ECLI:NL:CRVB:2026:689

ECLI:NL:CRVB:2026:689

Instantie Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak 27-05-2026
Datum publicatie 27-05-2026
Zaaknummer 23/2582 WMO15
Rechtsgebied Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Procedure Hoger beroep

Samenvatting

Intrekking hoger beroep. De Raad wijst het het verzoek om proceskostenveroordeling af. Het bestreden besluit niet gewijzigd en het college is niet geheel of gedeeltelijk tegemoetgekomen als bedoeld in artikel 8:75a van de Awb.

Uitspraak

23/2582 WMO15

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:75a en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de voorzieningenrechter van de rechtbank Amsterdam van 20 juli 2023, 23/3712 en 23/3713 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[appellante] te [woonplaats] (appellante)

het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam (college)

Datum uitspraak: 27 mei 2026

PROCESVERLOOP

Namens appellante heeft mr. E.C. Weijsenfeld, advocaat, hoger beroep ingesteld.

Namens appellante heeft mr. Weijsenfeld het hoger beroep ingetrokken en gelijktijdig aan de Raad verzocht het college te veroordelen in de proceskosten.

Het college heeft geen gebruik gemaakt van de gelegenheid hierover een verweerschrift in te dienen.

De meervoudige kamer heeft de zaak verwezen naar een enkelvoudige kamer.

Onder toepassing van artikel 8:57 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is het onderzoek ter zitting achterwege gelaten. Vervolgens is het onderzoek gesloten.

OVERWEGINGEN

Artikel 8:75a, eerste lid, eerste volzin, van de Awb bepaalt dat in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:75 van de Awb in de kosten kan worden veroordeeld. Ingevolge artikel 8:108, eerste lid, van de Awb is deze bepaling van overeenkomstige toepassing op het hoger beroep. Van een situatie waarin geheel of gedeeltelijk is tegemoetgekomen is hier geen sprake, gelet op het volgende.

Appellante heeft bij het college bezwaar gemaakt tegen een e-mail van het buurtteam Amsterdam West van 8 maart 2023. Met een besluit van 5 juni 2023 (bestreden besluit) heeft het college het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard. Met de aangevallen uitspraak heeft de voorzieningenrechter van de rechtbank het beroep van appellante tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. Daartoe heeft de voorzieningenrechter overwogen dat het college het bezwaar van appellante terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard, omdat de e-mail van het buurtteam niet kan worden aangemerkt als besluit in de zin van artikel 1:3, eerste lid van de Awb. Het buurtteam is geen bestuursorgaan en de e-mail kan ook niet worden toegerekend aan het college. Het college besluit of iemand wordt toegelaten tot de maatschappelijke opvang en wordt daarvoor geadviseerd na een screening door de Gemeentelijke Gezondheidsdienst. Het buurtteam heeft appellante als verwijzer aangemeld voor maatschappelijke opvang. De gemachtigde van appellante is van deze procedure ook op de hoogte.

Het college had intussen op 11 april 2023 besloten dat appellante niet in aanmerking komt voor kortdurende opvang en daarnaast op 25 mei 2023 dat appellante niet in aanmerking komt voor maatschappelijke opvang voor gezinnen. Appellante heeft tegen deze besluiten rechtsmiddelen aangewend.

Met een e-mailbericht van 10 februari 2025 heeft het college aan appellante en aan de rechtbank Amsterdam in een procedure met zaaknummers 23/6231 en 23/6232 laten weten dat aan appellante alsnog maatschappelijke opvang zal worden verstrekt. Naar aanleiding van dit e-mailbericht heeft appellante het hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak ingetrokken.

De Raad stelt vast dat aan appellante maatschappelijke opvang is verstrekt naar aanleiding van afspraken die op een zitting bij de rechtbank zijn gemaakt in een andere procedure dan de procedure waarop het ingetrokken hoger beroep zag.

Met het in 2025 verstrekken van maatschappelijke opvang is het bestreden besluit niet gewijzigd en is het college niet geheel of gedeeltelijk tegemoetgekomen als bedoeld in artikel 8:75a van de Awb.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep wijst het verzoek om een proceskostenveroordeling af.

Deze uitspraak is gedaan door D. Hardonk-Prins in tegenwoordigheid van A. Giesen als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 27 mei 2026.

(getekend) D. Hardonk-Prins

(getekend) A. Giesen

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand