ECLI:NL:CRVB:2026:1115

ECLI:NL:CRVB:2026:1115

Instantie Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak 26-08-2026
Datum publicatie 28-08-2026
Zaaknummer 24/1504 WAO
Rechtsgebied Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Procedure Proceskostenveroordeling

Samenvatting

Proceskostenveroordeling na intrekking hoger beroep.

Uitspraak

24/1504 WAO

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:75a en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Oost-Brabant van 23 mei 2024, 23/2349 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[appellant] te [woonplaats] (appellant)

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)

Datum uitspraak: 26 augustus 2026

PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. M.J.M. Sanders hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

De Raad heeft de zaak behandeld op een zitting van 21 mei 2025. Appellant is verschenen, bijgestaan door mr. Sanders. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. R.E.J.P.M. Rutten.

De Raad heeft het onderzoek heropend en M.M. Wolff-van der Ven, verzekeringsarts, als deskundige benoemd. De deskundige heeft op 19 januari 2026 gerapporteerd. Appellant heeft een zienswijze ingediend.

Het Uwv heeft op 30 maart 2026 een gewijzigde beslissing op bezwaar genomen.

Appellant heeft het hoger beroep ingetrokken en gelijktijdig aan de Raad verzocht het Uwv te veroordelen in de proceskosten.

De Raad heeft partijen laten weten dat hij een nadere zitting niet nodig vindt en gevraagd of zij het daarmee eens zijn. Partijen hebben daarna niet om een zitting gevraagd. Daarom heeft de Raad de zaak niet op een nadere zitting behandeld en het onderzoek gesloten.

OVERWEGINGEN

Artikel 8:75a, eerste lid, eerste volzin, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bepaalt dat in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:75 van de Awb in de kosten kan worden veroordeeld. Ingevolge artikel 8:108, eerste lid, van de Awb is deze bepaling van overeenkomstige toepassing op het hoger beroep.

Appellant heeft het hoger beroep ingetrokken, omdat het Uwv met de gewijzigde beslissing op bezwaar van 30 maart 2026 aan zijn bezwaren tegemoet is gekomen.

Appellant heeft onder andere verzocht om vergoeding van de reiskosten die hij heeft moeten maken voor het bijwonen van de zitting bij de rechtbank en de kosten van een expertiserapport dat hij tijdens de beroepsprocedure bij de rechtbank heeft ingediend. Aangezien de rechtbank al een proceskostenveroordeling voor de kosten in beroep heeft uitgesproken en appellant tegen dit onderdeel van de aangevallen uitspraak niet is opgekomen, valt het verzoek van appellant om vergoeding van de in beroep gemaakte kosten buiten de omvang van dit geding. Over de kosten van bezwaar heeft het Uwv al beslist in de gewijzigde beslissing op bezwaar. De Raad zal daarom alleen nog oordelen over de in hoger beroep gemaakte kosten.

Het Uwv wordt veroordeeld in de kosten die appellant in verband met de behandeling van het hoger beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. De proceskosten worden, ingevolge het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb), begroot op € 2.335,- (1 punt voor het indienen van het hoger beroepschrift, 1 punt voor het bijwonen van de zitting en 0,5 punt voor de zienswijze naar aanleiding van het deskundigenrapport, met een waarde van € 934,- per punt). Daarnaast komen de reiskosten die appellant heeft moeten maken in verband met de zitting bij de Raad, tot een bedrag van € 16,40 op basis van openbaar vervoer 2e klasse, voor vergoeding in aanmerking.

Wat betreft het verzoek om vergoeding van de kosten van het expertiserapport dat appellant in hoger beroep heeft ingediend, heeft het Uwv er terecht op gewezen dat administratieve en secretariële werkzaamheden niet voor vergoeding in aanmerking komen omdat artikel 1 van het Bpb niet in vergoeding van deze kosten voorziet. Alleen de uren van de medisch adviseur komen voor vergoeding in aanmerking tegen het, voor opdrachten gegeven op of na 1 januari 2024, geldende maximale uurtarief van € 154,50. De aldus berekende vergoeding van € 540,75 (3,5 x € 154,50) wordt verhoogd met 21% omzetbelasting. Voor het in hoger beroep ingediende expertiserapport komt daarom een bedrag van € 654,31 voor vergoeding in aanmerking.

De totale proceskostenvergoeding bedraagt € 3.005,71.

Ook dient het Uwv het door appellant in hoger beroep betaalde griffierecht te vergoeden.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep

Deze uitspraak is gedaan door S.B. Smit-Colenbrander, in tegenwoordigheid van M.G.J. van Eck als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 26 augustus 2026.

(getekend) S.B. Smit-Colenbrander

(getekend) M.G.J. van Eck

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand