26/384 ONBEK-V
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak op het verzet in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland van 30 januari 2026, 25/5276 (aangevallen uitspraak)
Partij:
[appellant] te [woonplaats] (appellant)
Datum uitspraak: 6 augustus 2026
PROCESVERLOOP
In de uitspraak van 1 april 2026 heeft de Raad zich onbevoegd verklaard om van het door appellant ingestelde hoger beroep kennis te nemen.
Appellant heeft verzet gedaan.
De Raad heeft het verzet behandeld op de zitting van 25 juni 2026. Appellant is ter zitting verschenen.
OVERWEGINGEN
Overwegingen van de Raad
Voor doorbreking van een wettelijk appelverbod kan aanleiding zijn indien sprake is van een evidente schending van eisen van een goede procesorde dan wel van fundamentele rechtsbeginselen, zodanig dat van een eerlijk proces geen sprake is. Deze situatie doet zich hier niet voor. Wat appellant heeft aangevoerd is een herhaling van de argumenten die hij in verzet bij de rechtbank heeft aangevoerd en die argumenten bieden geen grond voor het oordeel dat zich in dit geval een zodanige schending heeft voorgedaan.
Wat appellant voor het overige heeft aangevoerd geeft evenmin grond voor het oordeel dat de uitspraak van 1 april 2026 niet in stand kan blijven.
Dit betekent dat het verzet ongegrond wordt verklaard.
4. Voor een proceskostenveroordeling van het verzet is geen aanleiding.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep verklaart het verzet ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door H.G. Rottier in tegenwoordigheid van M.G.J. van Eck als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 6 augustus 2026.
(getekend) H.G. Rottier
(getekend) M.G.J. van Ec