ECLI:NL:CRVB:2026:393

ECLI:NL:CRVB:2026:393

Instantie Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak 08-04-2026
Datum publicatie 08-04-2026
Zaaknummer 26/578 ONBEK-VV
Rechtsgebied Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Procedure Hoger beroep

Samenvatting

Verzoek om voorlopige voorziening kennelijk niet-ontvankelijk. Geen connexe hoofdzaak meer. Op 1 april 2026 heeft de Raad uitspraak gedaan op het hoger beroep (kenmerk 26/384 ONBEK) tegen de uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland van 30 januari 2026.

Uitspraak

26/578 ONBEK-VV

Centrale Raad van Beroep

Voorzieningenrechter

26/578 ONBEK-VV

Uitspraak als bedoeld in de artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het verzoek om voorlopige voorziening

[verzoeker] te [woonplaats] (verzoeker)

Datum uitspraak: 8 april 2026

PROCESVERLOOP

Verzoeker heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland van 30 januari 2026, 25/5276 en een verzoek ingediend tot het treffen van een voorlopige voorziening en nadere stukken ingediend.

OVERWEGINGEN

Op grond van de artikelen 8:104, eerste lid, en artikel 8:108, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in verbinding met artikel 8:81 van de Awb kan, als tegen een uitspraak van de rechtbank of de voorzieningenrechter van de rechtbank hoger beroep is ingesteld, de voorzieningenrechter van de Raad op verzoek een voorlopige voorziening treffen als onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.

In artikel 8:83, derde lid, van de Awb is bepaald dat de voorzieningenrechter zonder partijen uit te nodigen om op een zitting te verschijnen uitspraak kan doen, onder meer als het verzoek om een voorlopige voorziening kennelijk niet-ontvankelijk is.

Uit de functie van artikel 8:81 van de Awb vloeit voort dat een verzoek om een voorlopige voorziening onder meer moet voldoen aan de vereisten van formele connexiteit. Dat betekent dat voor een ontvankelijk verzoek om een voorlopige voorziening nodig is dat tegen een uitspraak hoger beroep aanhangig is bij de Centrale Raad van Beroep.

Op 1 april 2026 heeft de Raad uitspraak gedaan op het hoger beroep (kenmerk 26/384 ONBEK) tegen de uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland van 30 januari 2026.

Dit betekent dat er geen connexe hoofdzaak meer is en dat het verzoek om voorlopige voorziening kennelijk niet-ontvankelijk is.

Dat brengt mee dat de voorzieningenrechter dat verzoek niet inhoudelijk behandelt en dat de voorzieningenrechter met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van de Awb uitspraak doet zonder zitting.

Voor een vergoeding van proceskosten is geen aanleiding.

BESLISSING

De voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep verklaart het verzoek om een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door D. Hardonk-Prins in tegenwoordigheid van A. Giesen als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 8 april 2026.

(getekend) D. Hardonk-Prins

(getekend) A. Giesen

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?