ECLI:NL:CRVB:2026:1140

ECLI:NL:CRVB:2026:1140

Instantie Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak 27-08-2026
Datum publicatie 08-09-2026
Zaaknummer 25/1783 WLZ
Rechtsgebied Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Procedure Hoger beroep

Samenvatting

Wijziging verlening van het pgb. Het Uwv heeft terecht het pgb gewijzigd omdat de zorgverlener van appellant in 2023 tijdelijk in detentie verbleef en geen zorg heeft verleend en dat de moeder van appellant dit niet heeft gemeld bij het zorgkantoor. Daarmee zijn de verplichtingen behorend bij het pgb niet nagekomen.

Uitspraak

SAMENVATTING

25/1783 WLZ

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Gelderland van 11 juli 2025, 24/2005 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[appellant] te [woonplaats] (appellant)

Zilveren Kruis Zorgkantoor N.V. (zorgkantoor)

Datum uitspraak: 27 augustus 2026

In deze uitspraak gaat het over de vraag of het zorgkantoor de verlening van een pgb mocht wijzigen vanwege schending van de inlichtingenplicht. De Raad beantwoordt deze vraag net als de rechtbank bevestigend.

PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. G.H. Amstelveen, advocaat, hoger beroep ingesteld. Het zorgkantoor heeft een verweerschrift ingediend.

De Raad heeft de zaak behandeld op een zitting van 16 juli 2026. Namens appellant is zijn wettelijk vertegenwoordiger, [naam wettelijk vertegenwoordiger] , verschenen, bijgestaan door mr. Amstelveen. Het zorgkantoor heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. T.B. Olaniyi.

OVERWEGINGEN

Inleiding

1. Bij de beoordeling van het hoger beroep zijn de volgende feiten en omstandigheden van belang.

Appellant, geboren in 2013, is geïndiceerd voor zorg op grond van de Wet langdurige zorg (Wlz). Het zorgkantoor heeft in verband hiermee aan appellant vanaf 2020 een persoonsgebonden budget (pgb) verleend. De vader van appellant heeft zorg in rekening gebracht zoals vastgelegd in een zorgovereenkomst tussen appellant en zijn vader.

Het zorgkantoor heeft op 11 juli 2023 van de politie een melding ontvangen dat de vader van appellant op [datum] 2023 door de politie is aangehouden en sindsdien in detentie verblijft met een geplande einddatum van 5 oktober 2023.

Met een besluit van 22 augustus 2023, na bezwaar gehandhaafd met een besluit van 8 maart 2024 (bestreden besluit) heeft het zorgkantoor de verlening van het pgb over het jaar 2023 gewijzigd door pgb te verlenen tot 1 september 2023. Het zorgkantoor heeft hieraan ten grondslag gelegd dat de zorgverlener van appellant per [datum] 2023 in detentie verblijft en geen zorg heeft verleend en dat de moeder van appellant, als zijn wettelijk vertegenwoordiger, dit niet heeft gemeld bij het zorgkantoor. Daarmee heeft zij zich niet gehouden aan de verplichtingen die verbonden zijn aan de pgb-verlening. Het zorgkantoor acht haar niet geschikt in te staan voor de nakoming van de aan het pgb verbonden verplichtingen.

Uitspraak van de rechtbank

2. De rechtbank heeft het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard en daarmee het bestreden besluit in stand gelaten. Daartoe heeft de rechtbank overwogen dat het zorgkantoor bevoegd was het verleende pgb vanaf 1 september 2023 te beëindigen, in verband met de schending van de aan het pgb verbonden verplichting om het zorgkantoor onverwijld uit eigen beweging alle feiten en omstandigheden mee te delen waarvan redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat zij van invloed kunnen zijn op de verstrekking van het pgb. Daarnaast is de zorgovereenkomst niet onverwijld aangepast na de verandering van de daarin opgenomen feiten. Het zorgkantoor heeft van zijn bevoegdheid tot wijziging van de verlening van het pgb gebruik mogen maken. Daarbij heeft de rechtbank onder meer betrokken dat niet aan de hand van objectief verifieerbare (medische) stukken aannemelijk is gemaakt dat zorg in natura niet aan appellant kan worden geboden. Dat het bij voorbaat al duidelijk was dat de detentie niet lang zou duren, maakt volgens de rechtbank niet dat per 1 september 2023 (nog) recht bestond op het pgb. Volgens de zorgovereenkomst had de vader de zorg waarvoor het pgb werd ontvangen moeten verlenen en dat was (sinds [datum] 2023 en op 1 september 2023) feitelijk niet mogelijk. Het lag niet op de weg van het zorgkantoor om te onderzoeken of de moeder de zorgtaken kon overnemen, zodat het pgb kon doorlopen.

Het standpunt van appellant

3. Appellant is het met de uitspraak van de rechtbank niet eens. Wat hij daartegen heeft aangevoerd wordt hierna besproken.

Het oordeel van de Raad

4. De Raad beoordeelt of de rechtbank terecht het bestreden besluit in stand heeft gelaten aan de hand van wat appellant in hoger beroep heeft aangevoerd, de beroepsgronden. De Raad komt tot het oordeel dat het hoger beroep niet slaagt. Hierna legt de Raad uit hoe hij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. De wettelijke regels die voor de beoordeling van het hoger beroep belangrijk zijn, zijn te vinden in de bijlage bij deze uitspraak.

Tussen partijen is niet langer in geschil dat de verplichtingen behorend bij het pgb niet zijn nagekomen. Alleen al vanwege die schending was het zorgkantoor bevoegd om de verlening van het pgb te wijzigen. Tussen partijen is alleen nog in geding of het zorgkantoor van deze bevoegdheid gebruik heeft mogen maken.

Appellant heeft in hoger beroep in essentie de in beroep aangevoerde gronden herhaald. De rechtbank heeft deze beroepsgronden in de aangevallen uitspraak afdoende besproken en genoegzaam gemotiveerd waarom deze niet leiden tot een vernietiging van het bestreden besluit. De Raad is het eens met het oordeel van de rechtbank over deze beroepsgronden en voegt daaraan het volgende toe.

Met de rechtbank is de Raad van oordeel dat niet slechts sprake is geweest van een (verklaarbaar, eenvoudig op te lossen) administratief verzuim. In de verleningsbesluiten is bovendien expliciet gemeld welke verplichtingen aan het pgb zijn verbonden. De moeder van appellant heeft ter zitting verklaard dat zij de wijziging in de situatie beter wel had kunnen doorgeven. Zij heeft er echter, bijvoorbeeld tijdens het digitale huisbezoek op 17 juli 2023, om haar moverende redenen voor gekozen geen melding te maken van die wijziging. Daarnaast ontving appellant deels al zorg in natura, zodat alleen daarom al niet is gebleken dat hij daarvan geen gebruik zou kunnen maken. Verder heeft het zorgkantoor de verlening van het pgb niet eerder dan per 1 september 2023 gewijzigd. Dat de voor appellant nadelige gevolgen van het bestreden besluit onevenredig zijn in verhouding tot de met dat besluit te dienen doelen blijkt ook overigens niet uit wat appellant heeft aangevoerd.

Conclusie en gevolgen

Het hoger beroep slaagt dus niet. De aangevallen uitspraak wordt bevestigd. Dit betekent dat de wijziging van de verlening van het pgb in stand blijft.

5. Omdat het hoger beroep niet slaagt krijgt appellant geen vergoeding voor zijn proceskosten en het betaalde griffierecht.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door D. Hardonk-Prins als voorzitter en K.H. Sanders en B. Serno als leden, in tegenwoordigheid van F.M. Gerritsen als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 27 augustus 2026.

(getekend) D. Hardonk-Prins

(getekend) F.M. Gerritsen

Bijlage: voor deze uitspraak belangrijke wettelijke regels

Wet langdurige zorg

Artikel 3.3.3, vierde lid

Het persoonsgebonden budget wordt (…) verleend, indien:

(…)

b. de verzekerde naar het oordeel van het zorgkantoor in staat is te achten op eigen kracht of met behulp van een vertegenwoordiger, de aan een budget verbonden taken en verplichtingen op verantwoorde wijze uit te voeren;

Regeling langdurige zorg

Artikel 5.18, eerste lid

Bij de verlening van het persoonsgebonden budget worden de verzekerde in ieder geval de volgende verplichtingen opgelegd: (…)

c. de verzekerde past een zorgovereenkomst en zorgbeschrijving onverwijld aan indien van enige verandering in de daarin opgenomen feiten sprake is; (….)

g. de verzekerde deelt het zorgkantoor op diens verzoek of onverwijld uit eigen beweging alle feiten en omstandigheden mee waarvan hem redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat zij van invloed kunnen zijn op de verstrekking van het persoonsgebonden budget.

Artikel 5.20, tweede lid

Het zorgkantoor kan de verleningsbeschikking intrekken of wijzigen: (…)

b. met ingang van de dag waarop de verzekerde, of diens wettelijk vertegenwoordiger dan wel gevolmachtigde, de opgelegde verplichtingen niet nakomt of niet langer voldoet aan de voorwaarden of verleningsgrond van het persoonsgebonden budget dan wel verhoging van het budget als bedoeld in artikel 5.1c, vijfde lid, of aan de eisen als bedoeld in artikel 5.11, tweede lid; of (…)

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand