ECLI:NL:CRVB:2026:1073

ECLI:NL:CRVB:2026:1073

Instantie Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak 06-08-2026
Datum publicatie 25-08-2026
Zaaknummer 25/1466 BABW
Rechtsgebied Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Procedure Hoger beroep

Samenvatting

Afwijzing aanvraag om een gehandicaptenparkeerkaart voor een passagier. Appellant voldoet niet aan de voorwaarden dat hij continu afhankelijk is van de hulp van een ander. Uit de medische stukken en ook uit wat appellant aanvoert kan niet afgeleid worden dat hij om medische redenen niet in staat is om bijvoorbeeld even alleen te wachten op een bankje als hij wordt afgezet door de bestuurder.

Uitspraak

SAMENVATTING

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

25/1466 BABW

Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 3 juni 2025, 24/1489 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[appellant] te [woonplaats] (appellant)

het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam (college)

Datum uitspraak: 6 augustus 2026

Deze zaak gaat over de vraag of het college de aanvraag van appellant voor een gehandicaptenparkeerkaart voor een passagier terecht heeft afgewezen. De Raad beantwoordt deze vraag bevestigend.

PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. R.S. Pot, advocaat, hoger beroep ingesteld. Het college heeft een verweerschrift ingediend. Appellant heeft een n ader stuk ingediend.

De Raad heeft de zaak behandeld op een zitting van 16 juli 2026. Voor appellant is mr. Pot verschenen. Het college is niet verschenen.

OVERWEGINGEN

Inleiding

1. Bij de beoordeling van het hoger beroep zijn de volgende feiten en omstandigheden van belang.

Appellant heeft een aanvraag gedaan voor een Europese gehandicaptenparkeerkaart (GPK) voor een bestuurder en voor een passagier. Het college heeft de aanvraag voor een bestuurder toegewezen en de aanvraag voor een GPK voor een passagier afgewezen met een besluit van 21 september 2023, Dit besluit is gehandhaafd met een besluit van 6 februari 2024 (bestreden besluit). Hieraan heeft het college ten grondslag gelegd dat uit de medische adviezen van de GGD van 4 augustus 2023, 29 augustus 2023 en 19 december 2023 blijkt dat appellant zich niet zonder hulp van een ander, met de gebruikelijke hulpmiddelen, redelijkerwijs over een langere afstand van 100 meter aaneengesloten kan voortbewegen, maar ook dat hij niet van “deur tot deur” afhankelijk is van de ondersteuning door een ander. Daarmee komt appellant wel in aanmerking voor een GPK voor een bestuurder, maar voldoet hij niet aan de voorwaarden voor verstrekking van een GPK voor een passagier.

Uitspraak van de rechtbank

2. De rechtbank heeft het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard en daarmee het bestreden besluit in stand gelaten. Hiertoe heeft de rechtbank – samengevat – het volgende overwogen. Om in aanmerking te komen voor een GPK voor een passagier is van belang of appellant voldoet aan de voorwaarde dat hij continu afhankelijk is van de hulp van een ander. Uit de medische stukken en ook uit wat appellant aanvoert kan niet afgeleid worden dat hij om medische redenen niet in staat is om bijvoorbeeld even alleen te wachten op een bankje als hij wordt afgezet door de bestuurder.

Het standpunt van appellant

3. Appellant is het met de uitspraak van de rechtbank niet eens. Wat hij heeft aangevoerd wordt hierna besproken.

Het oordeel van de Raad

4. De Raad beoordeelt of de rechtbank terecht het bestreden besluit in stand heeft gelaten aan de hand van wat appellant in hoger beroep heeft aangevoerd, de beroepsgronden. De Raad komt tot het oordeel dat het hoger beroep niet slaagt. De wettelijke regels die voor de beoordeling van het hoger beroep belangrijk zijn, zijn te vinden in de bijlage bij deze uitspraak.

De te beoordelen periode loopt van 1 juni 2023 (de datum van de aanvraag) tot en met 6 februari 2024 (de datum van het bestreden besluit).

Wat appellant in hoger beroep heeft aangevoerd, is in de kern en voor zover van belang een herhaling van wat hij bij de rechtbank heeft aangevoerd. De Raad verenigt zich met het oordeel van de rechtbank over de gronden van beroep en onderschrijft de hiervoor onder 2 weergegeven overwegingen waarop dat oordeel berust. De Raad voegt daar het volgende aan toe.

Appellant heeft in hoger beroep niets ingebracht dat aanleiding geeft voor het oordeel dat de medische adviezen van de GGD niet zorgvuldig tot stand zijn gekomen. Ook ziet de Raad in wat in hoger beroep is aangevoerd geen aanleiding om te twijfelen aan de juistheid van deze medische adviezen. Het college heeft zich daarop mogen baseren. De Raad benadrukt dat de voorwaarden voor een GPK voor een passagier andere zijn dan die voor een GPK voor een bestuurder. Voor het standpunt dat appellant in de te beoordelen periode door zijn aandoening of gebrek niet in staat moet worden geacht om op de plaats van bestemming, al dan niet zittend, alleen te wachten totdat de bestuurder de auto heeft weggebracht zijn geen aanknopingspunten te vinden in de beschikbare stukken.

Conclusie en gevolgen

Het hoger beroep slaagt dus niet. De aangevallen uitspraak wordt bevestigd. Dit betekent dat het bestreden besluit en daarmee de afwijzing van de aanvraag om een GPK voor een passagier in stand blijft.

5. Omdat het hoger beroep niet slaagt krijgt appellant geen vergoeding voor zijn proceskosten en het betaalde griffierecht.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door D. Hardonk-Prins in tegenwoordigheid van F.M. Gerritsen als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 6 augustus 2026.

(getekend) D. Hardonk-Prins

(getekend) F.M. Gerritsen

Bijlage: voor deze uitspraak belangrijke wettelijke regels

Op grond van artikel 49, eerste lid, van het Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer kan aan een gehandicapte, overeenkomstig de bij ministeriële regeling gestelde criteria, door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente waar hij als ingezetene met een adres is ingeschreven in de basisregistratie personen, een gehandicaptenparkeerkaart worden verstrekt.

Op grond van artikel 1, eerste lid aanhef en onder b, van de Regeling gehandicaptenparkeerkaart kunnen voor een gehandicaptenparkeerkaart in aanmerking komen passagiers van motorvoertuigen op meer dan twee wielen en van brommobielen, die ten gevolge van een aandoening of gebrek een aantoonbare loopbeperking hebben van langdurige aard, waardoor zij – met de gebruikelijke loophulpmiddelen – in redelijkheid niet in staat zijn zelfstandig een afstand van meer dan 100 meter aan een stuk te voet te overbruggen en die voor het vervoer van deur tot deur continu afhankelijk zijn van de hulp van de bestuurder.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand