ECLI:NL:CRVB:2026:1106

ECLI:NL:CRVB:2026:1106

Instantie Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak 13-08-2026
Datum publicatie 27-08-2026
Zaaknummer 21/4421 WIA
Rechtsgebied Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Procedure Hoger beroep

Samenvatting

Het gaat in deze zaak over de vraag of het Uwv terecht de mate van arbeidsongeschiktheid van appellante per 18 november 2019 heeft vastgesteld op 53,30%. Volgens appellante heeft zij meer medische beperkingen dan het Uwv heeft aangenomen. Daarom kan zij niet de door de arbeidsdeskundige geselecteerde functies vervullen. De Raad komt na raadpleging van een deskundige, naar aanleiding waarvan een gewijzigde FML is opgesteld, tot het oordeel dat het Uwv het arbeidsongeschiktheidspercentage juist heeft vastgesteld.

Uitspraak

SAMENVATTING

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

21/4421 WIA

Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Overijssel van 9 november 2021, 20/2114 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[appellante] te [woonplaats] (appellante)

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)

[ex-werkgeefster B.V.] . (ex-werkgeefster)

Datum uitspraak: 13 augustus 2026

Het gaat in deze zaak over de vraag of het Uwv terecht de mate van arbeidsongeschiktheid van appellante per 18 november 2019 heeft vastgesteld op 53,30%. Volgens appellante heeft zij meer medische beperkingen dan het Uwv heeft aangenomen. Daarom kan zij niet de door de arbeidsdeskundige geselecteerde functies vervullen. De Raad komt tot het oordeel dat het Uwv het arbeidsongeschiktheidspercentage juist heeft vastgesteld.

PROCESVERLOOP

Namens appellante heeft mr. C.C.M. Peper, advocaat, hoger beroep ingesteld. Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

De ex-werkgeefster heeft als derde-belanghebbende deelgenomen. Namens ex-werkgeefster heeft [naam] zich als gemachtigde gesteld. Ex-werkgeefster heeft geen gebruikgemaakt van de gelegenheid om een schriftelijke uiteenzetting in te dienen.

De meervoudige kamer heeft de zaken verwezen naar een enkelvoudige kamer.

De Raad heeft de zaak behandeld op een zitting van 5 september 2024. De zaak is gevoegd behandeld met de zaak met nummer 23/3261 WIA. Appellante is verschenen, bijgestaan door mr. Peper. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door M.K. Affia. Exwerkgeefster heeft zich niet laten vertegenwoordigen.

Het onderzoek is na de zitting heropend.

De Raad heeft verzekeringsarts F.J. Perquin als onafhankelijke deskundige benoemd. De deskundige heeft op 14 mei 2025 een rapport uitgebracht. Partijen hebben gereageerd op het rapport van de deskundige.

De Raad heeft partijen laten weten dat hij een tweede zitting niet nodig vindt en gevraagd of zij het daarmee eens zijn. Partijen hebben daarna niet om een zitting gevraagd. Daarom heeft de Raad de zaak niet op een zitting behandeld en het onderzoek gesloten. Na het sluiten van het onderzoek zijn de zaken gesplitst. In de zaak 23/3261 WIA wordt heden afzonderlijk uitspraak gedaan.

OVERWEGINGEN

Inleiding

1. Bij de beoordeling van het hoger beroep zijn de volgende feiten en omstandigheden van belang.

Appellante heeft voor het laatst gewerkt als schoonmaakster en huishoudelijk medewerkster thuiszorg voor gemiddeld 26,86 uur per week. Op 27 november 2017 heeft appellante zich ziekgemeld met gezondheidsklachten. Nadat appellante een aanvraag om een uitkering op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA) had ingediend, heeft onderzoek plaatsgevonden door een arts en een arbeidsdeskundige van het Uwv. De arts heeft vastgesteld dat appellante bij het verrichten van werkzaamheden beperkingen heeft en heeft die beperkingen neergelegd in een Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) van 19 december 2019. Een arbeidsdeskundige heeft vastgesteld dat appellante niet meer geschikt is voor het laatstelijk verrichte werk. Hij heeft vervolgens functies geselecteerd en op basis van de drie functies met de hoogste lonen de mate van arbeidsongeschiktheid berekend. Bij besluit van 30 december 2019 heeft het Uwv appellante geweigerd een WIA-uitkering toe te kennen omdat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt wordt geacht.

Het bezwaar van appellante tegen dit besluit heeft het Uwv bij besluit van 24 september 2020 (bestreden besluit) gegrond verklaard en appellante alsnog een loongerelateerde WGA-uitkering toegekend waarbij de mate van arbeidsongeschiktheid is vastgesteld op 53,30%. Aan het bestreden besluit liggen rapporten van een verzekeringsarts bezwaar en beroep en een arbeidskundige bezwaar en beroep ten grondslag. De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft op 13 augustus 2020 de FML aangepast met een aanvullende beperking op item 1.9.2 (aangewezen op vaste, bekende werkwijzen) en een urenbeperking van vier uur per dag/twintig uur per week.

Uitspraak van de rechtbank

2. De rechtbank heeft geoordeeld dat het medisch onderzoek op een voldoende zorgvuldige wijze heeft plaatsgevonden. De rapporten van de verzekeringsarts bezwaar en beroep van 13 augustus 2020, 22 september 2020 en van 17 september 2021 zijn consistent en de daarin verwoorde conclusies zijn behoorlijk onderbouwd. Omdat de aangepaste FML van 13 augustus 2020 juist wordt geacht mocht de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep hiervan uitgaan. De rechtbank heeft geoordeeld dat de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep in het rapport van 18 augustus 2020 afdoende heeft gemotiveerd waarom de geduide functies geen overschrijdingen opleveren van de belastbaarheid van appellante op de datum in geding en in medisch opzicht voor appellante geschikt zijn. De schatting berust hiermee op een toereikende arbeidskundige grondslag. Het Uwv heeft de mate van arbeidsongeschiktheid dan ook terecht vastgesteld op 53,30%. Omdat eerst in het rapport van 17 september 2021 toereikend is gemotiveerd waarom een verdergaande urenbeperking niet aan de orde is, is het bestreden besluit niet voorzien van een deugdelijke motivering zoals artikel 7:12 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) vereist. De rechtbank heeft het beroep van appellante tegen het bestreden besluit gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en bepaald dat de rechtsgevolgen van het vernietigde bestreden besluit in stand blijven. De rechtbank heeft beslissingen gegeven over vergoeding van griffierecht en proceskosten.

Het standpunt van appellante

3. Appellante heeft in hoger beroep aangevoerd dat zij het niet eens is met de hoogte van het arbeidsongeschiktheidspercentage. Volgens appellante had een verdergaande urenbeperking aangenomen moeten worden. Ter onderbouwing van haar standpunt heeft appellante verwezen naar het rapport van bedrijfs-/verzekeringsarts H. Donkers van 4 juni 2021. Donkers heeft in dat rapport geconcludeerd dat moet worden uitgegaan van een duurbelastbaarheid van driemaal vier uur per week, waarbij rekening wordt gehouden met de verhoogde behoefte aan hersteltijd bij verlaagd energieniveau en verminderde beschikbaarheid vanuit meerdere behandelcontactmomenten. Ook moet volgens Donkers een aanvullende beperking worden aangenomen voor onregelmatige werktijden en is appellante aangewezen op intensieve begeleiding tijdens het werk in het kader van de noodzaak extern te structureren bij beperkt initiatief. Appellante heeft daaraan toegevoegd dat zij al jaren intensieve behandelingen volgt die veel tijd en energie kosten. Volgens appellante heeft de verzekeringsarts bezwaar en beroep haar dagverhaal en persoonlijkheidskenmerken onvoldoende bij de beoordeling betrokken. Appellante heeft medische informatie van haar behandelend GZ-psycholoog van 12 mei 2021 en aanvullende rapporten van Donkers van 28 januari 2022 en 23 augustus 2023 ingebracht.

Het standpunt van het Uwv

4. Het Uwv heeft verzocht om de aangevallen uitspraak te bevestigen.

Benoeming deskundige

5. Door de verschillen van inzicht tussen de verzekeringsartsen van het Uwv en de door appellante ingeschakelde Donkers, is bij de Raad twijfel ontstaan over de juistheid van de belastbaarheid van appellante per 18 november 2019 zoals verwoord in de FML van 13 augustus 2020. De Raad heeft daarin aanleiding gezien een deskundige te benoemen.

De Raad heeft verzekeringsarts Perquin als deskundige benoemd. De deskundige heeft het dossier bestudeerd en appellante onderzocht. De deskundige heeft in zijn rapport van 14 mei 2025 geconcludeerd dat bij appellante op de datum in geding 18 november 2019 sprake is van verschillende persoonlijkheidsstoornissen.

Volgens de deskundige is een aanvullende beperking voor de noodzaak van rechtstreeks toezicht en/of intensieve begeleiding (lichtste graad) aan de orde. Wat betreft het aantal te werken uren per dag/per week, acht de deskundige de in de FML aangenomen urenbeperking van ongeveer vier uur per dag en ongeveer twintig uur per week redelijk en in overeenstemming met de standaard Duurbelastbaarheid in Arbeid gezien de aard, frequentie en intensiteit van de door appellante op 18 november 2019 gevolgde behandeling. Daarbij geldt dat roosterwijzigingen op korte termijn voor appellante voorkomen moeten worden.

Naar aanleiding van het rapport van de deskundige heeft een verzekeringsarts bezwaar en beroep op 24 juni 2025 een rapport uitgebracht en een gewijzigde FML opgesteld, waarin aanvullende beperkingen zijn opgenomen ten aanzien van item 2.12.3 (aangewezen op werk waarin zo nodig kan worden teruggevallen op directe collega’s of leidinggevende, géén solitaire functie) en item 6.4 (aangewezen op regelmatige werktijden).

De arbeidsdeskundige bezwaar en beroep heeft bij rapport van 27 juni 2025 de geselecteerde functie van medewerker beddenservice, SBC-code 111112 laten vervallen. Dit heeft echter geen invloed op het arbeidsongeschiktheidspercentage, omdat de vervallen functie niet is gebruikt om de verdiencapaciteit vast te stellen. Het Uwv heeft het bestreden besluit dan ook gehandhaafd.

Appellante heeft te kennen gegeven het hoger beroep te handhaven en herhaald dat zij intensief is behandeld en extra recuperatietijd nodig heeft gehad.

Het oordeel van de Raad

6. De Raad beoordeelt of de rechtbank terecht het bestreden besluit over de mate van arbeidsongeschiktheid op 53,30% in stand heeft gelaten aan de hand van wat appellante in hoger beroep heeft aangevoerd, de beroepsgronden. De Raad komt tot het oordeel dat het hoger beroep niet slaagt. Hierna legt de Raad uit hoe hij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Op grond van artikel 5 van de Wet WIA bestaat recht op een WIA-uitkering als een betrokkene ten minste 35% arbeidsongeschikt is. De mate van arbeidsongeschiktheid wordt berekend door het loon dat een betrokkene in zijn laatste werk nog had kunnen verdienen, te vergelijken met het loon dat hij kan verdienen in passende functies. Deze beoordeling is gebaseerd op een verzekeringsgeneeskundig en een arbeidskundig onderzoek. Beide aspecten worden hieronder besproken.

Medische beoordeling

Als uitgangspunt geldt dat de bestuursrechter de conclusies van een onafhankelijke, door hem ingeschakelde deskundige volgt indien de door deze deskundige gebezigde motivering hem overtuigend voorkomt. Deze situatie doet zich hier voor, zij het dat de verzekeringsarts bezwaar en beroep wat betreft de noodzaak van intensieve begeleiding gemotiveerd tot een andere beperking dan de deskundige in de FML is gekomen. Dit komt in het navolgende aan de orde. Het rapport van de deskundige geeft blijk van een zorgvuldig onderzoek en is inzichtelijk en consistent. De deskundige heeft appellante gezien op een spreekuur, waarbij een uitgebreide anamnese en een uitvraag van de klachten is afgenomen. De deskundige heeft alle informatie in zijn beoordeling betrokken.

In het rapport van 24 juni 2025 heeft de verzekeringsarts bezwaar en beroep uiteengezet hoe de conclusies van de deskundige zijn vertaald naar aanvullende beperkingen in de FML van dezelfde datum, waarin appellante aanvullend beperkt is geacht op item 2.12.3 (aangewezen op werk waarin zo nodig kan worden teruggevallen op directe collega’s of leidinggevende, géén solitaire functie) en item 6.4 (aangewezen op regelmatige werktijden). De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft inzichtelijk gemotiveerd dat appellante in staat is om zonder toezicht en begeleiding eenvoudige taken uit te voeren en dat het niet noodzakelijk is om bij elke taak onder toezicht of begeleiding te staan. Appellante kan taken alleen doen, maar zij kan geen solitair werk doen en zij moet kunnen terugvallen op collega’s of een leidinggevende om direct hulp te kunnen inroepen. Dit gemotiveerde standpunt van de verzekeringsarts bezwaar en beroep kan worden gevolgd.

Wat betreft de intensiteit van de behandeling op de datum in geding 18 november 2019, heeft de Raad appellante nog gevraagd een overzicht van haar afspraken rond de datum in geding te verstrekken. De stukken die appellante vervolgens heeft overgelegd – uitdraaien/overzichten van afspraken met verschillende behandelaars over een langere periode, zonder dat daarbij een inzichtelijke conclusie met betrekking tot de frequentie van de afspraken en de duur van de behandelingen is opgenomen – geven geen aanleiding om wat betreft de urenbeperking tot een andere conclusie te komen dan de deskundige (en de verzekeringsarts bezwaar en beroep).

Gelet op wat hiervoor is overwogen, is er geen twijfel over de juistheid van het standpunt van het Uwv dat in de (naar aanleiding van het rapport van de deskundige) aangepaste FML van 24 juni 2025 in voldoende mate rekening wordt gehouden met de beperkingen van appellante op 18 november 2019.

Arbeidskundige beoordeling

Met de aangepaste FML heeft de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep geconcludeerd dat appellante ongewijzigd 53,30% arbeidsongeschikt is op 18 november 2019. Aan deze beoordeling liggen de functies productiemedewerker industrie (samenstellen producten) (SBC-code 111180), medewerker kleding en textielreiniging (SBC-code 111161) en samensteller kunststof en rubberproducten (SBC-code 271130) ten grondslag. Uitgaande van de juistheid van de FML van 24 juni 2025, wordt het Uwv gevolgd in het standpunt dat de door de arbeidsdeskundige geselecteerde functies voor appellante geschikt zijn.

Conclusie en gevolgen

Het hoger beroep slaagt niet. Het bestreden besluit kan dus in stand worden gelaten. De aangevallen uitspraak zal, voor zover aangevochten, met verbetering van de motivering, worden bevestigd.

7. Omdat het bestreden besluit pas in hoger beroep is voorzien van een toereikende medische en arbeidskundige onderbouwing bestaat aanleiding het Uwv te veroordelen in de proceskosten van appellante. Aangezien de rechtbank in de aangevallen uitspraak een proceskostenveroordeling in beroep heeft uitgesproken, ligt nog ter beoordeling voor de kosten die appellante in verband met de behandeling van het hoger beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. De kosten voor verleende rechtsbijstand worden begroot op € 2.802,- in hoger beroep (1 punt voor het indienen van het hoger beroepschrift, 1 punt voor het verschijnen ter zitting, tweemaal 0,5 punt voor het indienen van een reactie, met een waarde per punt van € 934,-). De reiskosten van € 45,- die appellante heeft moeten maken voor het bijwonen van de bij de Raad komen voor vergoeding in aanmerking. Ook de kosten die appellante heeft gemaakt voor het indienen van de rapporten van medisch adviseur Donkers, een bedrag van € 598,95, komen voor vergoeding in aanmerking. De totale proceskostenvergoeding bedraagt € 3.445,95.

8. Daarnaast dient het Uwv het door appellante in hoger beroep betaalde griffierecht te vergoeden.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep

Deze uitspraak is gedaan door S. Wijna, in tegenwoordigheid van M.J.D. van Haren als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 13 augustus 2026.

(getekend) S. Wijna

(getekend) M.J.D. van Haren

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand