ECLI:NL:CRVB:2026:108

ECLI:NL:CRVB:2026:108

Instantie Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak 20-01-2026
Datum publicatie 03-02-2026
Zaaknummer 24/519 PW-PV
Rechtsgebied Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Procedure Hoger beroep

Samenvatting

Afwijzing aanvraag. Eenmalige energietoeslag 2022. Peildatum. Beleidsvrijheid bij vormgeven energietoeslag. Geen toepassing hardheidsclausule. Geen bijzondere omstandigheden a.b.i. art. 4:84 Awb. Geen schending hoorplicht. De gronden die appellante in hoger beroep heeft aangevoerd zijn in essentie een herhaling van wat zij in beroep heeft aangevoerd. De Raad onderschrijft het oordeel van de rechtbank.

Uitspraak

24. 519 PW-PV

Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Limburg van 23 januari 2024, 23/1178 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[appellante] te [woonplaats] (appellante)

het college van burgemeester en wethouders van Kerkrade (college)

Datum uitspraak: 20 januari 2026

Zitting heeft: A.M. Overbeeke

Griffier: L. van Beelen

Namens appellante is mr. B.J.J. Schins, advocaat, verschenen. Het college heeft zich laten vertegenwoordigen door J. Pruis.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar. Zij is gebaseerd op de volgende overwegingen.

1. Op 1 december 2022 heeft appellante een eenmalige energietoeslag aangevraagd op grond van de Participatiewet (PW). Met een besluit van 13 december 2022, na bezwaar gehandhaafd met een besluit van 19 april 2023 (bestreden besluit) heeft het college deze aanvraag afgewezen omdat het inkomen van appellante meer bedraagt dan 120% van de voor haar van toepassing zijnde norm.

2. De rechtbank heeft het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. De rechtbank heeft daarbij – samengevat – het volgende overwogen. De rechtbank stelt vast dat in de Beleidsregels Eenmalige energietoeslag 2022 gemeente Kerkrade (de Beleidsregels) aansluiting is gezocht bij het inkomensbegrip in de artikelen 31 en 32 van de PW. De rechtbank oordeelt dat het college het inkomen van appellante heeft vastgesteld op

de manier zoals dat in de PW en de Beleidsregels is voorgeschreven. Bij de vaststelling is

het inkomen van appellante over de maanden september, oktober en november 2022 betrokken. Het inkomen van € 1.408,19 is echter hoger dan € 1.322,18 (120% van de voor haar geldende norm). Appellante heeft dus geen recht op de eenmalige energietoeslag.

De grond dat per 1 januari 2023 een hogere bijstandsnorm van toepassing is op grond waarvan appellante mogelijk wel in aanmerking komt voor een energietoeslag slaagt niet. De peildatum is immers de datum waarop appellante haar aanvraag heeft ingediend te weten 1 december 2022.

Ook het feit dat andere gemeenten mogelijk een ander beleid voeren dan het

college, maakt dit niet anders. De wetgever heeft gemeenten beleidsvrijheid gegeven bij het vormgeven van de energietoeslag. Colleges mogen onder andere zelf de doelgroep, de inkomensgrens en de hoogte van de toeslag bepalen.

Op grond van artikel 5 van de Beleidsregels kan het college als de aanvrager niet in aanmerking komt voor een eenmalige energietoeslag 2022, gelet op alle omstandigheden, in het individuele geval besluiten dat de aanvrager in afwijking van de Beleidsregel toch in aanmerking komt voor de eenmalige energietoeslag indien dringende redenen hiertoe noodzaken. De rechtbank is van oordeel dat het college geen toepassing heeft hoeven geven

aan de hardheidsclausule of aan het bepaalde in artikel 4:84 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), omdat de rechtbank niet is gebleken van dringende redenen om af te

wijken van de Beleidsregels. Appellante heeft haar standpunt niet met concrete feiten en omstandigheden onderbouwd.

Over het niet horen in bezwaar heeft de rechtbank geoordeeld dat uitgangspunt is dat

er een hoorplicht bestaat, tenzij een van de uitzonderingen van artikel 7:3 van de Awb zich

voordoet. Er is sprake van een kennelijk ongegrond bezwaar wanneer uit het bezwaarschrift

direct al blijkt dat de bezwaren ongegrond zijn en daarover geen redelijke twijfel is. De

inhoud van het bezwaarschrift moet worden beoordeeld in samenhang met de motivering van het primaire besluit. De rechtbank is van oordeel dat het college zich op grond van het bezwaarschrift en wat appellante heeft aangevoerd op het standpunt heeft kunnen stellen dat appellante niet hoefde te worden gehoord.

3. De gronden die appellante in hoger beroep heeft aangevoerd zijn in essentie een herhaling van wat zij in beroep heeft aangevoerd. De rechtbank is in de aangevallen uitspraak gemotiveerd op die gronden ingegaan. De Raad onderschrijft het oordeel van de rechtbank.

4. Omdat het hoger beroep niet slaagt krijgt appellante geen vergoeding voor haar proceskosten en het betaalde griffierecht. Daarom bestaat ook voor vergoeding van schade in de vorm van wettelijke rente geen aanleiding.

Waarvan proces-verbaal.

De griffier Het lid van de enkelvoudige kamer

(getekend) L. van Beelen (getekend) A.M. Overbeeke

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?