ECLI:NL:CRVB:2026:4

ECLI:NL:CRVB:2026:4, Centrale Raad van Beroep, 12-01-2026, 25/291 ANW

Instantie Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak 12-01-2026
Datum publicatie 14-01-2026
Zaaknummer 25/291 ANW
Rechtsgebied Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Procedure Hoger beroep

Samenvatting

Verzoek om herziening afgewezen. Geen nieuwe feiten of omstandigheden als bedoeld in art. 8:119 Awb.

Uitspraak

SAMENVATTING

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak op het verzoek om herziening van de uitspraak van de Raad van 20 april 2023, 22/2995 ANW

Partijen:

[verzoekster] te Marokko (verzoekster)

de Raad van bestuur van de Sociale Verzekeringsbank (Svb)

Datum uitspraak: 12 januari 2026

In deze zaak gaat het om een verzoek om herziening van de uitspraak van de Raad van 20 april 2023, ECLI:NL:CRVB:2023:740. Wat verzoekster heeft aangevoerd is onvoldoende om de uitspraak te herzien. De Raad wijst het verzoek daarom af.

PROCESVERLOOP

Verzoekster heeft gevraagd om herziening van de uitspraak van de Raad van 20 april 2023, ECLI:NL:CRVB:2023:740.

De Svb heeft een schriftelijke reactie op het herzieningsverzoek ingediend.

De Raad heeft de zaak behandeld op een zitting van 10 november 2025. Partijen zijn niet verschenen.

OVERWEGINGEN

Inleiding

1. Bij de beoordeling van het hoger beroep zijn de volgende feiten en omstandigheden van belang.

Met een uitspraak van 20 april 2023 heeft de Raad de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 5 augustus 2022, 21/5175, bevestigd. In die uitspraak heeft de rechtbank het beroep van verzoekster tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard, omdat de Svb terecht het bezwaar niet-ontvankelijk heeft verklaard wegens overschrijding van de bezwaartermijn. Het bezwaar was gericht tegen een besluit van 21 april 2021 waarin de Svb het verzoek om haar echtgenoot postuum, hij was overleden in 2020, toe te laten tot de vrijwillige verzekering heeft afgewezen. Daarbij is overwogen dat de verplichte verzekering van de echtgenoot al is geëindigd op 25 november 1989.

Een eerste verzoek om herziening van de uitspraak van de Raad van 20 april 2023, heeft de Raad afgewezen bij uitspraak van 3 oktober 2024, ECLI:NL:CRVB:2024:1975.

Op 20 november 2024 heeft verzoekster weer gevraagd om herziening van de uitspraak van 20 april 2023. De Raad heeft verzoekster gevraagd de gronden van haar verzoek toe te lichten.

Het standpunt van verzoekster

2. Verzoekster heeft verzocht haar dossier opnieuw te bekijken en haar een nieuwe gunstigere beslissing te geven omdat zij in een moeilijke financiële situatie verkeert.

Het oordeel van de Raad

3. De Raad beoordeelt of aanleiding bestaat om de onherroepelijk geworden uitspraak van de Raad van 21 april 2023 te herzien. Hij doet dat aan de hand van de argumenten die verzoekster in haar verzoek om herziening heeft aangevoerd. De Raad wijst het herzieningsverzoek af. Hierna legt de Raad uit hoe hij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Op grond van artikel 8:119, eerste lid, van de Awb kan de bestuursrechter op verzoek van een partij een onherroepelijk geworden uitspraak herzien op grond van feiten of omstandigheden die:

a. hebben plaatsgevonden vóór de uitspraak,

b. bij de indiener van het verzoekschrift vóór de uitspraak niet bekend waren en redelijkerwijs niet bekend konden zijn, en

c. waren zij bij de bestuursrechter eerder bekend geweest, tot een andere uitspraak zouden hebben kunnen leiden.

De gronden van het verzoek om herziening komen erop neer dat verzoekster opnieuw de discussie probeert te voeren over de zaak waarover, na een inhoudelijke beoordeling, is beslist bij de uitspraak van de Raad van 20 april 2023. Het is vaste rechtspraak van de Raad dat het (bijzondere) rechtsmiddel van herziening niet is gegeven om een hernieuwde discussie over een zaak te voeren en evenmin om een discussie over de juistheid van de betrokken uitspraak te openen terwijl geen sprake is van feiten en omstandigheden als bedoeld in artikel 8:119, eerste lid, van de Awb. Daar komt in dit geval bij dat verzoekster niet ingaat op de eerdere uitspraak van de Raad van 3 oktober 2024 waarin het eerste verzoek om herziening is afgewezen omdat verzoekster geen nova heeft gesteld. Ook bij dit herzieningsverzoek zijn geen nova gesteld ten aanzien van de ontvankelijkheid van het bezwaar en evenmin over de afwijzing van het verzoek om haar echtgenoot postuum toe te laten tot de vrijwillige verzekering. Het verzoek om herziening moet dan ook worden afgewezen nu niet gebleken is dat verzoekster enig nieuw feit of enige nieuwe omstandigheid, als bedoeld in artikel 8:119 van de Awb, naar voren heeft gebracht.

Conclusie en gevolgen

Het verzoek om herziening wordt afgewezen. De uitspraak van de Raad van 20 april 2023 blijft in stand.

4. Verzoekster krijgt daarom het betaalde griffierecht niet terug.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep wijst het verzoek om herziening af.

Deze uitspraak is gedaan door E.E.V. Lenos in tegenwoordigheid van C.K. Teunissen als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 12 januari 2026.

(getekend) E.E.V. Lenos

(getekend) C.K. Teunissen DÉCISION

La Centrale Raad van Beroep (Cour d'Appel Centrale);

statue:

Rejète la demande de révision.

Par conséquent, décidée par E.E.V. Lenos comme membre, en présence de C.K. Teunissen en qualité de greffier, ainsi que prononcée en public, le 12 janvier 2026.

(Signé) E.E.V. Lenos

(Signé) C.K. Teunissen

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?