ECLI:NL:CRVB:2026:1121

ECLI:NL:CRVB:2026:1121

Instantie Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak 27-08-2026
Datum publicatie 28-08-2026
Zaaknummer 23/2216 WIA
Rechtsgebied Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Procedure Hoger beroep

Samenvatting

Proceskostenveroordeling na intrekking hoger beroep.

Uitspraak

23/2216 WIA

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:75a en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 11 juli 2023, 22/3985 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[appellante] te [woonplaats] (appellante)

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)

Datum uitspraak: 27 augustus 2026

PROCESVERLOOP

Namens appellante heeft [gemachtigde] ., van Klaverblad Rechtsbijstand Stichting, hoger beroep ingesteld en een rapport van het Expertise Instituut van 13 november 2023 ingestuurd.

Het Uwv heeft op 30 januari 2026 een gewijzigde beslissing op bezwaar genomen.

Appellante heeft het hoger beroep ingetrokken en gelijktijdig aan de Raad verzocht het Uwv te veroordelen in de proceskosten in beroep en hoger beroep.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

De meervoudige kamer heeft de zaak verwezen naar een enkelvoudige kamer.

De Raad heeft partijen laten weten dat hij een zitting niet nodig vindt en gevraagd of zij het daarmee eens zijn. Partijen hebben daarna niet om een zitting gevraagd. Daarom heeft de Raad de zaak niet op een zitting behandeld en het onderzoek gesloten.

OVERWEGINGEN

Artikel 8:75a, eerste lid, eerste volzin, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bepaalt dat in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:75 van de Awb in de kosten kan worden veroordeeld. Ingevolge artikel 8:108, eerste lid, van de Awb is deze bepaling van overeenkomstige toepassing op het hoger beroep.

Met de nieuwe beslissing op bezwaar van 30 januari 2026 heeft het Uwv appellante per 1 april 2022 in aanmerking gebracht voor een IVA-uitkering op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA). Omdat het Uwv hiermee volledig aan de bezwaren van appellante is tegemoetgekomen, heeft zij het hoger beroep ingetrokken.

Proceskosten

Het Uwv wordt veroordeeld in de kosten die appellante in verband met de behandeling van het beroep en het hoger beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. De proceskosten worden, ingevolge het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb), begroot op € 1.868,- in beroep (1 punt voor het indienen van een beroepschrift en 1 punt voor het bijwonen van de zitting, met een waarde per punt van € 934,-) en € 1.401,- in hoger beroep (1 punt voor het indienen van het hoger beroepschrift en 0.5 punt voor een nadere reactie, met een waarde per punt van € 934,-). Totaal € 3.269,-.

Kosten van deskundigen

Appellante heeft een deskundigenrapport van het Expertise Instituut van 13 november 2023 ingediend. De kosten die appellante in dit verband redelijkerwijs heeft moeten maken komen gedeeltelijk voor vergoeding in aanmerking. De op de specificatie van de factuur genoemde administratiekosten van € 466,- komen niet voor vergoeding in aanmerking omdat artikel 1 van het Bpb niet in deze kosten voorziet. Dat geldt ook voor de 1,5 uur die is genoteerd voor ‘Opvragen medische dossiers specialisten, advocaat en UWV’, omdat dit administratieve handelingen betreft. De werkzaamheden van de verzekeringsarts (9,5 uren in 2023) en de arbeidsdeskundige (5 uren in 2023) komen voor vergoeding in aanmerking. Conform het Besluit tarieven in strafzaken 2003 wordt daarbij uitgegaan van een maximaal uurtarief van € 142,75 exclusief omzetbelasting (in 2023). Dit betekent dat voor de werkzaamheden een bedrag van € 2.504,55 (inclusief omzetbelasting) wordt vergoed.

In totaal bedraagt de proceskostenvergoeding, bestaande uit kosten voor beroepsmatig verleende rechtsbijstand en deskundigenkosten, alsdan € 5.773,55.

Griffierecht

Ook dient het Uwv het door appellante in beroep en hoger beroep betaalde griffierecht te vergoeden.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep

Deze uitspraak is gedaan door T. Dompeling, in tegenwoordigheid van M.G.J. van Eck als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 27 augustus 2026.

(getekend) T. Dompeling

(getekend) M.G.J. van Eck

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand