ECLI:NL:CRVB:2026:1129

ECLI:NL:CRVB:2026:1129

Instantie Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak 31-08-2026
Datum publicatie 31-08-2026
Zaaknummer 25/1652 ZW-W
Rechtsgebied Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Procedure Wraking

Samenvatting

Afwijzing verzoek om wraking. Dat de behandelend rechters in twee zaken van verzoeker reeds uitspraak hebben gedaan vormt geen zwaarwegende aanwijzing voor vooringenomenheid van de behandelend rechters. Dat geldt ook voor zover de behandelend rechters in de twee uitspraken hebben geoordeeld over de in geschil zijnde rechtsvraag.

Uitspraak

OVERWEGINGEN

1. Op grond van artikel 8:15 van de Algemene wet bestuursrecht kan elk van de rechters die een zaak behandelen, worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.

2. Verzoeker heeft aan zijn verzoek om wraking het volgende ten grondslag gelegd. De behandelend rechters hebben in de uitspraken van 8 juli 2026 en 17 juli 2026 geoordeeld over de centrale rechtsvraag die ook beslissend is voor het hoger beroep in de zaak met nummer 25/1652 ZW. Hierdoor is volgens verzoeker de objectief gerechtvaardigde vrees ontstaan dat onderhavige zaak, waarin nog uitspraak moet worden gedaan, niet meer onbevangen zal worden beoordeeld door de behandelend rechters.

Bij de beoordeling van een wrakingsverzoek moet voorop staan dat een rechter op grond van zijn of haar aanstelling geacht wordt onpartijdig te zijn. Van dit uitgangspunt moet worden afgeweken als er een uitzonderlijke omstandigheid is die een zwaarwegende aanwijzing vormt voor vooringenomenheid van de rechter. De vrees voor vooringenomenheid van de rechter moet objectief gerechtvaardigd zijn.

Verder is vaste rechtspraak dat de enkele omstandigheid dat een rechter in een eerdere zaak van verzoeker (een hem onwelgevallige) uitspraak heeft gedaan niet kan worden gerekend tot feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.

Dat de behandelend rechters in twee zaken van verzoeker reeds uitspraak hebben gedaan vormt dan ook geen zwaarwegende aanwijzing voor vooringenomenheid van de behandelend rechters. Dat geldt ook voor zover de behandelend rechters in de twee uitspraken hebben geoordeeld over de in geschil zijnde rechtsvraag.

4. Uit het voorgaande volgt dat het verzoek om wraking moet worden afgewezen.

5. Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep wijst het verzoek om wraking af.

Deze beslissing is gegeven door E.J.M. Heijs als voorzitter en M.A.H. van Dalen-van Bekkum en L.M. Tobé als leden, in tegenwoordigheid van R.R. Olde Engberink als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 31 augustus 2026.

(getekend) E.J.M. Heijs

(getekend) R.R. Olde Engberink

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand