in hoger beroep heeft aangevoerd, vormt in essentie een herhaling van de gronden die hij in beroep heeft aangevoerd. De rechtbank heeft deze gronden in de aangevallen uitspraak afdoende gemotiveerd weersproken. De rechtbank wordt gevolgd in het oordeel dat het medisch onderzoek voldoende zorgvuldig is geweest en dat er geen aanleiding bestaat te twijfelen aan de juistheid van het medisch oordeel.

Aan de overwegingen die aan het oordeel van de rechtbank ten grondslag liggen, wordt toegevoegd dat uit het rapport van 27 augustus 2024 van de verzekeringsarts bezwaar en beroep blijkt dat kenbaar rekening is gehouden met de medische klachten die appellant naar voren heeft gebracht, waaronder zijn slaapproblemen. De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft ook informatie bij de behandelend psychiater ingewonnen en bij de beoordeling betrokken. De stelling dat door de (verzekerings)artsen wat betreft de slaapproblematiek onvoldoende is uitgevraagd, slaagt niet. Over de slaapproblemen heeft de verzekeringsarts bezwaar en beroep gemotiveerd onderbouwd waarom er geen indicaties (energetisch, preventief dan wel qua beschikbaarheid) zijn die een urenbeperking rechtvaardigen. Dat appellant overdag veel rust neemt en slaapt, kan volgens de verzekeringsarts bezwaar en beroep niet als een uiting van medische klachten worden gezien. De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft vastgelegd dat appellant heeft meegedeeld dat hij 's nachts niet kan slapen als gevolg van het horen van geluiden. Appellant heeft echter ook aangegeven dat hij niets hoort als hij slaaptabletten inneemt en dan wel kan slapen. Volgens de verzekeringsarts bezwaar en beroep is door de vage, niet concrete en tegenstrijdige antwoorden niet duidelijk waarom appellant ondanks de inname van slaaptabletten, die anamnestisch een goed effect hebben, toch niet kan slapen 's nachts. De verzekeringsarts bezwaar en beroep verwacht dat bijna dagelijkse inname van de slaaptablet op het juiste tijdstip ervoor zou moeten zorgen dat appellant niet overdag, maar juist in de nacht slaapt. De enkele stelling van appellant dat uit openbare algemene bronnen het tegendeel zou blijken, is onvoldoende om aan deze motivering te twijfelen. In hoger beroep heeft appellant, net als in beroep, geen medische stukken ingediend die leiden tot een ander oordeel. Het standpunt dat dat een (verdergaande) urenbeperking had moeten worden aangenomen, is gebaseerd op het eigen verhaal van appellant en dat is onvoldoende om af te doen aan het navolgbaar gemotiveerde standpunt daarover van de verzekeringsarts bezwaar en beroep. Omdat twijfel aan de medische beoordeling ontbreekt, heeft de rechtbank terecht geen aanleiding gezien tot benoeming van een onafhankelijk deskundige.

Arbeidskundige beoordeling

Wat appellant heeft aangevoerd, geeft geen aanleiding voor het oordeel dat de geselecteerde functies in medisch opzicht voor hem niet geschikt zijn.

Conclusie en gevolgen

Het hoger beroep slaagt niet. De aangevallen uitspraak wordt bevestigd. Dit betekent dat de weigering appellant per 24 oktober 2022 een WIA-uitkering toe te kennen in stand blijft.

6. Omdat het hoger beroep niet slaagt, krijgt appellant geen vergoeding voor zijn proceskosten en het betaalde griffierecht.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door F.M. Rijnbeek, in tegenwoordigheid van M.D.F. de Moor als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 5 augustus 2026

(getekend) F.M. Rijnbeek

(getekend) M.D.F. de Moor

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand