ECLI:NL:CRVB:2026:306

ECLI:NL:CRVB:2026:306

Instantie Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak 12-03-2026
Datum publicatie 13-03-2026
Zaaknummer 24/1836 JW
Rechtsgebied Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Procedure Hoger beroep

Samenvatting

Hoger beroep niet-ontvankelijk. Het niet vergoeden van de kosten die in beroep zijn gemaakt geen levert geen procesbelang op. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd, voor zover die de toegekende schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn betreft.

Uitspraak

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

24/1836 JW

Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 20 juni 2024, 21/7066 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[appellant] te [woonplaats] (appellant)

het college van burgemeester en wethouders van Den Haag (college)

Datum uitspraak: 12 maart 2026

SAMENVATTING

In deze zaak oordeelt de Raad dat het niet vergoeden van de kosten die in beroep zijn gemaakt geen procesbelang oplevert. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd, voor zover die de toegekende schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn betreft.

PROCESVERLOOP

Appellant heeft hoger beroep ingesteld. Namens appellant heeft mr. N. el Moussaoui de gronden ingediend.

De Raad heeft de zaak gelijktijdig behandeld met de zaak 24/1837 op een zitting van 18 december 2025. Appellant en zijn gemachtigde zijn niet verschenen. Het college heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. C. Mauricio de Oliveira.

OVERWEGINGEN

Inleiding

1. Bij de beoordeling van het hoger beroep zijn de volgende feiten en omstandigheden van belang.

Het college heeft aan appellant met het besluit van 19 juni 2020 voor de periode van 31 augustus 2020 tot en met 29 augustus 2021 jeugdhulp op grond van de Jeugdwet toegekend in de vorm van een persoonsgebonden budget (pgb). Het betreft individuele begeleiding (informeel), waarbij het tarief voor informele hulp van € 20,- per uur is gehanteerd.

Met het besluit van 15 maart 2021 heeft het college het besluit van 19 juni 2020 ingetrokken en aan appellant over de periode 31 augustus 2020 tot en met 29 augustus 2021 individuele begeleiding toegekend in de vorm van een pgb tegen het tarief voor formele hulp van € 54,- per uur.

Het college heeft appellant op 24 juni 2021 bericht dat de maatwerkvoorziening individuele begeleiding is ingetrokken. Appellant heeft hiertegen bezwaar gemaakt. Op 10 augustus 2021 heeft het college aan appellant medegedeeld dat het bericht van 24 juni 2021 wordt ingetrokken.

Met het besluit van 24 september 2021 (bestreden besluit) heeft het college het bezwaar van appellant tegen het bericht van 24 juni 2021 (kennelijk) niet-ontvankelijk verklaard op de grond dat het niet is gericht tegen een besluit als bedoeld in artikel 1:3 van de Algemene wet bestuursrecht. Volgens het college was er sprake van een administratieve verwerking van het besluit van 15 maart 2021, wat ten onrechte heeft geleid tot een geautomatiseerd aangemaakt en verzonden bericht. Het college heeft de proceskosten in bezwaar aan appellant vergoed, omdat de fout pas na bezwaar is gecorrigeerd.

Uitspraak van de rechtbank

2. De rechtbank heeft het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard en daarmee het bestreden besluit in stand gelaten. Daartoe heeft de rechtbank overwogen dat de brief van 24 juni 2021 geen rechtsgevolg heeft. De rechtbank heeft verder het verzoek om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn afgewezen. Hiertoe heeft de rechtbank het volgende overwogen. Vastgesteld is dat de redelijke termijn is overschreden. Er is echter geen aanleiding om in deze zaak aan appellant een schadevergoeding toe te kennen. In de uitspraak met de zaaknummers 20/3003 en 21/930 heeft de rechtbank uitspraak gedaan over de beroepen van appellant tegen (onder meer) het besluit van het college waarbij jeugdhulp is toegekend in de vorm van een pgb voor de periode van 31 augustus 2020 tot en met 29 augustus 2021. In die uitspraak is aan appellant een schadevergoeding toegekend wegens overschrijding van de redelijke termijn. Indien sprake is van twee of meer zaken die qua feitencomplex en onderwerp van geschil een duidelijke samenhang vertonen, dienen deze wat de beoordeling van een verzoek om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn betreft, als één zaak te worden aangemerkt. Het beroep in de onderhavige zaak hangt onlosmakelijk samen met de beroepen waarover de rechtbank in de uitspraak met de nummers 20/3003 en 21/930 heeft geoordeeld. Daarom bestaat er geen aanleiding om aan appellant in de onderhavige zaak ook apart schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn toe te kennen.

Het standpunt van appellant

3. Appellant is het met de uitspraak van de rechtbank niet eens. Volgens appellant is met de brief van 24 juni 2021 het budget verlaagd. Dit heeft het college pas in de beroepsfase gecorrigeerd. De rechtbank had het beroep dan ook niet-ontvankelijk moeten verklaren en het college moeten veroordelen in de proceskosten in beroep. Appellant heeft verder aangevoerd dat de rechtbank zijn verzoek om immateriële schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn had moeten toewijzen. De rechtbank heeft ten onrechte gesteld dat onderhavige zaak onlosmakelijk samenhangt met de zaken met de nummers 20/3003 en 21/930.

Het oordeel van de Raad

4. De Raad ziet zich ambtshalve voor de vraag gesteld of appellant met het instellen van het hoger beroep nog voldoende procesbelang heeft in deze zaak.

Volgens vaste rechtspraak is sprake van (voldoende) procesbelang als het resultaat dat de indiener van een bezwaar- of beroepschrift met het maken van bezwaar of het indienen van (hoger) beroep nastreeft, daadwerkelijk kan worden bereikt en het realiseren van dat resultaat voor deze indiener feitelijk betekenis kan hebben. Dat betekent dat er aanleiding is om een (hoger) beroep inhoudelijk te beoordelen indien de indiener daarbij een actueel en reëel belang heeft. Het hebben van een louter formeel of principieel belang is onvoldoende voor het aannemen van (voldoende) procesbelang. Als sprake is van een reeds verstreken periode, blijft procesbelang aanwezig als een inhoudelijk oordeel over het bestreden besluit van belang kan zijn voor een toekomstige periode. Daarnaast kan procesbelang aanwezig zijn in verband met de beoordeling van een verzoek om schadevergoeding, tenzij op voorhand onaannemelijk is dat schade is geleden.

Appellant wil met deze procedure uitsluitend bereiken dat het college wordt veroordeeld in de vergoeding van de proceskosten in beroep. De Raad is daarover van oordeel dat in het enkel verkrijgen van een proceskostenveroordeling op zichzelf geen procesbelang is gelegen. Dit betekent dat het hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk zal worden verklaard, voor zover het de proceskostenveroordeling in beroep betreft.

Het verzoek om schadevergoeding

De rechtbank heeft het verzoek om schadevergoeding vanwege overschrijding van de redelijke termijn terecht afgewezen. De Raad kan zich vinden in het oordeel van de rechtbank dat de zaak samenhangt met de zaken met de nummers 20/3003 en 21/930. Die beroepsprocedure en de onderhavige procedure hebben in hoofdzaak betrekking op hetzelfde onderwerp. Nu hiervan sprake is, wordt per fase van de procedure waarin sprake is geweest van gezamenlijke behandeling voor die zaken slechts eenmaal het tarief van € 500,- per half jaar gehanteerd.

Conclusie en gevolgen

Het hoger beroep moet niet-ontvankelijk worden verklaard, voor zover het de proceskostenveroordeling in beroep betreft vanwege het ontbreken van procesbelang. De aangevallen uitspraak wordt bevestigd, voor zover het de schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn betreft.

Appellant krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten en krijgt ook het betaalde griffierecht niet terug.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep

Deze uitspraak is gedaan door C.W.C.A. Bruggeman als voorzitter en K.H. Sanders en B. Serno als leden, in tegenwoordigheid van F.M. Gerritsen als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 12 maart 2026.

(getekend) C.W.C.A. Bruggeman

(getekend) F.M. Gerritsen

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand