OVERWEGINGEN
Artikel 8:75a, eerste lid, eerste volzin, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bepaalt dat in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:75 van de Awb in de kosten kan worden veroordeeld. Ingevolge artikel 8:108, eerste lid, van de Awb is deze bepaling van overeenkomstige toepassing op het hoger beroep.
Reiskosten in beroep en hoger beroep
Het Uwv wordt veroordeeld in de kosten die appellant in verband met de behandeling van het beroep en het hoger beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. De reiskosten die appellant heeft moeten maken voor het bijwonen van de zittingen bij de rechtbank en bij de Raad komen tot een bedrag van € 35,10 (openbaar vervoer 2e klas) voor vergoeding in aanmerking.
Vergoeding reiskosten naar deskundige
De kosten die appellant redelijkerwijs heeft moeten maken voor het bezoeken van de deskundige worden door de Raad vergoed.
Griffierecht
Bij de aangevallen uitspraak is al bepaald dat het Uwv het door appellant in beroep betaalde griffierecht moet vergoeden. Het Uwv dient ook het door appellant in hoger beroep betaalde griffierecht te vergoeden.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep
- veroordeelt het Uwv in de kosten van appellant tot een bedrag van € 35,10;
- bepaalt dat het Uwv het door appellant in hoger beroep betaalde griffierecht van € 138,- vergoedt.
Deze uitspraak is gedaan door D.S. de Vries, in tegenwoordigheid van M.G.J. van Eck als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 19 augustus 2026.
(getekend) D.S. de Vries
(getekend) M.G.J. van Eck