ECLI:NL:CRVB:2026:144

ECLI:NL:CRVB:2026:144

Instantie Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak 05-02-2026
Datum publicatie 12-02-2026
Zaaknummer 23/1885 WW
Rechtsgebied Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Procedure Hoger beroep

Samenvatting

Intrekking hoger beroep. Het bestuursorgaan is volledig tegemoetgekomen aan de bezwaren van appellant. proceskostenveroordeling.

Uitspraak

Enkelvoudige kamer

Centrale Raad van Beroep

23/1885 WW

Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:75a en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 11 mei 2023, 22/5735 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[appellant] te [woonplaats] (appellant)

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)

Datum uitspraak: 5 februari 2026

PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. E.E. Dekker, advocaat, hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 1 februari 2025. De Raad heeft het onderzoek ter zitting heropend om aan het Uwv een vraagstelling voor te leggen.

Het Uwv heeft de vraagstelling van de Raad beantwoord en een nader stuk ingediend. Appellant heeft hierop gereageerd.

De Raad heeft de zaak doorverwezen naar een meervoudige kamer.

De Raad heeft de zaak opnieuw ter zitting behandeld op 9 april 2025. De Raad heeft het onderzoek ter zitting heropend om aan het Uwv een nadere vraagstelling voor te leggen.

Appellant heeft op verzoek van de Raad nadere stukken ingediend.

Het Uwv heeft gereageerd op de vraagstelling van de Raad en nadere stukken ingediend. Appellant heeft hierop gereageerd.

Het Uwv heeft op 12 augustus 2025 een gewijzigde beslissing op bezwaar genomen.

Met een e-mailbericht van 30 september 2025 heeft mr. Dekker namens appellant het hoger beroep ingetrokken en gelijktijdig aan de Raad verzocht het Uwv te veroordelen in de proceskosten.

Het Uwv heeft bij brief van 14 oktober 2025 meegedeeld zich te conformeren aan de uitspraak van de Raad over de proceskosten.

De zaak is verwezen naar een enkelvoudige kamer.

Onder toepassing van artikel 8:57 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is een onderzoek ter zitting achterwege gelaten. Vervolgens is het onderzoek gesloten.

OVERWEGINGEN

Artikel 8:75a, eerste lid, eerste volzin, van de Awb bepaalt dat in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:75 van de Awb in de kosten kan worden veroordeeld. Ingevolge artikel 8:108, eerste lid, van de Awb is deze bepaling van overeenkomstige toepassing op het hoger beroep.

Appellant heeft het hoger beroep ingetrokken omdat het Uwv met de gewijzigde beslissing op bezwaar van 12 augustus 2025 volledig aan de bezwaren van appellant is tegemoetgekomen.

Bij de gewijzigde beslissing op bezwaar van 12 augustus 2025 heeft het Uwv de kosten van bezwaar vergoed. Dit betekent dat de Raad alleen hoeft te oordelen over de kosten die appellant in verband met de behandeling van het beroep en het hoger beroep redelijkerwijs heeft moeten maken.

De proceskosten worden, ingevolge het Besluit proceskosten bestuursrecht, begroot op € 1.868,- in beroep (1 punt voor het indienen van het beroepschrift, 1 punt voor het verschijnen ter zitting, waarde per punt van € 934,- en wegingsfactor 1) en € 3.269,- in hoger beroep (1 punt voor het hoger beroepschrift, 1 punt voor verschijnen ter zitting, 0,5 punt voor een op verzoek van de Raad gegeven reactie, 0,5 punt voor het verschijnen ter nadere zitting en 0,5 punt voor een reactie op de gewijzigde beslissing op bezwaar van 12 augustus 2025, met een waarde per punt van € 934,-) voor verleende rechtsbijstand. In totaal € 5.137,-.

Hoewel het Uwv al bij de beslissing op bezwaar van 12 augustus 2025 heeft toegezegd het griffierecht te zullen vergoeden, zal de Raad voor de duidelijkheid bepalen dat het Uwv het door appellant in beroep en hoger beroep betaalde griffierecht vergoedt.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep

- veroordeelt het Uwv in de kosten van appellant tot een bedrag van € 5.137,-;

- bepaalt dat het Uwv het door appellant in beroep en hoger beroep betaalde griffierecht van in totaal € 186,- vergoedt.

Deze uitspraak is gedaan door H.G. Rottier als voorzitter, in tegenwoordigheid van M.G.J. van Eck als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 5 februari 2026.

(getekend) H.G. Rottier

(getekend) M.G.J. van Eck

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?