24. 212 PW/PV
Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Limburg van 13 december 2023, 23/1177 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellante] te [woonplaats] (appellante)
het college van burgemeester en wethouders van Sittard-Geleen (college)
Datum uitspraak: 20 januari 2026
Zitting heeft: A.M. Overbeeke
Griffier: L. van Beelen
Namens appellante is mr. B.J.J. Schins, advocaat, verschenen. Het college heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. V.P.A. Dassen.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar. Zij is gebaseerd op de volgende overwegingen.
1. Op 20 oktober 2022 heeft appellante een aanvraag gedaan voor een eenmalige energietoeslag 2022 op grond van de Participatiewet (PW). Appellante heeft bij haar aanvraag vermeld dat zij een uitkering van het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen van € 1.240,- netto per maand ontvangt en een uitkering uit een arbeidsongeschiktheidspensioen van € 61,- netto per maand.
Met een besluit van 11 november 2022, na bezwaar gehandhaafd met een besluit van 25 april 2023 (bestreden besluit), heeft het college deze aanvraag afgewezen. Daaraan ligt ten grondslag dat het inkomen van appellante hoger is dan 120% van de voor haar geldende bijstandsnorm.
2. De rechtbank heeft het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard.
3. Appellante heeft aangevoerd dat het college het gelijkheidsbeginsel heeft geschonden. Ten onrechte is niet de norm van 130% van de bijstandsnorm gehanteerd, zoals bij andere gemeentes die samen de uitvoeringsinstantie Vidar hebben, het geval is. Deze beroepsgrond slaagt niet.
4. Artikel 35, vierde lid, van de PW maakt het mogelijk om categoriaal bijzondere bijstand toe te kennen aan een alleenstaande of gezin in de vorm van een eenmalige energietoeslag. In de memorie van toelichting bij de wijziging van de PW in verband met het eenmalig verstrekken van een eenmalige energietoeslag is vermeld dat de eenmalige energietoeslag in het leven is geroepen om snelle ondersteuning te bieden aan huishoudens die in de problemen dreigen te raken als gevolg van de gestegen energiekosten. Gemeenten hebben beleidsvrijheid bij het vormgeven van de energietoeslag. Colleges mogen onder andere zelf de doelgroep, de inkomensgrens en de hoogte van de toeslag bepalen.Het college heeft hiertoe de Beleidsregels eenmalige energietoeslag Sittard-Geleen 2022 (Beleidsregels) opgesteld. Een huishouden heeft op grond van de Beleidsregels een laag inkomen als dit niet hoger is dan 120% van de toepasselijke bijstandsnorm.
Appellante heeft aangevoerd dat het college haar inkomen niet juist heeft berekend. Het college heeft geen rekening gehouden met het inkomen waarover zij redelijkerwijs kan beschikken, na betaling van de noodzakelijk te maken kosten van beschermingsbewind. De arbeidsongeschiktheidsuitkering dient niet tot het inkomen te worden gerekend, omdat het niet bedoeld is voor de energiekosten, maar een specifieke bestemming heeft en moet worden vrijgelaten. Daarnaast is het in aanmerking genomen inkomen niet representatief, omdat alleen naar september 2022 is gekeken Deze beroepsgronden slagen niet. Daartoe is het volgende van betekenis.
Appellante heeft op 20 oktober 2022 een eenmalige energietoeslag aangevraagd. Op grond van artikel 1, aanhef en onder d en e, van de Beleidsregels is de peildatum de eerste dag van de volledige maand voorafgaand aan de aanvraagdatum. De referteperiode is de volledige maand vanaf de peildatum. Gelet op de aanvraagdatum heeft het college terecht het inkomen over de maand september 2022 voor de vaststelling van het recht op eenmalige energietoeslag in aanmerking genomen. De rechtbank heeft terecht overwogen dat het inkomen over deze maand representatief is, omdat het college ook nog naar de inkomsten voorafgaand aan deze maand heeft gekeken. Daaruit bleek dat appellante over dezelfde inkomsten beschikte. Dat ook met uitgaven voor de kosten van beschermingsbewind rekening moet worden gehouden volgt niet uit het inkomensbegrip van artikel 32, eerste lid, van de PW en ook niet uit de Beleidsregels. Schulden zijn niet van invloed op het in aanmerking te nemen inkomen.
Anders dan appellante aanvoert, is de particuliere arbeidsongeschiktheidsverzekering inkomen als bedoeld in artikel 32, eerste lid, en onder a, van de PW. Deze uitkering is bedoeld ter compensatie van verlies van arbeidsvermogen en komt naar zijn aard overeen met een periodiek te ontvangen bedrag aan sociale zekerheidsuitkering dat kan worden ingezet voor levensonderhoud, waarop de bijstand slechts behoeft aan te vullen.
Volgens appellante had het college rekening moeten houden met een inflatie van 17%. Deze beroepsgrond slaagt niet. Appellante heeft niet onderbouwd hoe dit percentage is vastgesteld. De rechtbank heeft er terecht op gewezen dat uitkeringen jaarlijks worden geïndexeerd.
Appellante heeft verder aangevoerd dat het college op grond van artikel 5 van de Beleidsregels de hardheidsclausule had moeten toepassen. Deze beroepsgrond slaagt niet. De rechtbank heeft terecht overwogen dat een bedrag van € 46,04 geen marginale overschrijding is. Bij het opstellen van de regeling over de eenmalige energietoeslag is voorzien dat, welke inkomensgrens er ook wordt gehanteerd, er altijd huishoudens zullen zijn die net buiten de door een gemeente bepaalde inkomensgrens zullen vallen. Voor deze net-niet-rechthebbende huishoudens kan de gemeente maatwerk leveren via de individuele bijzondere bijstand. In dit geval heeft appellante maandelijks bijzondere bijstand voor extra stookkosten vanwege een medische noodzaak ontvangen.
Appellante heeft nog aangevoerd dat de weigering van de eenmalige energietoeslag voor haar onevenredige gevolgen heeft en dat het college bijzondere bijstand had moeten toekennen op grond van artikel 4:84 van de Algemene wet bestuursrecht. Deze beroepsgronden slagen niet, omdat appellante haar stellingen niet heeft onderbouwd.
5. Omdat het hoger beroep niet slaagt krijgt appellante geen vergoeding voor haar proceskosten en het betaalde griffierecht. Daarom bestaat ook voor vergoeding van schade in de vorm van wettelijke rente geen aanleiding.
Waarvan proces-verbaal.
De griffier Het lid van de enkelvoudige kamer
(getekend) L. van Beelen (getekend) A.M. Overbeeke