ECLI:NL:CRVB:2026:544

ECLI:NL:CRVB:2026:544

Instantie Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak 30-04-2026
Datum publicatie 07-05-2026
Zaaknummer 26/511 WMO15-VV
Rechtsgebied Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Procedure Hoger beroep

Samenvatting

Afwijzing verzoek om een voorlopige voorziening in de vorm van een maatwerkvoorziening. Geen spoedeisend belang. De voorzieningenrechter ziet in wat verzoeker heeft aangevoerd geen zodanig spoedeisend belang dat de uitspraak in de bodemprocedure niet kan worden afgewacht.

Uitspraak

SAMENVATTING

Centrale Raad van Beroep

Voorzieningenrechter

26/511 WMO15

Uitspraak op het verzoek om een voorlopige voorziening

Partijen:

[verzoeker] te [woonplaats] (verzoeker)

het college van burgemeester en wethouders van Zwolle (college)

Datum uitspraak: 30 april 2026

In deze uitspraak wijst de voorzieningenrechter het verzoek om een voorlopige voorziening in de vorm van een maatwerkvoorziening af, omdat er geen spoedeisend belang is.

PROCESVERLOOP

Verzoeker heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Overijssel van 18 februari 2026, 25/1155 en 25/2644 (aangevallen uitspraak) en een verzoek om een voorlopige voorziening ingediend.

OVERWEGINGEN

Inleiding

1. Bij de beoordeling van het verzoek om een voorlopige voorziening zijn de volgende feiten en omstandigheden van belang.

Verzoeker heeft als gevolg van psychische problematiek beperkingen in het dagelijks functioneren. Hij heeft het college verzocht om een maatwerkvoorziening voor individuele begeleiding en dagbesteding in de vorm van een persoonsgebonden budget (pgb). In het kader van de dagbesteding wil verzoeker graag zijn dochter kunnen betalen voor begeleiding, zodat hij doordeweeks zijn kerkbezoeken kan uitbreiden. Het college heeft onderzoek verricht en aan JPH Consult advies gevraagd. Op 3 november 2024 heeft de medische adviseur van JPH Consult advies uitgebracht.

Het college heeft met een besluit van 25 november 2024 aan verzoeker op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015) een maatwerkvoorziening voor begeleiding (Thuisondersteuning A-2 Ondersteunend) verstrekt in de vorm van een pgb voor 2 uur en 15 minuten per week voor de periode van 1 november 2024 tot en met 31 oktober 2029. Met een besluit van 27 maart 2025 (bestreden besluit) heeft het college het besluit van 25 november 2024 in stand gelaten voor zover dit ziet op het toegekende aantal uren begeleiding, maar de ingangsdatum van de maatwerkvoorziening gewijzigd naar 1 augustus 2024.

Uitspraak van de rechtbank

2. De rechtbank heeft het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard, het bestreden besluit in stand gelaten en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Hierbij heeft de rechtbank overwogen dat het college het bestreden besluit mocht baseren op het medisch advies van JPH Consult van 3 november 2024. Dit advies is op zorgvuldige wijze tot stand gekomen en er is geen aanleiding om te concluderen dat het medisch advies niet juist is.

Het standpunt van verzoeker

3. Verzoeker heeft aangevoerd dat hij in aanmerking dient te komen voor een pgb voor dagbesteding. De specifieke behoefte van verzoeker is het bezoeken van zijn kerken en hij wil hiervoor een pgb zodat zijn dochter hem kan begeleiden. Volgens het medisch advies van JPH Consult mocht verzoeker het bezoeken van zijn kerken niet stoppen. Dit was belangrijk vanwege zijn depressie. Verzoeker wil dat er een voorlopige voorziening wordt getroffen, zodat er met spoed uitspraak gedaan wordt. Hij vraagt hierbij om een vergoeding van de geleden schade voor het mislopen van 16 uur en 45 minuten aan pgb voor een periode van 5 jaar.

Het oordeel van de voorzieningenrechter

4. De voorzieningenrechter komt tot de volgende beoordeling.

Als tegen een uitspraak van de rechtbank hoger beroep is ingesteld kan de voorzieningenrechter van de Raad op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.

In artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is bepaald dat de voorzieningenrechter zonder partijen uit te nodigen om op een zitting te verschijnen uitspraak kan doen, onder meer, als het verzoek om een voorlopige voorziening kennelijk ongegrond is.

De aard van het verzoek om een voorlopige voorziening veronderstelt een actueel (financieel) spoedeisend belang. De voorzieningenrechter ziet in wat verzoeker heeft aangevoerd geen zodanig spoedeisend belang dat de uitspraak in de bodemprocedure niet kan worden afgewacht en overweegt daartoe het volgende.

Uit het medisch advies van JPH Consult volgt dat het bezoeken van kerken voor verzoeker van groot belang is. Uit het door verzoeker opgestelde ondersteuningsplan blijkt dat hij meerdere keren in de week verschillende kerken binnen en buiten [woonplaats] bezoekt en daarbij dagvullende programma’s volgt. Hij regelt dit zelf en heeft vermeld dat hij dit zonder begeleiding van zijn dochter doet. Van een situatie dat verzoeker moet stoppen met het bezoeken van kerken is geen sprake. Daar komt bij, dat het college overeenkomstig het advies van JPH Consult professionele dagbesteding wil verstrekken als verzoeker hiervoor in aanmerking wil komen.

Ook anderszins is niet gebleken van een voor verzoeker zo zwaarwegend belang dat hij de behandeling van de bodemprocedure niet zou kunnen afwachten.

Voor zover verzoeker wenst dat onmiddellijk in de hoofdzaak uitspraak wordt gedaan, overweegt de voorzieningenrechter dat volgens vaste rechtspraak de mogelijkheid om hangende (hoger) beroep een verzoek om voorlopige voorziening te doen niet bedoeld is om door middel van een zogenoemde “kortsluiting” de behandeling van de hoofdzaak te bespoedigen. Indien van enig spoedeisend belang bij een voorlopige voorziening geen sprake is, is daarin een grond gelegen om geen gebruik te maken van de in artikel 8:86, eerste lid, van de Awb neergelegde bevoegdheid om onmiddellijk uitspraak te doen in de hoofdzaak. De voorzieningenrechter zal in dit geval dan ook geen gebruik maken van voormelde bevoegdheid.

Conclusie en gevolgen

Uit het voorgaande volgt dat er wegens het ontbreken van een spoedeisend belang geen noodzaak is voor de gevraagde voorziening. Het verzoek om een voorlopige voorziening te treffen is kennelijk ongegrond, zodat de voorzieningenrechter uitspraak zal doen zonder zitting.

5. Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.

BESLISSING

De voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.

Deze uitspraak is gedaan door D. Hardonk-Prins in tegenwoordigheid van P.W.J. Hospel als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 30 april 2026

(getekend) D. Hardonk-Prins

(getekend) P.W.J. Hospel

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand