BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar. Zij is gebaseerd op de volgende overwegingen.
1. Appellante woont in Marokko en is getrouwd geweest. Haar echtgenoot, [naam echtgenoot] , woonde eveneens in Marokko en ontving een AOW-pensioen. De echtgenoot is op [datum] 2024 in [woonplaats] , Marokko overleden. Na het overlijden van haar echtgenoot heeft appellante een uitkering op grond van de ANW aangevraagd.
2. Met een besluit van 12 april 2024 heeft de Svb de aanvraag afgewezen. Appellante heeft hiertegen bezwaar gemaakt. Met een besluit van 5 juli 2024 (bestreden besluit) is het bezwaar van appellante ongegrond verklaard. De Svb heeft hierbij vastgesteld dat de echtgenoot van appellante op de dag van zijn overlijden niet verzekerd was voor de ANW op grond van wonen of werken. Hij had zich ook niet vrijwillig voor de ANW verzekerd. Verder was hij niet verzekerd voor het overlijdensrisico volgens de Marokkaanse wetgeving.
3. De rechtbank heeft het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard en daarmee het bestreden besluit in stand gelaten.
4. In hoger beroep heeft appellante gesteld dat zij recht heeft op een ANW-uitkering omdat haar echtgenoot verzekerd is geweest, zij geen (andere) inkomsten heeft en zij ziek is en daardoor arbeidsongeschikt.
5. De Raad komt tot het oordeel dat het hoger beroep niet slaagt. Daartoe is het volgende redengevend.
6. Een nabestaande heeft recht op een ANW-uitkering als de overledene op de dag van zijn overlijden verzekerd was voor de ANW.
7. De echtgenoot van appellante woonde of werkte op de datum van overlijden niet in Nederland, waardoor hij niet op die grond verzekerd was voor de ANW. Er is niet gebleken dat hij zich vrijwillig heeft verzekerd voor de ANW.
8. Appellante kan verder op grond van het NMV geen aanspraak maken op een ANWuitkering. Op grond van dat verdrag kan een nabestaande aanspraak maken op een ANWuitkering in Nederland als de echtgenoot bij overlijden voor dat risico was verzekerd in Marokko.Uit het door de Caisse Nationale de Sécurité Sociale opgestelde M/NL 203 formulier van 12 februari 2024 blijkt echter dat de echtgenoot op de datum van overlijden niet verzekerd was voor dat risico op grond van de Marokkaanse socialezekerheidswetten.
9. Op de dag van zijn overlijden was de echtgenoot van appellante dus niet verzekerd voor de ANW. Appellante heeft dus geen recht op een ANW-uitkering. Het beroep van appellante op haar moeilijke situatie maakt dat niet anders. De financiële of gezondheidssituatie van appellante kan op zichzelf niet leiden tot het toekennen van een ANW-uitkering. De aanvraag is dus terecht afgewezen.
10. Het hoger beroep slaagt dus niet. Omdat het hoger beroep niet slaagt krijgt appellante geen vergoeding voor haar proceskosten en het betaalde griffierecht.
Waarvan proces-verbaal.
De griffier Het lid van de enkelvoudige kamer
(getekend) F.M. Gerritsen (getekend) A. Hoogenboom
Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de datum van verzending beroep in cassatie instellen bij de Hoge Raad der Nederlanden (Postbus 20303, 2500 EH Den Haag) ter zake van schending of verkeerde toepassing van bepalingen over het begrip verzekerde.
DÉCISION
La Centrale Raad van Beroep (Cour d'Appel Centrale),
statue:
confirme la décision attaquée.
Par conséquent, décidée par A. Hoogenboom en présence de F.M. Gerritsen en qualité de greffier, ainsi que prononcée en public, le 7 mai 2026.
Les parties disposent d’un délai de six semaines à compter de la date d’envoi pour introduire un pourvoi en cassation contre cette décision devant la Cour de Cassation des Pays-Bas: Hoge Raad der Nederlanden (Postbus 20303, NL2500 EH ‘s-Gravenhage) au titre de la violation ou de la mauvaise application des dispositions concernant la notion de groupe d’assuré.