Datum uitspraak: 24 februari 2026
25/ 898 PW-V
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
25/898 PW-V
Uitspraak op het verzet tegen de uitspaak van 22 juli 2025.
Partijen:
[Appellant] te [woonplaats] (appellant)
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam (college)
PROCESVERLOOP
In de uitspraak van 22 juli 2025 heeft de Raad zich onder verwijzing naar vaste rechtspraak onbevoegd verklaard om van het door appellant ingestelde beroep kennis te nemen.
Appellant heeft tijdig verzet ingediend. Het verzet is ter behandeling aan de orde gesteld ter zitting van 13 januari 2026. Partijen zijn niet ter zitting verschenen.
OVERWEGINGEN
In zijn verzet stelt appellant, kort samengevat, dat de Raad hem de toegang tot de rechter ontzegt door zich onbevoegd te verklaren. Dit is een schending van zijn mensenrechten op grond van artikel 6 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens.
De Raad overweegt dat appellant in zijn verzet niet heeft onderbouwd waarom de Raad in deze zaak bevoegd zou zijn. Ook na ambtshalve onderzoek is dat niet gebleken. Daarmee zijn er geen aanknopingspunten voor het oordeel dat in de uitspraak van 22 juli 2025 ten onrechte is geoordeeld dat de Raad niet bevoegd zou zijn. Ook overigens heeft appellant geen gronden aangevoerd die leiden tot een ander oordeel. Dat betekent dat het verzet ongegrond wordt verklaard.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep verklaart het verzet ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.C. Boeree, in tegenwoordigheid van C.E.A. Tessemaker als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 24 februari 2026.
(getekend) J.C. Boeree
(getekend) C.E.A. Tessemaker