ECLI:NL:CRVB:2026:67

ECLI:NL:CRVB:2026:67

Instantie Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak 20-01-2026
Datum publicatie 26-01-2026
Zaaknummer 24/1790 PW
Rechtsgebied Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Procedure Hoger beroep

Samenvatting

Hoger beroep tegen verzetuitspraak. Geen doorbreking appelverbod. Geen verplichte mediation. Voor doorbreking van het appelverbod bestaat geen grond. Appellant heeft in zowel de beroeps- als de verzetprocedure bij de rechtbank namelijk toegang gehad tot de rechter. En de verzetrechter van de rechtbank heeft appellant in de gelegenheid gesteld om op een zitting zijn standpunten naar voren te brengen alvorens uitspraak te doen. Appellant heeft van die mogelijkheid ook gebruik gemaakt.

Uitspraak

Datum uitspraak: 20 januari 2026

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 4 juli 2024, 23/5977, 23/5978, 23/5980, 23/5982, 23/5993, 23/5995 en 23/5996 V (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[Appellant] te [woonplaats] (appellant)

het dagelijks bestuur van de Gemeenschappelijke Regeling Sociaal (dagelijks bestuur)

SAMENVATTING

In deze zaak gaat het om een hoger beroep tegen een uitspraak van de rechtbank op het verzet van appellant. Tegen die uitspraak kan in beginsel geen hoger beroep worden ingesteld (appelverbod). Voor doorbreking van het appelverbod ziet de Raad in deze zaak geen aanleiding, zodat hij onbevoegd is om van het hoger beroep kennis te nemen. Appellant krijgt dus geen gelijk.

PROCESVERLOOP

Appellant heeft hoger beroep ingesteld en een verzoek om een voorlopige voorziening gedaan. Met een uitspraak van 4 februari 2025 heeft de voorzieningenrechter van de Raad dat verzoek afgewezen.

Het dagelijks bestuur heeft een verweerschrift ingediend.

De Raad heeft de zaak behandeld op een zitting van 25 november 2025. Appellant is verschenen. Het dagelijks bestuur heeft zich niet laten vertegenwoordigen. Met een brief van 21 november 2025 heeft het dagelijks bestuur toegelicht dat die keuze is gebaseerd op de wijze waarop appellant zijn medewerkers en gemachtigden bejegent en schoffeert. Volgens het dagelijks bestuur schroomt appellant niet om die medewerkers en gemachtigden digitaal in hun privéleven te benaderen en/of een tuchtzaak te beginnen, wat het dagelijks bestuur belemmert in de uitoefening van het werk en het verkrijgen van procesondersteuning. De handelswijze van appellant wordt daarnaast door diverse medewerkers als onveilig ervaren.

Deze zaken zijn gelijktijdig behandeld met de zaken met kenmerk 22/3981 BBZ en 23/2928 TONK. In deze zaken wordt heden afzonderlijk uitspraak gedaan.

OVERWEGINGEN

Inleiding

1. Bij de beoordeling van het hoger beroep zijn de volgende feiten en omstandigheden van belang.

Appellant heeft op 27, 28 en 30 november 2022 en 3, 7, 9 en 14 december 2022 bij het dagelijks bestuur aanvragen ingediend om bijzondere bijstand voor de kosten van rechtsbijstand. Appellant heeft beroepen bij de rechtbank ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op die aanvragen door het dagelijks bestuur.

Met een uitspraak van 28 november 2023 heeft de rechtbank met toepassing van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) de beroepen van appellant niet-ontvankelijk verklaard, omdat appellant – die niet was vrijgesteld van de verplichting tot het betalen van het griffierecht – het griffierecht in die beroepsprocedures niet heeft betaald. Tegen deze uitspraak heeft appellant verzet gedaan. Op 23 mei 2024 heeft de verzetrechter van de rechtbank appellant op een zitting gehoord. Vervolgens heeft de rechtbank op 4 juli 2024 de aangevallen uitspraak gedaan.

Uitspraak van de rechtbank

2. Met de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het verzet ongegrond verklaard. Naar het oordeel van de verzetrechter heeft de rechtbank op 28 november 2023 uitspraak kunnen doen zonder appellant te horen, omdat de beroepen kennelijk niet-ontvankelijk waren. Aan appellant is op goede gronden geen ontheffing van betaling van het griffierecht verleend wegens misbruik van recht en appellant heeft vervolgens het met die procedures gemoeide griffierecht niet betaald.

Het standpunt van appellant

3. Appellant is het met de uitspraak van de rechtbank niet eens. Appellant heeft, samengevat weergegeven, aangevoerd dat sprake is van schending van fundamentele rechtsbeginselen, dat de correspondentie door het dagelijks bestuur moedwillig naar een verkeerd adres wordt verstuurd, dat de naam van de behandelend rechter in de correspondentie van de rechtbank ten onrechte niet is genoemd, dat hij voor verletkosten ten onrechte geen vergoeding heeft gekregen en dat zijn verzoek om vrijstelling van de verplichting tot betaling van het griffierecht ten onrechte is afgewezen. Daarnaast heeft appellant, ook ter zitting, nog een aantal verzoeken gedaan, waaronder verplichte inschakeling van een mediator en om het horen van getuigen en het inschakelen van een deskundige.

Het oordeel van de Raad

Verzoek om verplichte mediation

Appellant heeft tijdens de zitting te kennen gegeven dat hij veel procedures heeft lopen en dat daarmee grote financiële belangen voor hem zijn gemoeid. Appellant wil graag een oplossing voor alle geschillen, desnoods via een verplicht mediationtraject. De Raad begrijpt deze wens van appellant, alsook zijn frustratie dat het maar niet lukt om de geschillen met het dagelijks bestuur op te lossen. De Raad heeft daarbij kennisgenomen van het gegeven dat appellant vele procedures voert, zoals blijkt uit bijvoorbeeld de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van 23 juli 2025 en van de rechtbank Oost-Brabant van 4 september 2025. De Raad wijst er echter op dat het dagelijks bestuur, zoals volgt uit zijn onder het procesverloop weergegeven handelswijze, kennelijk niet open staat voor een mediationtraject. Voor een verplicht mediationtraject ontbreekt daarnaast op dit moment een wettelijke grondslag.

Doorbreking appelverbod

De aangevallen uitspraak is een uitspraak van de rechtbank als bedoeld in artikel 8:55, zevende lid, van de Awb. Daartegen kan op grond van artikel 8:104, tweede lid, aanhef en onder c, van de Awb geen hoger beroep worden ingesteld. Voor doorbreking van dit zogenoemde appelverbod kan volgens vaste rechtspraak grond bestaan indien sprake is van evidente schending van eisen van een goede procesorde dan wel fundamentele rechtsbeginselen, zodanig dat van een eerlijk proces geen sprake is.

Appellant heeft weliswaar gesteld dat sprake is van diverse schendingen van fundamentele rechtsbeginselen, maar hij heeft in dit verband alleen concreet het recht op toegang tot de rechter genoemd. Dat de verzetrechter van de rechtbank dat recht heeft geschonden, kan de Raad niet volgen. Appellant heeft in zowel de beroeps- als de verzetprocedure bij de rechtbank namelijk toegang gehad tot de rechter. En de verzetrechter van de rechtbank heeft appellant in de gelegenheid gesteld om op een zitting zijn standpunten naar voren te brengen alvorens uitspraak te doen. Appellant heeft van die mogelijkheid ook gebruik gemaakt. Er zijn dan ook geen aanknopingspunten voor het oordeel dat de verzetrechter van de rechtbank de eisen van een goede procesorde dan wel fundamentele rechtsbeginselen niet heeft gerespecteerd.

De overige beroepsgronden zien, anders dan appellant meent, niet op een onderbouwing van het standpunt dat sprake is van een schending van fundamentele rechtsbeginselen, maar op de juistheid van de aangevallen uitspraak of de daaraan onderliggende uitspraak.

Conclusie en gevolgen

5. Er is in dit geval geen grond voor doorbreking van het appelverbod. De Raad zal zich daarom onbevoegd verklaren. Dat betekent dat de Raad niet kan oordelen over het hoger beroep en ook niet over de verzoeken van appellant, zoals genoemd aan het eind van 3.

6. Appellant krijgt geen vergoeding voor zijn proceskosten.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep verklaart zich onbevoegd.

Deze uitspraak is gedaan door E.C.E. Marechal als voorzitter en A.M. Overbeeke en M. Wolfrat als leden, in tegenwoordigheid van M.S. van Veller als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 20 januari 2026.

(getekend) E.C.E. Marechal

(getekend) M.S. van Veller

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?