SAMENVATTING
24/1483 PW
Datum uitspraak: 10 maart 2026
Centrale Raad van Beroep
Meervoudige kamer
24/1483 PW
Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Noord-Nederland van 5 juni 2024, 24/486 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
wijlen [appellant] , laatstelijk woonachtig te [woonplaats] (appellant)
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente de Fryske Marren (college)
Appellant is overleden. Het hoger beroep is niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van procesbelang.
PROCESVERLOOP
Appellant heeft hoger beroep ingesteld. Het college heeft een verweerschrift ingediend.
De Raad heeft de zaak behandeld op een zitting van 18 maart 2025, gelijktijdig met de zaken 21/2579 PW, 21/2580 PW, 22/1948 PW, 23/2484 en 24/1317 PW. Appellant is verschenen. Het college heeft zich laten vertegenwoordigen door drs. C.B.M. Peters.
Bij brief van 19 maart 2025 heeft appellant een verzoek om wraking van de behandelend rechters ingediend.
De Raad heeft op 11 juni 2025 het bericht ontvangen dat appellant op [datum] 2025 is overleden.
Op 17 november 2025 heeft de Raad in de Staatscourant belanghebbenden opgeroepen om de gedingen van appellant als partij over te nemen. Daarop is niet gereageerd.
Bij beslissing van 27 januari 2026 heeft de wrakingskamer van de Raad het wrakingsverzoek buiten behandeling gesteld.
In de zaken 21/2579 PW, 21/2580 PW, 22/1948 PW, 23/2484 en 24/1317 PW is heden afzonderlijk uitspraak gedaan.
OVERWEGINGEN
1. Appellant is op [datum] 2025 overleden. Daarmee is zijn belang bij de voortzetting van het geding vervallen.
2. De Raad is niet gebleken van erfgenamen die appellant als partij in het geding zijn opgevolgd en die het geding zouden willen voortzetten. Ook na de oproep van de Raad in de Staatscourant is niet door belanghebbenden verzocht om als partij aan het geding te mogen deelnemen.
3. Dit betekent dat er geen procesbelang meer is bij een beoordeling van het hoger beroep. Het hoger beroep is daarom niet-ontvankelijk.
4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door E.C.G. Okhuizen als voorzitter en J.T.H. Zimmerman en D.H. Harbers als leden, in tegenwoordigheid van B.F.C. Wiedenhof als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 10 maart 2026.
(getekend) E.C.G. Okhuizen
(getekend) B.F.C. Wiedenhof